Een hypocriete dorpse heksenjacht

Wie is de ongenaakbare zeevisser Peter Grimes? Een naïeve waanzinnige? Een trotse, barse moordenaar? Een contactgestoorde bullebak met twee al te losse linkerhanden? Grimes mishandelt zijn leerjongetjes, maar dagdroomt als een dichter. Hij gooit zijn netten uit voor een betere toekomst en een huis met een geboende stoep, maar oogst de ene jobstijding na de andere. Uiteindelijk is Peter Grimes vooral de ultieme eenling. Een onhandige Einzelgänger van het type zeer ruwe bolster, matig blanke pit, die in zijn vergeefse streven naar acceptatie door een gesloten dorpsgemeenschap zijn eigen zeemansgraf graaft.

Twee maal dit jaar beleeft Benjamin Brittens succesvolste opera Peter Grimes een nieuwe productie in Nederland. In het voorjaar regisseerde Monique Wagemakers een reeks voorstellingen bij de Nationale Reisopera. De Nederlandse Opera presenteert deze maand Peter Grimes in de regie van Francesca Zambello.

Zambello's enscenering visualiseert treffend de dorpsgemeenschap waarvan Peter Grimes deel uitmaakt, maar die hem niet toelaat. De zee mag dan geen moraal hebben, het zeevolk heeft die wél. En aangezien Grimes' al te straffe hand en werklust indirect hebben geleid tot de dood van twee onschuldige vissersknechtjes, verdient hij ook zelf te sterven. De kloeke Mrs. Sedley, een overtuigend antipathieke rol van Catherine Wyn-Rogers, opent de heksenjacht, maar is zelf verslaafd aan verdovende middelen. Zij wordt bijgestaan door de hysterische moraalridder Bob Boles, vilein en sterk gezongen door John Graham-Hall, die zijn hete aantijgingen tegen Grimes probleemloos combineert met bezoekjes aan het dorpsbordeel. Peter Grimes is beter noch slechter dan zijn aanklagers, maar wordt door zijn domme trots de zondebok van een hypocriete, door verveling op roddel en wraak beluste dorpsgemeenschap.

Willy Decker legde in zijn regie voor de Nationale Opera Brussel (1994) het accent op de tegenstelling tussen de eenling Grimes en de vissersgemeenschap. Monique Wagemakers vestigde de aandacht vooral op Grimes' onvermogen tot intimiteit. De regie van Zambello laat zich inhoudelijk beschrijven als een mix van beide visies. Peter Grimes is een eenzame ziel, maar de personages die hem omringen zijn dat óók. Waar Grimes in de tweede acte zijn nieuwe leerjongen naar huis meevoert, openen de deuren van de herberg zich als een hellepoort. Maar de ware hel in Peter Grimes, dat zijn de anderen, wier vuige achterklap in de talrijke massale koorscènes met een verontrustende kracht over de volle breedte van het podium zindert.

Zambello schetst Peter Grimes als een verhaal over het menselijk tekort in alle gedaantes, en verbeeldt dat op het fundament van een uiterst natuurgetrouwe en toch poëtische weergave van het vissersbestaan. Echte houten sloepen, vlonders en zuidwesters maken de buitenkant van het vissersdorp tastbaar. Een massa vissersvrouwen knoopt er met eenvormige gebaren netten aanéén, en verbeeldt zo het monotone leven aan wal. Zeebonken halen die netten met vloeiende bewegingen binnen voor de storm, en worden zo één met de woeste baren die zij dienen. In het consequent asgrauwe maar fraai belichte toneelbeeld zijn alleen de vier dragende vrouwenrollen kleurig aangekleed. Dat is veelzeggend, want naast de verstandige, warmklankig zingende Captain Balstrode (Philipp Joll) zijn het slechts hoerenmadame Auntie, innemend geacteerd en gezongen door Della Jones, haar wulpse `nichtjes' (Linda Richardson en Linda Kitchen) en onderwijzeres Ellen Orford die de bekrompen dorpsmentaliteit ontstijgen.

Britten schreef Peter Grimes in 1945 en oogstte een doorslaand succes. Opmerkelijk is dat niet, want de muziek van Peter Grimes paart een soms musicalachtig swingende toegankelijkheid aan een verstikkende intensiteit en een treffende, soms geestige en dan weer aangrijpende muzikale tekening van de personages. Britten lardeerde de bedrijven en taferelen met orkestrale Interludes, die het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Edo de Waart als betoverende muzikale miniaturen uit de bak omhoog laat kringelen.

Peter Grimes' onvermogen tot intimiteit is de motor achter de handeling. Maar schrijnender nog dan in de dood van zijn twee leerjongetjes, komt zijn barsheid tot uitdrukking in de relatie met Ellen Orford, die in sopraan Janice Watson moederlijk en meer krachtig dan kwetsbaar gestalte krijgt. Orford, Grimes' echtgenote in spe, tracht hem te behoeden voor zijn misstappen, maar wordt beloond met barse woorden. Als het lieve knechtje John uiteindelijk in een klif stort, verliest Grimes zijn verstand. Hij is en blijft ook dan onpeilbaar als de zee die zijn enig thuis is, maar geeft in de waanzinsaria Steady! There you are! Nearly home! uiting aan zijn falen op een manier die de nekharen ten berge doet rijzen.

Een overtuigende Peter Grimes staat of valt met de vertolker van de uiterst complexe hoofdrol. Met tenor Kim Begley heeft De Nederlandse Opera een gouden greep gedaan. Begley verleent Grimes diepte zonder zijn ongenaakbaarheid te breken, en geeft de rol vocaal zodanig invulling dat zijn Peter Grimes zowel mededogen als wrevel oogst. Edo de Waart gaat het Nederlands Philharmonisch Orkest voor in een broeiend expressieve begeleiding, waarin de gewenste golven van dramatiek niet uitblijven. Meeslepend zijn ook de grootse koorscènes, die de kracht van een gemeenschap tegen een eenling dreigend tastbaar maken.

Behalve het uitstekende muzikale en vocale aandeel, schuilt de theatrale kracht van deze Peter Grimes in het niemand ontziende realisme, dat maakt dat het bezongen leed venijnig schuurt, en de schaamteloze bekrompenheid van het vissersvolk naast weerzin soms ook een gezonde, louterende lachlust wekt.

Voor alle voorstellingen beh. 26/12 zijn nog kaarten beschikbaar.