De oude avant-garde smeedt alliantie met de popmuziek van nu

Rond 1550 raakte een nieuwe componeerwijze in de mode, de Seconda Prattica, die de muzikale behandeling van de tekstinhoud stelde boven de strenge regels van het contrapunt, de Prima Pattica. Giulio Cesare, broer van Claudio Monteverdi, verdedigde de Seconda Prattica door zich te beroepen op Plato's De Staat als gezaghebbend werk, in staat eenieder de mond te snoeren.

Gaudeamus en de Vereniging Producenten Elektronische Muziek gingen weer een stap verder en stelden een vierdaags festival samen onder de titel Terza Prattica dat zondagavond werd afgesloten in Felix Meritis. Men had zich kunnen beroepen op Herbert Eimert, die in zijn commentaar op het eerste concert met elektronische muziek op 19 oktober 1954, refereerde aan de omwenteling in 1550 – men was zich bewust van een historisch moment!

Achteraf lijkt het wat al te veel eer om te spreken over een derde revolutie in de muziek, maar dát er iets veranderde staat vast. Lag in de vertrouwde klankwereld de nadruk op de melodie, nu speelde klankkleur de hoofdrol. Zo noteerde Fred Prieberg over Gottfried Michael Koenigs Klangfiguren II, zowel in '54 uitgevoerd als nu het sluitstuk op het eerste concert: ,,De componist toont angst voor welke vorm van melodie dan ook.''

Koenig, de `Monteverdi' van de Terza Prattica, speelde een rol in bijna elke studio. Van Keulen, via Stockholm, Bilthoven, Essen en Darmstadt tot aan Utrecht toe. En zoals Monteverdi's geconcentreerde stijl verwaterde in het pure entertainment van de operahuizen in Napels, zo voerde de strenge tapemuziek van de jaren '50 naar vormen van modern muziektheater, met op dit festival diverse voorbeelden.

Wie had toentijds durven te voorspellen dat eens de tape-experimenten zelfs een alliantie zouden aangaan met de popmuziek, zoals bij componisten als Arthur Sauer met improvisaties op zijn donderharp en aan het eind bij Huba de Graaff in haar Acrobaties Aériennes.

De Graaffs luchtacrobatiek is gecomponeerd voor de vijf leden van de Slagwerkgroep Den Haag, die achter ritmeboxen plaatsnemen. Midi's en samplers komen er eveneens aan te pas en vooral drie elementen treffen het oor: dreunend denderend gebonk, glinsterende glissando's en knalharde commando's, dit zowel grof als geestig, zowel papperig als precies – fascinerend! De Graaff werkt blijkens de programmatoelichting eerst lang aan een bepaald concept om pas veel later noten toe te voegen, liefst zonder hulp van een instrument teneinde al te gemakkelijke melodievormen te vermijden. Knikte Koenig hier goedkeurend?

Concert: Festival Terza Prattica. Slagwerkgroep Den Haag en anderen. Gehoord: 3/12 Felix Meritis Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen