DE HAAGSE STAAT

GOED, WE MOGEN NIET NAÏEF ZIJN...

Wanneer staatssecretaris Dick Benschop (Europese aangelegenheden) een onaangename waarheid moet verkondigen - bijvoorbeeld dat Nederland een klein land is binnen de Europese Unie en dat de groten zich heus niet zo gauw hun overwicht laten afsnoepen - dan zegt hij vermanend tegen zijn gehoor: ,,We moeten niet naïef zijn''.

Eind vorige week kon je het Benschop twee keer horen zeggen. Eén keer op een openbaar debat in Brussel met CDA-fractieleider Jaap De Hoop Scheffer. En een keer op een - tot verwondering der organisatoren - drukbezochte toogdag van Benschops eigen PvdA in Rotterdam, ter voorbereiding op de top van Nice.

In Brussel laakte de staatssecretaris op scherpe toon het lage niveau van het politiek debat in Nederland over Europese aangelegenheden, alsmede de gebrekkige structuur van de berichtgeving in de vaderlandse pers in dezen. Alom instemmend geknik van euro-parlementariërs. Wat in beide gevallen natuurlijk enorm zou helpen, is wanneer Benschop in het publiek debat wat meer had kunnen vertellen over de Nederlandse onderhandelingspositie op de top van Nice.

Hij keek wel mooi uit. En premier Kok moge dan, zaterdag na zijn ontmoeting met de Franse president Chirac in Den Haag, op ferme toon hebben verzekerd `het bittere eind' op de Europese top niet te schuwen - wie leden van de Nederlandse regering naar de precieze inhoud van deze strijdlust vroeg, kwam niet veel verder dan een opsomming van de agenda in Nice: een beslissing over de toetreding van tien of meer nieuwe landen tot de Europese Unie, een hervorming van de Europese commissie, een verandering van de stemmenweging in de Europese Raad.

Nu is het nog zo dat alle vijftien lidstaten van de Europese Unie hun eigen Europese commissaris hebben, de grote landen zelfs twee. In een tot 25 of op termijn zelfs 30 leden uitgebreide Unie lijkt deze prettige formule moeilijk houdbaar: de Europese Commissie is tenslotte bedoeld als een Europese `regering', niet als een soort parlement met vijftig of meer leden.

Dus moeten, om te beginnen, de grote landen maar eens hun tweede commissaris opgeven, en de lidstaten wennen aan het idee dat zij bij toerbeurt een commissaris leveren - opperde Benschop. Maar het zou naïef zijn te denken dat Duitsland, Frankrijk en de andere groten eerlijk meedoen in de carrousel en rustig afwachten totdat Hongarije, Portugal of andere kleinen hun rondje in de Commissie gedraaid hebben.

...EN ONZE POSITIE IN NICE IS VAAG...

Dus doemt al vlug het beeld van een Commissie met A-, B- en C-leden op, waarvan de laatsten in het geheel geen commissaris zouden hebben en de eersten altijd een commissaris. Een beetje à la de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Nederland staat in geen geval te trappelen om zijn commissaris in Nice in de aanbieding te doen, verzekerde de staatssecretaris. Maar helaas staat een al te daadkrachtig vasthouden aan die NL-commissaris haaks op een andere Nederlandse doelstelling in Nice: een verzwaring van de Nederlandse stem in de Europese Raad. De grote landen zullen het opgeven van hun tweede commissaris vermoedelijk aangrijpen voor een verzwaring van hun stem in dit oppermachtig orgaan van de Unie. Waar blijft dan het Nederlandse streven om in de Raad meer te vertellen te hebben dan Griekenland en Portugal?

Het blijft, bleek in Brussel en Rotterdam, voor het thuisfront toch vooral een kwestie van rustig afwachten. Noblesse oblige: Nederland is sinds jaar en dag zozeer geporteerd voor de uitbouw van de Europese eenheid, dat de zelfs de Tweede Kamer zelden op de gedachte kwam om de bewindslieden bij hun strevingen op hoog niveau voor de voeten te lopen. Wij willen niet zijn als die achterlijke Denen, wier parlement de afgezanten naar Nice een bindend onderhandelingsmandaat meegeeft.

...MAAR WE LATEN DE TANDEN ZIEN!

Maar aan de andere kant: de algemene klacht over gebrek aan democratisch draagvlak voor Europese besluitvorming brengt nu ook de Kamer ertoe zich in deze materie nader te profileren. Zo hebben Verhagen (CDA) en Timmermans (PvdA) beiden begin januari een afspraak in hun agenda staan: de eerste bijeenkomst van een PvdA-CDA-werkgroep `ontwerp Europese Senaat'. PvdA-leider Melkert had eerder dit jaar ook andere fracties voor de werkgroep uitgenodigd, maar lieten onmiddelijk in de Kamer weten weinig behoefte te hebben aan nog een politieke laag binnen de Unie, naast Commissie, Raad en Parlement.

Het streven naar meer Nederlandse politiek rondom de EU leidt dus tot ongewone coalities, waarbij trouwens ook de rechterzijde zich niet onbetuigd laat. Een breed verbond van VVD, CDA en klein-christelijk (samen 75 zetels) maakt zich op deze week premier Kok per Kamermotie te verbieden in Nice akkoord te gaan met enigerlei plechtige bezegeling van een Europees Handvest voor de grondrechten, en kan daarbij rekenen op de steun van de Socialistische Partij.

Dat begint al aardig te lijken op dat vermaledijde Deense model. Niet dat het Handvest nu zelf zo belangrijk is - meer een fraai klinkende opsomming van schone principes. Volgens Weisglas (VVD) is het gevaar echter niet denkbeeldig dat de regeringsleiders in Nice zullen vluchten in hoogdravende verklaringen over zoiets immaterieels als het Handvest, als ze er bij de echte machtskwesties niet uitkomen. Bij de liberalen is er in deze zaak overigens duidelijk sprake van wat in Den Haag `voortschrijdend inzicht' wordt genoemd. VVD-Kamerlid en ex-staatssecretaris Patijn, zelf mede-opsteller van het Handvest en derhalve warm voorstander, heeft het nakijken.

En het informeel verbond van VVD, CDA en klein-christelijk ziet ernstige bezwaren in dat Handvest, dat in een onduidelijke relatie staat tot de Nederlandse Grondrechten en - naar het oordeel van Weisglas - eigenlijk een onnodige doublure vormt met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Voor je het weet, gaat de Nederlandse rechter met een scheel oog al een beetje naar de tekst van het Handvest kijken, vreest ook Van Middelkoop (ChristenUnie). En de juridische dimensie van dat Hof in Straatsburg, dat waakt over de naleving van het EVRM en de nationale wetgevers en rechters regelmatig op de vingers tikt, is al gecompliceerd genoeg.

We mogen dan als klein land niet al te naïef kunnen zijn - in de Nederlandse Tweede Kamer wint langzaam de overtuiging veld, dat het in Europa geen kwaad kan af en toe en heel voorzichtig, de tanden te laten zien.

De Tweede kamer spreekt deze week onder andere over de begroting van Sociale Zaken en werkgelegenheid.

    • Raymond van den Boogaard