`Bruidsschat Suriname was wellicht te groot'

Sinds de onafhankelijkheid van 1975 spraken de Surinaamse leiders Arron en Lachmon nooit meer gezamenlijk en in het openbaar met Jan Pronk. Maar gisteren was het moment daar.

Aan de rand van het podium in het theater van het Tropeninstituut lopen twee mannen met attachékoffertjes elkaar tegen het lijf. Henck Arron, oud-premier van Suriname, tegen Jan Pronk, ex-minister van Ontwikkelingssamenwerking: ,,Dag Jan. Moet ik welkom tegen jou zeggen, of zeg jij welkom tegen mij?'' Pronk glimlacht naar zijn belangrijkste tegenspeler uit 1975. Samen onderhandelden ze over de onafhankelijkheid van Suriname. Het is het onderwerp van wat een historische bijeenkomst moet worden op deze warme herfstmiddag in Amsterdam.

Naast Pronk en de oud-leider van de creoolse NPS Arron is ook Jaggernath Lachmon aanwezig, nog steeds voorman van de hindoestaanse VHP. Zijn partij zag in 1975 eigenlijk niets in onafhankelijkheid. Maar, zo benadrukt de oude `papa Lach' nog maar eens: ,,Uiteindelijk kozen we voor verbroedering.'' En hij roept ter illustratie het moment in herinnering waarbij hij zijn politieke tegenpool Arron voor het gezicht van de camera bij het uitroepen van Suriname als onafhankelijke natie een brasa, een omhelzing gaf.

Nu, 25 jaar later, zullen de drie belangrijkste vertegenwoordigers van de toenmalige Surinaamse en Nederlandse politiek volgens de aankondiging het onafhankelijkheidsproces publiekelijk ,,ontrafelen''. Maar dat valt tegen. Alleen Jan Pronk blijkt bereid met enige zelfkritiek terug te blikken. Hoewel hij nog steeds overtuigd is dat de onafhankelijkheid in 1975 onvermijdelijk was (,,We hadden te maken met de schaamte van kolonisatie in een tijd dat vele landen onafhankelijk werden''), is er wel de erkenning dat de `bruidsschat' van 3,5 miljard gulden aan Suriname ,,misschien wel een wat royale omvang'' had.

Ook de oprichting van een leger beoordeelt hij achteraf gezien ,,als iets dat we anders hadden kunnen doen.'' De staatsgreep van 1980 beschouwt Pronk als belangrijkste oorzaak voor de verloedering van het land, zonder overigens in herinnering te roepen dat ook Den Haag de sergeanten onder leiding van Desi Bouterse destijds het voordeel van de twijfel gaf.

Pronk zit er een beetje ongemakkelijk bij. Nederland heeft nu eenmaal een weinig gelukkige hand van dekoloniseren en zeker de generatie van Arron en Lachmon weet die zenuw, soms met een vleugje demagogie (Lachmon: ,,Wij moesten uit het koninkrijk'') perfect te raken.

Arron memoreert met smaak het gesprek met toenmalig premier Den Uyl waarin het financiële openingsbod ter gelegenheid van de onafhankelijkheid werd gedaan: één miljard gulden min de uitstaande schulden. Arron: ,,Ik zei: collega, ik ben hier niet om grappen te maken. Ik ben hier om zaken te doen.'' Uiteindelijk kwam Nederland, na een knap uitgespeeld onderhandelingsproces door Paramaribo, met 3,5 miljard gulden over de brug, een bedrag dat geen land dat onafhankelijk werd, ooit kreeg.

Maar wat was het saldo? Vraag het Surinamers en velen zullen de frustraties opdreunen.

De machtsgreep van de militairen natuurlijk die een tijdelijke uitschakeling van de democratie betekende en uitmondde in de Decembermoorden en een verwoestende binnenlandse oorlog. Het gaat te ver om Arron en Lachmon daarop aan te spreken, maar er zijn genoeg elementen te noemen waar hun respectievelijke partijen in ieder geval voor een deel politieke verantwoordelijkheid dragen.

De braindrain naar Nederland. Na 1975 een regering met corrupte trekjes. Politieke apathie en twijfelachtig economisch beleid, óók door opeenvolgende regeringen van NPS en VHP, de twee etnische politieke pijlers van Suriname. Was het niet Jan Pronk zelf, die begin jaren negentig het economisch beleid van Arrons opvolger Ronald Venetiaan als ,,ronduit slecht'' kwalificeerde?

Maar gistermiddag kwamen dit soort zaken nauwelijks aan de orde. De drie heren noemen elkaar herhaaldelijk ,,vriend'' en vermijden elke confrontatie. Arron en Lachmon kijken zelfs met weinig zelfreflectie en veel zelfgenoegzaamheid terug, kritiek die vaak wordt geuit aan het adres van de `oude politiek' in Suriname.

Ze gaan niet inhoudelijk in op de vraag die publicist Anil Ramdas aan het begin van de middag had opgeworpen: waarom verzuimden de politici van toen om het volk te vragen of de onafhankelijkheid eigenlijk wel wenselijk was? En als vanuit de zaal de vraag komt waarom het niveau van publieke voorzieningen na 1975 onder de regering-Arron zo achteruitholde, spuwt de oud-premier vuur. Hij pakt zijn koffertje erbij en kondigt aan ,,gedocumenteerd'' aan te tonen dat ,,dit oude liedje'' onwaar is.

Maar uiteindelijk volstaat hij met een citaat uit een gedateerd artikel in de knipselmap waarin Pronk stelt dat het beleid tussen '75 en '80 niet zo slecht was als vaak is gezegd. Het resulteert in cynisch gelach onder aanwezige kritische Nederlandse Surinamers. Maar Arron dooft het vuurtje met een te verwachten opmerking van Surinamers aan het adres van hun landgenoten overzee: ,,Als u wilt lachen, gaat u dan in Suriname lachen.''

Ook een kritische opmerking van Ramdas over president Venetiaan schiet Arron volkomen in het verkeerde keelgat. ,,Beledigend'', briest hij, waarna de aanwezige Suriname-specialist van de VVD in de Tweede Kamer, F. Weisglas, vanuit de zaal een toeter voor zijn handen maakt en schreeuwt: ,,Dat mag in een democratie als Nederland!'' Een betere illustratie voor de gevoelige relatie tussen oud-moederland en oud-kolonie lijkt er niet te zijn.

Natuurlijk haast iedereen zich te benadrukken dat Nederland en Suriname niet zonder elkaar kunnen. Pronk pleit voor een soort Gemenebestrelatie, Lachmon roept het Nederlands bedrijfsleven op te investeren in Suriname en Arron voorziet mooie tijden met de nieuwe Front-regering. Maar een echt kritische terugblik op eigen handelen blijft uit. Of zoals Lachmon zegt: ,,Laten we het allemaal laten, wie er fout was.''

Zouden de drie mannen gisteravond toevallig nog televisie hebben gekeken, naar de NPS-serie Wie niet weg is, is gebleven, over 25 jaar Suriname? Zouden ze die man uit Coronie hebben gezien, die gefrustreerd vertelde over zijn vruchteloze pogingen om subsidie te krijgen zodat hij zijn land kon bebouwen? Hij kreeg niets, terwijl mensen met relaties kapitalen opstreken. Verbitterd keek hij terug op ,,alle ministers en presidenten'' die met mooie beloftes aan z'n hek hadden gestaan. De regering in Paramaribo, zo vertelde hij boos, had hem al die jaren niets gebracht: ,,Het is basta voor mij.'' Jammer dat deze man er gistermiddag niet bij was in het Tropeninstituut.