Vrijgezellenland (1)

Wat willen Nederlanders? Een huis kopen. Een aflossingsvrije hypotheek. Aandelen. De onheilige drie-eenheid. Nog vóór 1 januari een koopsompolis, om de belastingaftrek. En: eerder stoppen met werken. Jazeker. Zelfs mensen die nog maar net werken, of amper de kost verdienen, praten over stoppen op 50 jaar en daarna veertig jaar de bloemetjes buiten zetten. Moet kunnen! Toch?

Laten we eens schatten hoeveel je moet bezitten om het veertig jaar uit te kunnen zingen. Een algemene regel is onmogelijk, omdat persoonlijke zaken, de maatschappij, de economie en de politiek een grote rol spelen. En niemand kan veertig jaar vooruitkijken. De volgende factoren drukken een stempel op je vermogen, besteedbare inkomen en uitgaven.

De inkomsten- en vermogensbelasting. De kwaliteit van een pensioenuitkering, de koppeling aan prijzen en/of lonen. Alleen een groot pensioenfonds met solidaire, actieve deelnemers kan die koppeling tientallen jaren bieden. De hoogte van de AOW en sociale voorzieningen. De duur en hoogte van (verzekerings)uitkeringen. Schulden en verplichtingen. Je uitgavenpatroon. Wel of geen partner en gezin. Leeftijd. Gezondheid. Wie geen fut meer heeft, geeft minder uit. Of je wel of niet durft in te teren op je vermogen. Het prijspeil, de inflatie of deflatie. De mate waarin je lijdt onder die inflatie. De welvaart en de bedrijfsresultaten. En natuurlijk het rentepeil.

Zelfs een onverschrokken verzekeringswiskundige maakt zich uit de voeten als hij voor deze brij een formule moet bedenken. Je komt er niet uit. Daarom klampen lezers zich vast aan cijfers die wél houvast bieden en vergeten de rest, gemakshalve. Ze fixeren zich bijvoorbeeld op de inflatie, hoewel ze niet eens weten hoe hoog hun toekomstige inkomen zal zijn.

Hoe moet het dan? Eerst een basis berekening maken door allerlei variabelen te negeren. Je neemt een belastingloos land vol alleengaanden, Vrijgezellenland, zonder AOW of ander uitkeringen, geen effectenbeurs en geen inflatie. De gezellen geven evenveel uit als ze ontvangen. De degelijke, oersaaie banken bieden 3 procent spaarrente, als basishuur voor je geld. Iedereen zorgt zelf voor zijn oudedag. Best een gezellig land.

De hamvraag is hoeveel kapitaal (oudedagsreserve) je moet hebben om veertig jaar één gulden per jaar te ontvangen en in die periode tot op de laatste cent in te teren. We nemen een vrije spaarrekening als simpelste beleggingsfonds. De 3 procent rente wordt automatisch, kosteloos en rentegevend bijgeschreven. Daar heb je geen omkijken naar.

Hoeveel? Afgerond 23 gulden, en geen 40. Zo weinig? Ja, want die ene gulden is het 23ste deel, of 4,3 procent, van het totaal. In de beginjaren neem je dus bijna alleen rente op en blijft de hoofdsom intact. Wie 1.000 gulden per jaar wil, zorgt voor 23.000 gulden, 10.000 vraagt 230.000 gulden en een ton 2,3 miljoen gulden.

Voor dertig of twintig jaar interen, bedragen de beginkapitalen 19,60 of 15 gulden per één gulden opname. Voor 10.000 gulden 196.000 of 150.000 gulden. Met een miljoen aan spaargeld, tegen 3 procent, 30 jaar (tussen 60 en 90 jaar) haal je circa 50.000 gulden per jaar binnen. Met een levensverwachting van 20 jaar, kom je op 67.000 gulden. (Rekenfactoren uit Financiële rekenkunde voor het hoger economisch onderwijs, door drs P. Cardol en J.C.M. Gruijters. Educaboek, isbn 90 20 725 874, 2de druk. ƒ57,50.)

Terug naar Nederland. Daar liggen de zaken niet zo simpel. Daarom moeten we de weggestreepte variabelen in de berekening opnemen, indien mogelijk.

Eerst de 1,2 procent vermogensrendementsheffing in box 3. Om na die heffing 3 procent over te houden, moet je 4,2 procent rente maken, zonder rekening te houden met de vrijstellingen. Dat kan, meerdere banken (onder meer Rabo en SNS via internet) bieden 4,5 procent en meer. Een snelle toegang tot de spaarmarkt biedt de site http://sparen.pagina.nl. De vermogensheffing is geen probleem.

Hoe verwerk je de inflatie (of prijsstijgingen, koopkracht) in de berekening? Door je geld uit te zetten tegen een hogere rente. Hoeveel dan? Dat is lastig. De centrale banken berekenen wel een percentage, maar dat is het prijspeil van een standaard mandje met goederen en diensten.

Dat mandje hoeft niet overeen te komen met je persoonlijke bestedingen. Je kan ook nog minder uit gaan geven. Anders dan de 1,2 procentheffing die iedereen raakt. Je kan het gewenste rentepercentage van 4,2 procent desgewenst met een procentpunt verhogen naar 5,2, of met twee punten naar 6,2 procent. Is dat realistisch? Ja, want enkele Turkse banken met een vestiging in Nederland (toezicht DNB, garantie tot 20.000 euro per persoon) bieden tot 7,5 procent als je je geld vijf jaar vastzet. Zie de voornoemde spaarsite voor adressen. (wordt vervolgd)

Adriaan Hiele beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/economie.