Verantwoord afvallen heksentoer voor sporter

Eetstoornissen bij topsporters, nog steeds een taboe, komen regelmatig voor. NOC*NSF komt binnenkort met richtlijnen voor verantwoord afvallen.

Topjudoka Patrick van Kalken weegt normaal 72 kilo. Hij komt echter uit in de gewichtsklasse tot 66 kilo. Dat betekent dat hij voor alle belangrijke wedstrijden drastisch moet afvallen. Idealiter begint hij daar ruim een maand voor een EK of WK mee. Meestal is hij een dag voor de wedstrijd nog een kilo te zwaar. Dan zit hij in de sauna tot hij bijna flauwvalt en is drinken en eten uit den boze. Van Kalken is het zat. ,,Ik stop met judoën. Mijn sociale leven gaat eraan. Het afvallen is voor mij mentaal niet meer op te brengen.''

Oud-judoka Anita Staps schrok niet terug voor rigoureuze maatregelen. De wereldkampioene van 1980 (in de klasse tot 61 kilo) vertelde vorige week in Nova dat ze destijds in vijf dagen zeven kilo moest afvallen. ,,Ik ging naar de sauna en sliep met een regenpak aan. Ik had niet eens de kracht zelf uit bed te komen. Door vochtverlies kon ik niet meer praten en had ik zelfs geen traanvocht meer'', aldus Staps.

Het zijn geen geïsoleerde gevallen. Sporters doen er liever het zwijgen toe. Wielrenster Leontien van Moorsel, die ernstig anorexia-patiënt was, doorbrak enkele jaren geleden het taboe. Maar haar voorbeeld kreeg weinig navolging. Toch duiken er regelmatig bizarre verhalen op. Kunstschaatsters die geen brood mogen eten van hun coach (,,daar krijg je een dikke kont van''), hardlopers die extreem lijnen om net zo dun te zijn als de Keniaanse lopers en roeiers die hun toevlucht zoeken tot plaspillen en laxeermiddelen.

Gealarmeerd door deze geluiden begon NOC*NSF een onderzoek. In augustus verscheen het verkennend rapport `Eetstoornissen, een probleem in de Nederlandse topsport?'. De onderzoekers interviewden 36 bondsartsen en -coaches, sporters, sportdiëtisten en -psychologen. Bewegingswetenschapper Bart Coumans, een van de auteurs, schrok van de uitkomst. ,,Eetproblemen bij topsporters zijn bepaald geen incident. Het komt in alle sporten voor.''

Volgens het onderzoek lopen vooral jonge vrouwelijke sporters (14-20 jaar) actief in sporten met gewichtsklassen (judo, roeien) en met hoge esthetische eisen (kunstschaatsen, turnen) risico. Ook bij sporten waar een laag gewicht leidt tot betere prestaties (hardlopen, wielrennen), komen relatief veel eetproblemen voor.

Eerder deed de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) onderzoek naar eetproblemen bij twintig toploopsters tussen de 14 en 19 jaar. Negen van hen bleken eetproblemen te hebben. Topjudoka en sportdiëtiste Daniëlle Vriezema interviewde in 1999 voor haar scriptie `verantwoord afvallen van topjudoka's', de junioren- en seniorenselectie. Driekwart van de judoka's gaf aan verplicht te moeten afvallen en daarmee moeite te hebben. Het bevestigt het beeld van topsporters in het buitenland. Onderzoek uit 1997 van de Noorse onderzoekster en ex-topsportster Jorunn Sundgot-Borgen wees uit dat twintig procent van de Noorse topsporters leed aan een eetstoornis. De Amerikaan Mook toonde in 1998 zelfs aan dat 62 procent van de `esthetische sporters' eetproblemen had.

Toch hebben eetstoornisspecialisten hun twijfels over de cijfers. Volgens Niek van Leeuwen, psychotherapeut bij de eetstoornissenkliniek Robert-Fleury Stichting, wordt er ten onrechte een paniekstemming gecreëerd. ,,Door ondeskundigheid wordt het probleem nu opgeblazen. Dat sporters eetproblemen hebben, betwist ik niet. Wat ik wel betwist is dat een sporter met een eetprobleem gelijk staat aan een anorexia- of boulimiapatiënt. Miljoenen mensen proberen namelijk af te vallen.''

Anita Jansen, hoogleraar `psychologie van eetstoornissen' aan de Universiteit van Maastricht, vindt het onderzoek van NOC*NSF `aan de magere kant'. ,,Je kan geen conclusies verbinden aan uitlatingen van 36 personen die van toeten noch blazen weten. De auteurs gaan voorbij aan andere geluiden in de wetenschap. Een voorbeeld: topsporters die gestoord eetgedrag vertonen, lopen geen risico op eetstoornissen, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Ook zijn topsporters veel tevredener met hun lichaam, dan niet-sporters.''

Van Leeuwen, tevens als eetstoornissenspecialist verbonden aan NOC*NSF, wil wel erkennen dat jonge topsporters kwetsbaarder zijn. ,,Vaak hebben ze geen keuze en moéten ze afvallen. In sommige sporten is afvallen immers een voorwaarde voor succes. Heb je er niet alles voor over om de beste te zijn, dan mis je topsportmentaliteit en ben je geen topsporter. Daar kun je inderdaad je vragen bij stellen.''

Toch wil NOC*NSF dat het eetprobleem van topsporters hoog op de agenda komt. ,,Er wordt nu eindelijk over gesproken. Maar onder veel topsporters en coaches blijft het onderwerp taboe'', aldus onderzoeker Coumans. NOC*NSF wil daarom snel met richtlijnen over verantwoord afvallen komen. De scriptie van judoka Daniëlle Vriezema komt daarbij goed van pas, vindt hij. ,,Het kan als leidraad dienen voor sporters. We raden de bonden ook aan zelf meer aan voorlichting en begeleiding te doen. Want bij coaches is grote ondeskundigheid. Ze moeten bewust zijn dat opmerkingen over gewicht ernstige gevolgen kunnen hebben voor jonge sporters.''

De Robert-Fleury Stichting overweegt een hulplijn voor topsporters in te stellen, weet Van Leeuwen. ,,Topsporters kunnen zich, net als iedereen, gewoon bij ons aanmelden. Als blijkt dat er grote behoefte aan is, is een meldpunt voor sporters geen slecht idee.''