VEEL EERSTE-HULPARTSEN HEBBEN ER NIET VOOR GELEERD

De meeste artsen op de Eerste-Hulp van ziekenhuizen zijn niet speciaal opgeleid voor dit werk. In de Verenigde Staten bestaat zo'n opleiding wel. Het opleidingsniveau van de Spoedeisende Eerste Hulp (SEH)-artsen staat in schril contrast met dat van de verpleging die werkt op een eerste hulp: rond de negentig procent van de verpleegkundigen heeft een speciale opleiding voor de eerste hulp gevolgd. Dit staat in het proefschrift van chirurg in opleiding Nanette van Geloven die op 6 december aan de Universiteit van Amsterdam promoveert. Zij onderzocht het opleidingsniveau van SEH-personeel en de organisatiestructuur van spoedeisende hulpafdelingen. Vier Nederlandse ziekenhuizen zijn inmiddels een opleiding gestart om spoedeisende-hulpartsen op te leiden.

Op de SEH-afdelingen verschijnt een gemêleerd publiek. Er komen `zelfverwijzers', mensen die zonder tussenkomst van de huisarts besluiten om hulp in een ziekenhuis te zoeken, maar ook tweede-lijnspatiënten die door hun huisarts met spoed naar het ziekenhuis verwezen worden. En verder komen er mensen per ambulance binnen. SEH-artsen moeten zowel huisartsenklussen kunnen klaren, maar ook acuut ernstig zieken als eerste opvangen.

Een op de drie artsen die nu op een SEH-afdeling werkt heeft geen specifieke opleiding voor het eerste hulpwerk gehad. De overige artsen hebben vaak alleen een basiscursus spoedeisende hulp gedaan, wat inhoudt dat ze een cursus van twee dagen hebben gedaan waarin ze de eerste stappen leren die de SEH-arts moet zetten bij de opvang van mensen die een ongeluk hebben gehad (Advanced Technical Life Support). Over huis-, tuin- en keukenproblemen waarmee veel zelfverwijzers op de eertse hulp verschijnen, leren de SEH-artsen niets in deze tweedaagse cursus. De rest van de vaardigheden doen die SEH-artsen in de praktijk op.