Van truttenschudder tot icoon

De crêmekleurige DAF 600 in de toegangshal van het museum is een uitgewoond automobiel zonder nummerplaten. Ondanks het Dimitrol anti-roestplakplaatje op de achterruit is de carrosserie stevig aangevreten. Ook zitten er deukjes in voor- en achterbumper en oogt de bekleding vuil en versleten. Je zou wensen dat zich een liefhebber meldt om het wagentje in zijn oude glorie te herstellen.

Die kans is niet denkbeeldig. Tot 30 april 2001 is in het Techniek Museum Delft de tentoonstelling Hub. van Doorne, uitvinder – ondernemer te zien en geen DAF-liefhebber die het zich kan permitteren weg te blijven. Authentieke voertuigen, onderdelen, schaalmodellen, foto's en films geven een breed overzicht van Van Doorne's gevarieerde uitvindingen en wie het niet bij een nostalgisch tijdsbeeld wil laten kan de DAF-techniek proeven aan de hand van interactieve opstellingen.

Aanleiding voor de tentoonstelling is dat Hub. van Doorne honderd jaar geleden is geboren. Hij groeide op in America, in de Peel, als zoon van een smid. Zijn eerste bedrijfje, een smederij annex rijwielherstelplaats, dateert van 1920. Na vier jaar liep het mis. Maar de drang om eigen baas te zijn was sterk en in 1928 begon Hub. samen met zijn broer Wim in het centrum van Eindhoven de `C.V. Hub van Doorne's Machinefabriek'. Op 30 april 1932 werd het bedrijf ter gelegenheid van het exposeren van de eerste aanhangwagens op de RAI in Amsterdam omgedoopt tot `Van Doorne's Aanhangwagenfabriek': DAF was geboren.

Hub. van Doorne was een buitengewoon fantasierijk uitvinder, had lef en trok zich weinig aan van conventies. Zijn legendarische vederlichtgewicht-oplegger uit 1934 ging vergezeld van talrijke patenten (automatische koppelschotel, remmen, voorsteun, onafhankelijke wielophanging) en werd tot ver in de jaren zestig geproduceerd. Ook een succes was de DAF-losser, in opdracht van de NS ontworpen voor het huis aan huis transport van laadkisten, een voorbode van het huidige containervervoer.

In die tijd begon ook de samenwerking met het Nederlandse leger. DAF maakte bestaande legervoertuigen mobieler door ingenieuze aanpassingen te ontwikkelen. Zo is in Delft een brancard te zien die tot `kruiwagen' was uit te klappen en aan een fiets kon worden gekoppeld. De fameuze Tradoconstructie, een DAF-systeem waarmee een normale vierwielige vrachtwagen viel om te bouwen tot een zeswielige terreinwagen, was de voorloper van de `dikke DAF' waarmee Eindhoven in 1952 als eerste aan de NAVO-eisen wist te voldoen.

In de aanloop naar de oorlog was het pantservoertuig M39 net op tijd klaar om mei 1940 in te kunnen zetten tegen de Duitsers. De oorlogsjaren zelf bouwde DAF voertuigen voor de Duitsers, maar erg veel haast maakte men er niet mee. Intussen ontwierp Hub. van Doorne alvast vrachtwagens voor na de bevrijding. Uit 1941 stamt ook de driewieler die Hub. van Doorne thuis bouwde. Het autootje was bedoeld als `rijdende regenjas' maar verder dan een prototype kwam het niet.

De DAF-vrachtwagens en -bussen veroverden de wereld. Ze zijn te groot voor Delft – het DAF-museum in Eindhoven exposeert ze in een grote hal – maar ook de blikken modellen van bakwagen, oplegger, dragline en takelwagen die in het Techniek Museum staan opgesteld zijn een lust voor het oog.

Onbetwiste topper op de Delftse tentoonstelling is natuurlijk de variomatic, de auto met het `pientere pookje'. In een vrolijk ingerichte zaal staat, omringd door sanseveria's, op een draaiplateau de groene DAF 600 die op 7 februari 1958 op de RAI werd gepresenteerd. Het was Hub. van Doorne's antwoord op de 2CV en de Fiat 500. Direct werden er 4000 besteld. De continu variabele transmissie die er in was toegepast beleefde zijn eerste schets in 1955. Het systeem werkt met een overbrenging via banden in plaats van tandwieken. Onder de naam `transmatic' overleefde het in aangepaste vorm de ondergang van de DAF-personenauto in de jaren zeventig en maakt in de internationale automobielindustrie furore.

Is de DAF 600 nu een icoon, in de jaren zestig had hij het imago van `slome vrouwenauto'. Een krantenartikel met als kop `Vrouw en auto' kwam met de kwalificatie `truttenschudder met jarretel-aandrijving' en het werd er niet beter op toen het GAK vanaf 1967 een grote afnemer werd. Rijles nemen in een DAF 600 mocht alleen als je er een in je bezit had (een van je directe familieleden mocht ook). Als tegenzet liet het Eindhovense bedrijf de variomatic meedoen aan autorally's (Rob Slotemaker haalde met een DAF 55 in 1968 de eindstreep in een barre Londen-Sydney Marathon) en er kwam een formule-3 DAF met variomatic. Befaamd waren ook de achteruitrijraces met Dafjes.

Dat Delft met de tentoonstelling komt is een uitvloeisel van het eredoctoraat dat de Technische Universiteit (toen nog Hogeschool) in 1953 aan Hub. van Doorne toekende. Dankzij de steun van de familie Van Doorne is een schat aan materiaal bijeengebracht, waaronder een DAF-raceauto en een zeldzame TRADO met lier-trekhaakcombinatie. Het Techniek Museum heeft alles met bescheiden middelen liefdevol opgesteld en zo een stukje nationale trots doen herleven. DAF maakt deel uit van onze identiteit en geeft een warm gevoel.

Tentoonstelling: Hub. van Doorne, uitvinder - ondernemer. Techniek Museum Delft, Ezelsveldlaan 61. Tot 30 april 2001. Di t/m za 10-17u, zo 12-17u. Toegang ƒ5,-.