Supersister is nog altijd van een zeldzaam grote klasse

Vergeet al die andere comebacks van bejaarde popmuzikanten: Supersister is weer voor even bij elkaar. Op de begrafenis van hun vroegere manager werden de muzikanten van de Haagse hippiegroep geconfronteerd met de openingswoorden van hun bijna dertig jaar oud lied No tree will grow: `Life is no good friend / good friendship never ends.' Er volgde een uitnodiging voor een optreden op het Progfest in Los Angeles, een festival voor `progressieve' popmuziek zoals die in de jaren '70 door groepen als Supersister gespeeld werd. Japanners en Amerikanen verdrongen zich bij de kleedkamer met stapels oude elpeehoezen om te signeren, en de groepsleden vonden hun reünie voor herhaling vatbaar met twee opredens in eigen land.

Omdat alleen toetsenman Robert Jan Stips zichtbaar actief bleef in de popmuziek, was het de vraag hoe `roestig' Supersister zou zijn geworden. De groep deed geen moeite om (als Doe Maar) opnieuw de opnamestudio in te gaan, maar bracht de cd Memories Are New uit met oude live- en restopnamen. Het gevoel voor humor dat Supersister altijd heeft onderscheiden van de gezwollen prog rock van tijdgenoten als Pink Floyd en Soft Machine, bleek onaangetast. ,,Ik wist niet dat jullie pas 27 jaar waren'', refereerde Stips aan de periode dat de muzikanten niet meer samen op het podium hadden gestaan.

,,Dit is een geschiedenisles voor leerlingen aan de Rock Academie'', sprak Stips in Tilburg voordat in Corporate combo boys een serieuze bron van invloed werd aangehaald: `We listen with attention / to the Mothers Of Invention.'

Alle kwinkslagen ten spijt, spreidde het inderdaad wat stijfjes op gang komende Supersister een zeldzaam muzikantschap ten toon. Voor lange nummers met veel tempowisselingen en moeilijke maatsoorten draaide het viertal als gewoonlijk de hand niet om. Robert Jan Stips speelde zijn ingewikkelde partijen met het gemak van de ware routinier en toverde ondertussen alle ouderwetse Supersister-geluidjes uit zijn hypermoderne batterij keyboards, waaruit plotseling ook de `Mountains'-sample van The Nits weerklonk. Onverminderd mooi bleef de dwarsfluit van Sacha van Geest, soms prachtig vullend als ondersteuning voor toetsen- of zangpartijen, dan weer lyrisch en vloeiend in een afgemeten solostuk waar Thijs van Leer in zijn Focus-tijd alleen van mocht dromen.

Bijna het hele repertoire van de eerste drie Supersister-elpees kwam in ruim twee uur aan bod, compleet met psychedelische lichtshow en de twintig minuten lange krachttoer Pudding En Gisteren, het ballet dat in 1972 werd opgevoerd met het Nationaal Danstheater.

De live-favoriet Wow! werd voorafgegaan door een hilarisch verhaal over de gespannen relatie die Supersister altijd onderhield met hun veel intelligentere roadies, `die nu in grotere auto's komen aanrijden dan wijzelf'. Wilde hippiedansen werden er in de uitpuilende kleine zaal van 013 niet meer uitgevoerd, maar de vervormde bastonen bij Dona Nobis Pacem klonken nog even ontwapenend als toen. Dick Zwikker en Hans van Oosterhout, respectievelijk de vroegere manager en producer van Supersister, keken toe vanuit de muzikantenhemel en zagen dat het goed was.

Concert: Supersister. Bezetting: Robert Jan Stips (toetsen, zang), Sacha van Geest (fluit, percussie, zang), Ron van Eck (bas) en Marco Vrolijk (drums). Gehoord: 30/11 013, Tilburg. Herhaling 3/12 Paradiso, Amsterdam.

    • Jan Vollaard