Sterke verbeelding

Valse herinneringen zijn (in een experimentele opzet) te onderscheiden van echte omdat ze iets minder hersenactiviteit genereren.

Het verschil tussen echte en valse herinneringen is te zien met elektrische metingen van hersensignalen. Mensen zelf merken het verschil niet, anders was er ook geen sprake van valse herinnering. Tijdens experimenten produceerde het oproepen van echte herinneringen sterkere elektrische activiteit dan het oproepen van valse. En al tijdens het inprenten was te zien wat later zou leiden tot een fout in het geheugen en wat niet.

Dit concluderen promovendus Brian Gonsalves en prof.dr. Ken Paller van de Northwestern University in Chicago op grond van hun onderzoek. Gonsalves presenteerde de metingen kortgeleden tijdens het congres van de Society for Neuroscience, in New Orleans. Nature Neuroscience heeft inmiddels hun artikel afgedrukt in de decembereditie.

Enkele jaren geleden toonde prof.dr. Elisabeth Loftus van de Universiteit van Washington in Seattle aan hoe makkelijk het is om valse herinneringen te `injecteren': suggereer jonge mensen dat ze als vijfjarige waren zoekgeraakt in een groot warenhuis en sommigen spreken er enkele weken later over alsof het echt gebeurd is, met details en al. En dit jaar lieten collega's van Gonsalves en Paller op de Northwestern University in Chicago zien dat dat niet alleen in experimentele of in bijzondere situaties voorkomt: op middelbare leeftijd klopt van jeugdherinneringen weinig meer.

inbeelding

Gonsalves en Paller benutten in hun experimenten de kracht van inbeelding. Proefpersonen zagen op een beeldscherm steeds kort een woord, bijvoorbeeld appel, of hoed, of kat. De opdracht was een mentaal beeld van dit voorwerp te vormen. Ruim anderhalve seconde na het verschijnen van het woord volgde dan soms een foto van de bijbehorende appel of kat, soms alleen een leeg vierkant.

In de volgende fase werden de woorden via een speaker herhaald en moesten de proefpersonen laten weten of ze dat woord in de vorige sessie hadden gezien en of ze er ook een foto van gezien hadden. Ze vergisten zich daarin redelijk vaak: hadden ze het plaatje niet gezien, dan meenden ze in dertig procent van de gevallen van wel: een valse herinnering. Was de foto wel getoond, dan meende men een op de vier keer van niet.

Dit was op zichzelf geen nieuws, wel dat Paller en Gonsalves tegelijk de hersenactiviteit opnamen. Elektrodes maten de event-related potentials: hersengolven die ontstaan wanneer een groep cellen synchroon geactiveerd wordt door een gebeurtenis, bijvoorbeeld het woord op het beeldscherm. Die elektrische spanningen trekken als golven door het brein en worden opgepikt door elektrodes op de schedel. De computer reconstrueert waar en op welk moment die golven ontstonden.

Bij het analyseren van de gegevens bleek dat, in de testfase (het tweede deel van het experiment) echte herinneringen een signaal opleverden dat (tijdens de hoogste piek) ongeveer 15 procent sterker was dan de valse. De hersengolf die binnen een seconde na het zien van het woord door het hoofd trok, was (tijdens de hoogste piek) 0,7 V groter wanneer de foto echt gezien was dan wanneer de proefpersonen dat ten onrechte meenden. Ook tijdens de leerfase (het eerste deel van het experiment) werd een boeiend verschil zichtbaar. De inbeeld-pogingen die in de testfase een fout in het geheugen zouden opleveren, toonden tijdens de leerfase de grootste signalen.

Gonsalves en Paller vermoeden dat de onthullende signalen in de precuneus ontstaan, een hersengebied aan de binnenkant van de linker pariëtaalkwab. In andere onderzoeken was dit gebied actief wanneer mensen iets zagen of terugdachten aan iets wat ze hadden gezien.

De onderzoekers uit Chicago zien daarom in hun resultaten de neurologische basis van de valse herinnering: het sterke inbeelden tijdens de leerfase is af te lezen aan de sterke hersensignalen en vergroot de kans op een latere vergissing. Bij het terughalen echter, in de testfase, geeft het echte geheugen een sterker signaal, want meer details.

De precuneus ligt in het gebied dat in dit experiment extra actief was: boven, achter in het brein. Helaas kunnen de onderzoekers hiermee niet bevestigen dat de precuneus inderdaad de bron is, want de meetmethode met de event-related potentials moet het vooral hebben van de precisie op de milliseconde en niet op de millimeter. ``We hebben de proefopzet daarom zo aangepast dat proefpersonen de test nu ook in een fMRI scanner kunnen uitvoeren'', laat Brian Gonsalves weten. FMRI-scans zijn minder nauwkeurig in de tijd, maar effectief om de plaats te bepalen.

Dat het levendig voorstellen de kans op vergissingen vergroot, is zo gek niet omdat dat mensen voor inbeelden veel dezelfde gebieden gebruiken als voor echt zien. Voor de hersenen is het achteraf moeilijk onderscheid maken tussen die twee. Zeker omdat het brein niet letterlijk opneemt en afspeelt als een videorecorder, maar tijdens het opslaan en onderhoud van herinneringen de informatie bewerkt en ze bij het weer oproepen samenstelt uit de onderdelen. Daarbij kan het een en ander misgaan, zoals een gedachte aanzien voor een werkelijke gebeurtenis.

De enige aanwijzing dat de geteste mensen misschien toch minder zeker van hun zaak waren, was dat ze bij de valse herinnering iets langer wachtten met antwoord geven. ``Maar sommige foute antwoorden waren minstens zo snel als de juiste'', aldus Paller. ``Zekerheid is geen goede maatstaf voor juistheid.''

rechtszaal

Het onderzoek zal niet leiden tot een valse-herinneringdetector, te gebruiken in rechtszalen. Gonsalves: ``In het algemeen kun je zeggen dat echte herinneringen meer details bevatten dan valse. In onze laboratoriumexperimenten wéten we in welke gevallen het geheugen de mist in gaat, en dat kunnen we naast honderd vergelijkbare goede en foute antwoorden leggen. Ik zie niet hoe dat in een rechtszaal zou kunnen: het gaat om slechts één geval en je hebt geen echte en valse herinneringen als werkelijk vergelijkingsmateriaal.''

Zijn promotor Paller ziet als voornaamste probleem de leugendetectie: ``Zodra het bestaat, zullen sommigen, met hulp van hun advocaat, trainen om het apparaat om de tuin te leiden. Je kunt nooit zeker zijn of het geheugen klopt. Een herinnering is niet meer dan iemands bewering over wat er gebeurd is.''

    • Simone de Schipper