Sekte

Een keer per jaar is het Verstappen-dag. Op de opening van de autosportbeurs Speed & Design in de Jaarbeurs in Utrecht is Jos the Boss te bewonderen als het achtste wereldwonder. Iedereen wil hem zien, schampen, strelen. Stoetgewijs, als een sekte, kruipt het volk naar hem toe in verregaande staat van aanbidding. Yuppen, boerenkinkels, kinderen, vrouwen en dames schuiven voor een handtekening aan met een Jomanda-achtige stralenkrans. Jos geneest.

Het is een van de vele irrationele trekjes van deze natie. De F1-coureur heeft zowat het charisma van een klapband. Om een kerstlied mee te mompelen ontbreekt het hem aan taalvaardigheid. Een flauwe glimlach is hem in zijn kinderjaren ontstolen en sindsdien heeft Jos nooit meer gelachen. Ook niet om André van Duin. Buiten het parcours lijdt de coureur aan vertraagde motoriek. Jos Verstappen is Nederlands beroemdste slaapwandelaar. Alleen in het monocoque is hij klaarwakker.

Toch heeft Verstappen de grootste fanclub van Nederland. Het blijft raar dat er in dit met gewetensbezwaren doordrenkte land mensen zijn die van de Formule 1 houden. Als de prins een zwijntje omlegt, is Amsterdam te klein. Roken op de werkplek leidt nog net niet tot moord en doodslag. Vuurwerkfabrieken - sinds jaar en dag hefbomen van het nationale vermaak - moeten opeens dicht. Snelheidsovertreders op de weg worden verwezen naar de categorie a-socialen. Kortom, Nederlanders willen overleven op recept.

Cultuur en natuur zijn in Monza en Silverstone even ver weg als Design in Staphorst. En een Nederlander in een bolide heeft altijd iets komisch - zijn hoofd schreeuwt om een open dak. Consensus - het ruggenmerg van de samenleving - is een hoogmis van de surplace en als er nou een sport is waar temporiseren erger is dan sterven dan is het wel de Formule 1. En toch is Jos verstappen een nationale held.

Vreemd volk.

Daarbij komt dat het racecircuit een orgie van het wildste kapitalisme is waar burgers in de negentiende eeuw zich voor zouden schamen. De Formule 1 staat volledig buiten de democratie. Miljarden dollars flitsen heen en weer en alleen een handvol monopoliehouders, glad als snot, weet wat daarvan de bedoeling is. Contracten hebben in dit wereldje de substantie van regen. De manager van Verstappen zei het deze week zo: ,,Iemand heeft ooit gezegd dat een getekende overeenkomst in de Formule 1 niet meer is dan de basis voor verdere onderhandelingen.'' Anders gezegd: de Formule 1 is de negatie van het bestaan van Joop den Uyl. En toch roept half Nederland 'Yes' als het Verstappen ziet.

Een aantal voetbalclubs wil ook in de racerij. Zelfs het armlastige Vitesse krijgt natte dromen van van de glamour en glitter. Zestig miljoen schuld, maar wel door de bochten mee willen hobbelen met de epigonen van Michael Schumacher, Mika Hakkinen en Pedro de la Rosa. En maar zeuren dat er geen geld meer is voor de jeugdopleiding. Hypocrisie is een slepende ziekte.

Het is nog niet hemelaal zeker dat Jos Verstappen aan het nieuwe seizoen kan beginnen in zijn Arrows. De coureur en zijn manager zijn nog in onderhandeling met teambaas Walkinshaw. De aankondiging dat testrijder Gastón Mazzacana is aangetrokken, is zelfs een veeg teken. De Argentijnse coureur beschikt, naar verluidt, over meer sponsorgelden. En daar draait het om bij Arrows.

Voor de `gelovigen' op de Autosportbeurs in Utrecht is het ondenkbaar dat hun held de concurrentie zou verliezen van een Argentijn. Jaja, er begint iets te ontstaan tussen dit lage landje en de overzeese grootmacht. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

Om te anticiperen op mogelijke lezersbrieven: steller dezes heeft geen enkel moreel bezwaar tegen autoracen. Sterker, ik ben een fan van Mika Hakkinen. De Finse stoïcijn, van nature wit als de dood, die bij 300 km per uur nog steeds geen krimp geeft, ontroert mij zeer. Een attente lezer zal mij nu vragen: Heeft Hakkinen dan meer charisma dan een klapband?

Nee.

Maar Hakkinen is geen Limburger. Hij staat niet te wauwelen op een beurs in Utrecht. Hakkinen is een atoom: hij verdwijnt en verschijnt naar eigen smaak en gevoel. Mika Hakkinen is een god en Jos Verstappen blijft een reserve-heilige.