Reparatie voor de oude dag

Tien of meer jaar geleden was het voor werkende vrouwen niet altijd mogelijk een pensioen op te bouwen. Sommige regelingen sloten alle vrouwen uit, andere deeltijders of administratief personeel. Vaak kan die schade gerepareerd worden.

`Oudere vrouwen stuurden ons schoenendozen met hun hele administratie erin. Dan vonden we ouderwetse girostrookjes met een salaris erop, of getuigschriften. Mensen blijken veel te bewaren'', zegt Dick Gorissen, hoofd productmanagement bij pensioenfonds PGGM. ,,Gelukkig maar, want op die manier kunnen ze vaak alsnog een ouderdomspensioen claimen.'

Tot begin jaren negentig kwam het voor dat werkende vrouwen geen ouderdomspensioen opbouwden. Bijvoorbeeld omdat in de reglementen van het pensioenfonds was opgenomen dat vrouwen – soms alle vrouwen, soms alleen gehuwde vrouwen – waren uitgesloten van deelname. De meeste fondsen maakten het niet zo bont en discrimineerden alleen indirect. Bijvoorbeeld door fulltimers toe te laten, maar deeltijders – bijna altijd vrouwen – niet.

PGGM accepteerde tot 1 januari 1991 alleen werknemers die per week meer dan 16 uur werkten. Voor gezins- en bejaardenverzorgsters was er een aparte regeling. Tot april 1983 mochten zij pas pensioen opbouwen als ze 35 uur of meer per week werkten. Tegenwoordig maken fondsen zich niet meer schuldig aan deze discriminatie, maar daar zijn heel wat uitspraken van het Europese Hof van Justitie aan vooraf gegaan.

,,De maatschappelijke inzichten zijn veranderd, daarom willen we de schade uit het verleden repareren'', zegt Gorissen. ,,Wij werden daar extra mee geconfronteerd, want van onze 1,4 miljoen deelnemers is 80 procent vrouw.'' Sinds 1996 is PGGM op zoek naar mogelijke gedupeerden. Het fonds zocht in zijn bestand naar mensen die oud genoeg waren om vóór 1991 gewerkt te hebben en die een gat in hun pensioenopbouw hadden, wellicht doordat ze een tijd in deeltijd hebben gewerkt. De eerste deelnemers die in 1996 een brief van het fonds kregen, waren de 65-plussers. Die brievenstroom gaat nog steeds door – nu zijn de jongere kandidaten aan de beurt –, want het gaat om een half miljoen potentiële belanghebbenden. Binnenkort begint PGGM met een grote mediacampagne om vrouwen te traceren die wellicht ook recht hebben op een ouderdomspensioen, maar die niet in het PGGM-bestand voorkomen, omdat ze uitsluitend in deeltijd hebben gewerkt. Het fonds schat op deze manier nog 20.000 tot 50.000 personen te achterhalen.

De Europese rechter heeft bepaald dat pensioenreparatie alleen is toegestaan als de gedupeerde werkneemsters alsnog zelf de werknemerspremie betalen. Dat moeten andere werknemers tenslotte ook. Omdat dit een barrière is, brengt PGGM het bedrag van de premie in mindering op de pensioenuitkering. Dat komt neer op een korting van 17 procent. Volgens Gorissen gaat het in bijna alle gevallen om kleine pensioentjes, maar omdat de vrouwen in kwestie vaak een laag inkomen hebben, is de aanvulling zeer welkom. ,,Gemiddeld gaat hun pensioen met 30 procent omhoog'', zegt Gorissen. ,,Voor de meeste vrouwen die voor reparatie in aanmerking komen, geldt dat ze in andere perioden in hun leven gemiddeld een pensioen hebben opgebouwd van 2.000 tot 2.500 gulden per jaar. Door reparatie krijgen ze op jaarbasis zo'n 600 gulden extra.''

De meeste pensioenregelingen kiezen niet voor zo'n actieve opstelling. Doorgaans moeten gedupeerden zelf aan de bel trekken als ze reparatie willen en dat is er door alle jurisprudentie over dit onderwerp de laatste jaren niet eenvoudiger op geworden. Pensioenschade kan in principe gerepareerd worden met terugwerkende kracht tot 1976. In dat jaar bepaalde het Europese Hof van Justitie dat mannen en vrouwen recht hebben op gelijk loon. Pensioenfondsen trokken zich daar weinig van aan, want was pensioen eigenlijk wel loon? Hierover kwam pas duidelijkheid in 1986, toen de Duitse mevrouw Bilka zich bij het Hof beklaagde over het feit dat zij vanwege haar deeltijdbaan geen pensioen mocht opbouwen. Desondanks duurde het nog tot in de jaren negentig voordat alle fondsen hun reglementen hadden aangepast. Hierdoor is het mogelijk dat pas in 2030 de laatste vrouwen met pensioen gaan die door discriminatie uit het verleden een lager pensioen ontvangen. ,,De uitspraak in het Bilka-arrest gaat met terugwerkende kracht terug tot 1976'', zegt Albertine Veldman, universitair hoofddocent arbeidsrecht bij de Universiteit Utrecht. Dat zou betekenen dat alle betrokken vrouwen naar hun oude werkgever of pensioenfonds kunnen stappen om reparatie te claimen. ,,Zo eenvoudig ligt het niet'', zegt Veldman, ,,Als je rechten wilt afdwingen die ontleend zijn aan het Europese recht, doe je dat op basis van nationaal procesrecht. Daarbij heb je te maken met verjaringstermijnen.'' In eerste instantie was er verwarring over de verjaringstermijn, totdat de Hoge Raad eind vorig jaar besliste dat pensioenreparatie in aanmerking komt voor de lange verjaringstermijn van 20 jaar. Maar er zit nog een addertje onder het gras. De uitspraak van de Hoge Raad had betrekking op het oud Burgerlijk Wetboek (BW), dus op zaken die aangekaart zijn voor 1993. Het nieuw BW bepaalt echter dat mensen die op de hoogte zijn van hun pensioenschade de zaak binnen vijf jaar aanhangig moeten maken. ,,Wie nu gaat claimen heeft met het nieuw BW te maken'', zegt Veldman. ,,En op dit moment is nog niet duidelijk wanneer je als individu precies met pensioenschade bekend kon zijn.''

In principe is het mogelijk dat fondsen zich op het formele standpunt stellen dat vrouwen weliswaar recht hebben op pensioenreparatie met een terugwerkende kracht van 20 jaar, maar dat ze te laat zijn met hun claim. In dat geval zou er niet gerepareerd hoeven worden. De pensioenwereld wacht gespannen een nieuw arrest van de Hoge Raad af. ,,Dat gaat nog wel een tijdje duren'', zegt Casper Strookman, secretaris van de Ombudsman pensioenen. Desondanks vindt hij dat vrouwen tóch een claim moeten indienen. Dat kan door een brief te schrijven aan de (ex-)werkgever of, als die onvindbaar is, aan het pensioenfonds. Als die mee willen werken, moet degene die claimt arbeidsovereenkomsten of loonstrookjes laten zien, want de bewijslast ligt bij de toekomstige gepensioneerde. Ook Strookman weet niet hoe groot van slagen is. Nederland kent zo'n 1.000 pensioenregelingen en niemand heeft inzicht in de manier waarop de verschillende regelingen met reparatie omgaan. Wel is het gros van de werkende bevolking aangesloten bij slechts 10 fondsen en dat geeft hoop, want uit ervaring weet Strookman dat grote fondsen vaak zonder problemen repareren. ,,Altijd proberen dus, want je weet maar nooit. En als het nu niets oplevert, heeft de brief misschien de eventuele verjaring opgehouden.''

Wie na 1976 in de zorg- en welzijnssector werkte en geen pensioen opbouwde, kan voor informatie terecht bij de klantenservice van PGGM, tel. 030-6969696. Wie na 1976 in een andere sector werkte en voor reparatie in aanmerking denkt te komen, maar geen oude werkgevers of pensioenfondsen kan traceren, kan bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen terecht voor adressen van pensioenfondsen: Patrijsweg 30, 2289 EX Rijswijk. Ook een handig hulpmiddel bij het vinden van een voormalig pensioenfonds is de website van de Verzekeringskamer (www.verzekeringskamer.nl). Mensen die menen ten onrechte uitgesloten te zijn van pensioenregelingen kunnen bovendien een klacht indienen bij de Commissie Gelijke Behandeling, Postbus 16001, 3500 DA Utrecht, e-mail: cgb@support.nl