`Rekening in Luxemburg was nooit een blok aan mijn been'

Een bekende grap over zwart geld: u heeft het niet, maar de buurman wel.

Roel en Els zíjn die buren. Ze willen hun verhaal vertellen op voorwaarde dat ze niet met hun echte naam in de krant komen. Ze wonen in een grote stad, in een appartement met uitzicht op een chique plein. Op de vensterbank staan foto's van de vier kleinkinderen.

Vijfentwintig jaar geleden ontving Roel van een buitenlandse fabrikant vijftigduizend gulden commissie – de beloning voor een grote order. Het geld werd zwart uitbetaald in Luxemburg, op een nummerrekening die Roel daarvoor speciaal had geopend. Voortaan reed de familie via Luxemburg naar het vakantieadres in Frankrijk. Soms om wat geld op te halen, maar meestal met de intentie een flink pak bankbiljetten weg te brengen. Soms 20.000 gulden spaargeld, ook een keer een erfenis van een halve ton die ze buiten het zicht van de fiscus wilden houden.

De bank beheerde de beleggingsrekening. Afschriften werden er nooit verstuurd, het nieuwe saldo was bij elk bezoek weer een verrassing. Na twintig jaar stond er omgerekend zes ton op de nummerrekening.

En toen ging het mis.

Op een dag stonden er om acht uur 's ochtends zes mannen van de FIOD op de stoep. ,,Wat nu, heren'', zei Els, in haar ochtendjas. De rechercheurs wisten dat zij de aanschaf van hun luxe appartement deels vanuit Luxemburg hadden gefinancierd. Buiten medeweten van de notaris hadden ze onder tafel een ton aan de projectontwikkelaar betaald. De rechercheurs namen de administratie van hun zaak in beslag. Els werd thuis een hele dag verhoord, steeds kwamen er weer andere vragenstellers. Roel mocht in de gevangenis zijn verhaal doen.

De affaire had hun faillissement kunnen betekenen. Maar tot hun opluchting accepteerde de fiscus zonder morren een schikkingsvoorstel van ruim drie ton – volgens de accountant van Roel en Els een fractie van wat de fiscus had kunnen opleggen. Met de boete voor valsheid in geschrifte die de officier oplegde, bedroeg de `schade' ruim 400.000 gulden. ,,We zijn goed weggekomen'', zegt Els.

,,Dat geld in Luxemburg was mijn oudedagsvoorziening'', zegt Roel. ,,Omdat ik een paar keer van baan ben gewisseld, stelde mijn pensioen niks voor. Ook wilde ik geld achter de hand hebben voor dure operaties van mijn zieke zoon.

,,Je hoort wel dat mensen zwart geld geen rustig bezit vinden. Dat ze bang zijn dat het later bij de erfenis voor problemen zorgt. Maar voor ons was die rekening zeker geen blok aan het been. Je kan met dat geld geen gekke dingen doen: niet elk jaar een dure auto kopen of boven je stand gaan wonen. Wij gebruikten het voor de inrichting van ons huis, voor een nieuwe keuken of een fijne vakantie.

,,Ik heb me ook nooit opgelaten gevoeld over die rekening in Luxemburg. Om te beginnen was slechts de helft van het geld zwart. Ik heb me mijn hele leven de pestpokken gewerkt. Nooit heb ik gebruik gemaakt van enige sociale voorziening. Geen dubbeltje WW, geen Ziektewet, geen studiefinanciering voor mijn kinderen – ik heb altijd het volle pond betaald.

,,Die vier ton ben ik allang vergeten. Voor de kinderen is het jammer dat ze straks minder erven. En in plaats van naar Los Angeles gaan we tegenwoordig naar Ibiza op vakantie, ook best. Het enige vervelende waren die twee dagen in de gevangenis. Dat is een kras op mijn ziel. Het is echt frustrerend om onder een papieren laken te moeten slapen. Ik ben geen crimineel.''

Met zwart geld wil Roel niets meer te maken hebben. ,,Niet uit principe. De schilder of de timmerman die op zaterdagmiddag bij me klust, betaal ik desgewenst zwart. Maar zelf wil ik geen risico meer lopen. Ik ben het gezeur zat.''

En Els? ,,Op die vraag geef ik geen antwoord.''