Op kamers

Het studiejaar 2000/2001 is begonnen en Nederland heeft er weer een nieuwe groep kamerbewoners bij.

1

Huurcontract

Hoewel een mondelinge huurovereenkomst ook rechtsgeldig is, is een schriftelijk contract de beste manier om problemen te voorkomen. In zo'n contract staan minimaal de namen van huurder en verhuurder, de huurprijs, de afspraken over het gebruik van keuken en badkamer en de datum waarop de overeenkomst ingaat.

2

Huurbescherming

Ook kamerbewoners hebben recht op huurbescherming. Als de verhuurder de overeenkomst wil opzeggen en de huurder wil dat niet, dan is de huurder degene die naar de rechter moet. Die zal de huurovereenkomst alleen in serieuze gevallen beëindigen, bijvoorbeeld als de huurder zich niet goed gedraagt (geluidsoverlast, huurschuld etc.) of als de verhuurder de kamer nodig heeft voor eigen gebruik.

3

Onderhuur

Studenten wonen vaak in onderhuur. Zij genieten huurbescherming ten opzichte van de huurder, dus van degene met wie zíj de huurafspraken hebben gemaakt. Zomaar uit een kamer gezet worden kan dus niet. Huurbescherming ten opzichte van de eigenaar van de woning is er echter niet, dus onderhuurders hebben een zwakkere rechtspositie.

4

Huurprijs

Het zogenaamde puntensysteem is een handig hulpmiddel bij het bepalen van een redelijke huurprijs. Wie op basis van de puntentelling te veel huur betaalt, kan in aanmerking komen voor een huurverlaging, zelfs als de – hoge – huurprijs is opgenomen in een huurcontract. Het puntensysteem wordt uitgelegd in de brochure `Op kamers', te bestellen door ƒ8,05 over te maken op giro 6217479 t.n.v. Woonbond Amsterdam met vermelding van DO 06. Deze brochure bevat uiteenlopende informatie over kamerhuur.

5

Huursubsidie

Alleen mensen die woonruimte hebben met een eigen ingang, badkamer, wc en keuken hebben recht op huursubsidie. Voor kamerbewoners geldt dit meestal niet. Wie twijfelt kan bij VROM de brochure `Huursubsdie 2000-2001' bestellen: 0900-8052 of kijken op internet (www.minvrom.nl/wonen).

6

Huis kopen

Het nieuwe belastingstelsel maakt het minder aantrekkelijk om een huis te kopen voor een studerend kind en eventuele medestudenten, want de hypotheekrente is alleen aftrekbaar voor het huis waarin men zelf woont. Het `studentenhuis' valt in box 3 en over de waarde moet 1,2 procent vermogensrendementsheffing betaald worden. De eventuele schuld op het studentenhuis komt in mindering op het vermogen, maar dit zal niet opwegen tegen het nadeel van de niet-aftrekbare rente. Wel is het een voordeel dat de huurinkomsten uit het studentenhuis niet meer opgegeven hoeven worden.

7

Verzekeringen

Als jongeren het ouderlijk huis verlaten, vallen hun spullen niet meer onder de inboedelverzekering van hun ouders. Veel banken en verzekeraars hebben speciaal voor studenten een basisverzekeringspakket met een inboedelverzekering met een dekking van zo'n 20.000 gulden, een aansprakelijkheidsverzekering (WA) en soms een ongevallenverzekering voor een paar tientjes per jaar. Ook een ziektekostenverzekering is nodig. Iedereen die studiefinanciering ontvangt kan een standaardpakketpolis afsluiten voor zo'n 70 gulden per maand. Studenten met een bijbaan zijn vaak wel via het ziekenfonds verzekerd, dus die moeten erop letten dat ze niet dubbel verzekerd zijn.

8

Studiefinanciering

Zodra studenten op kamers gaan wonen, gaat het bedrag van de maandelijkse basisbeurs omhoog van ƒ144,25 naar ƒ444,25. Ook de aanvullende beurs gaat, afhankelijk van het inkomen van de ouders, omhoog. Het is daarom belangrijk een wijziging in de woonsituatie snel door te geven aan de IB-Groep. Dat kan via internet (www.ib-groep.nl). En natuurlijk moeten studenten zich in hun (nieuwe) gemeente laten inschrijven op hun nieuwe adres.

9

Rondkomen

Wie wil leren om slim met geld om te gaan en behoefte heeft aan praktische tips, heeft iets aan de `Geldwijzer studenten', te bestellen door overmaking van ƒ17,- op giro 368700 t.n.v. Nibud Utrecht met vermelding van E23.