Man van regels in het magazijn

Aflevering 10: Waarin magazijnchef Alfred Spaans in opperste concentratie orde schept op zijn werk en in zijn privéleven.

'Ach gut, Henk, kijk nou wat geinig!' Een vrouw met een volle boodschappentas blijft staan voor een rode Hyundai naast de supermarkt. Ze wijst naar de zonneschermen achter de zijruiten, waarop twee baby's zijn afgebeeld. Die kijken al net zo bedremmeld als Henk, die zuchtend stilhoudt. 'Vind je dat niet énig, Henk? Kunnen we ook laten maken met Dorus erop', zegt ze terwijl ze naar haar poedel kijkt. Henk heeft meer belangstelling voor de auto, die even gloednieuw is als de baby's achter de ruiten. 'Mooi ding', zegt hij. 'Ja, leuk toch? Lachen toch? Met Dorus erop?'

De vader van de afgebeelde baby's merkt intussen niets van de drukte bij zijn auto. Magazijnchef Alfred Spaans (31) bladert door pakbonnen in zijn piepkleine kantoortje. Het is zondagmiddag en dan komen er geen leveranciers. 'Kom ik weer eens aan de administratie toe', concludeert Alfred tevreden. Hij is een kleine, besnorde man, met handen die zo groot zijn dat ze niet bij zijn lichaam lijken te horen. Hij moet er zelf om lachen. 'Rare dingen zijn het, die knuisten van mij.' Toen hij klein was, belandde een van die knuisten nog weleens op de ribbenkast van een klasgenoot. Alfred was een agressief kind, zegt hij zelf. 'Eén woord te veel en het was boem.' Hij is gaan sporten 'om van die woede af te komen' en dat hielp. Dankzij een jarenlang trainingsregime met yoga, tai-chi en taekwondo heeft Alfred 'innerlijke rust' gevonden. Het draait allemaal om concentratie, weet hij, maar met 'ingewikkelde oosterse filosofieën' moeten ze bij hem niet aankomen. 'Yin en Yang begrijp ik nog wel, maar verder moet het niet gaan. Ik ben een doener, geen denker.' Dat heeft hij ook tegen de bedrijfsleiding gezegd, toen die bij hem erop aandrong een aantal bedrijfscursussen te doen. 'Anders schop je het niet verder dan het magazijn, Alfred', hadden ze gezegd. 'Dat is ook precies zo ver als ik het schoppen wil', had hij geantwoord. Hij ontkwam alleen niet aan de cursussen Ontvangst Goederen en Heftruckrijden. 'Voor een ander is studeren een eitje, maar ik had het sinds de lts niet meer hoeven doen.'

In de veertien jaar dat hij bij de supermarkt werkt, heeft Alfred alle afdelingen al gezien. Zijn vermogen zich 'compleet te concentreren' heeft hem de zwarte band en derde dan opgeleverd in het taekwondo, maar ook een probleem op de werkvloer. 'Ik kan maar één ding tegelijk. Als ik me concentreer op mijn werk, lukt het me niet tegelijkertijd glimlachend een klant te helpen. Ik kwam nors en stug over. Terwijl ik het helemaal niet zo bedoelde.' In het magazijn heeft hij louter met collega's te maken: chefs die komen kijken of hun voorraad al is geleverd of vakkenvullers die dozen in de kartonpers gooien. 'De chauffeurs natuurlijk die soms even blijven hangen om een bakkie te doen. Heel gezellig, maar ik hou het kort. Het moet hier geen sociaal gebeuren worden.'

Een man van regels en discipline. Alfred geeft toe dat hij 'best kan zeuren over kleine dingetjes', maar meent dat dat voor ieders bestwil is. 'Alles moet op de juiste plek staan, dat werkt het efficiëntste. Ik kan niet tegen slordigheid.' Een andere stelregel is dat werk en privé strikt gescheiden dienen te blijven. Collega's komen niet vaak bij hem over de vloer, ook niet op kraamvisite. 'Ik ga met iedereen leuk om, maar als ik hier de deur achter me dichttrek, is het werk afgelopen.'

Slechts één keer in zijn loopbaan heeft Alfred zijn eigen wet gebroken: hij trouwde een 'Konmar-meisje', de moeder van de kersverse tweeling. Hij glimlacht een beetje betrapt. 'Soms moet je de regels iets buigen, voor de goede zaak.' Nu werken ze niet meer in hetzelfde filiaal en 'thuis wordt écht niet de hele dag over de supermarkt gepraat'.

Alfred maakt een rondje langs de stellages met dozen die voor een leek eender lijken. Hij weet exact wat in welke doos en op welke stelling staat, hoe lang ze er staan en wanneer ze weg moeten. 'Alles onder controle', bezweert hij. In de winkel gaat het er inmiddels iets minder gecontroleerd aan toe. De brede winkelpaden kunnen op zondagmiddag de drommen klanten nauwelijks bergen. 'Een mierenhoop', concludeert Alfred. 'De nieuwe chef van de slagerij kwam net nog even bij me uitblazen. ''Gaat dat elke zondag zo?" vroeg hij. Elke zondag, zei ik. Het is zoals met een hongerige, huilende tweeling die ook nog eens een schone luier moet: niet nadenken, maar als een kip zonder kop doorpezen.' M

Volgende maand: Wessel van der Bosch, de nieuwe chef slagerij, beleeft zijn vuurdoop op een van de drukste afdelingen van de supermarkt.