Islamitische tijdbom in het westen van China

China vindt dat het zijn minderheden, zoals de islamitische Oeigoeren in de westelijke provincie Xinjiang, prima behandelt. De Oeigoeren zelf zien dat zij een minderheid in eigen land worden. De Chinese repressie werkt de radicalisering van de islam in de hand. `Onze cultuur wordt geëlimineerd, en daarmee wijzelf ook.'

Abdulhamit Samet pakt een tuinslang en richt de waterstraal op een rij strenge Chinese krijgsheren. Bijna twee millenia geleden kwamen zij naar Xinjiang om het gebied in opdracht van de keizerlijke Han-dynastie te veroveren. Vorig jaar werden ze in de oasestad Kashgar, iets ten noorden van Pakistan, vereeuwigd in steen. Van de overheid moeten alle lokale schoolkinderen dit monument bezoeken. Hier krijgt de Oeigoerse jeugd uitgelegd hoe `glorieus' de komst van de Chinezen uit het oosten was, en hoe `positief voor de ontwikkeling van de westelijke regio' hun huidige regime is.

,,Ik ben verplicht dat verhaal te vertellen'', zegt een docent. ,,En iedere keer doet mijn hart pijn. Het liefst zou ik mijn leerlingen meenemen naar de moskee, maar daar mogen jongeren beneden de achttien niet meer komen. Mijn volk is woedend. Iedereen sympathiseert met mujahedeen die het namens ons tegen Peking opnemen.''

Aanvallen op gebouwen van de Chinese overheid, liquidaties van imams die `collaboreren' met het communistische bewind, clashes tussen Oeigoeren en de veiligheidspolitie, bomaanslagen in stadsbussen: in Xinjiang strijden al jaren groepjes onafhankelijkheidsactivisten, die steeds sterker door de islam worden geïnspireerd. Gebrek aan coördinatie en fragmentarisering ten gevolge van Chinese ondermijning maken de kans op succes klein, maar veel Oeigoeren blijven hopen op een doorbraak. Zelfs een schoonmaker als Abdulhamit Samet kan het ene moment gedienstig de gebeeldhouwde Chinese `bezetters' wassen, om het volgende moment aan Amerikaanse vakantiegangers (werkzaam op de ambassade in Peking) te vragen wanneer het Witte Huis troepen stuurt om Xinjiang te bevrijden. Ooit gaf Song Hanliang, een plaatselijke Chinese partijfunctionaris, het toe: ,,Elk dorp in deze contreien, elke werkeenheid, elke verzamelplaats van mensen is een verzetshaard.''

,,Wie bevriend wil raken met een Chinees, moet een bijl bij zich dragen'', sombert Erkin Alptekin op zijn kantoor in Den Haag. ,,Dat spreekwoord klopt helaas nog steeds.'' De 61-jarige Oeigoer kan het dossier-Xinjiang dromen: uit angst voor luan (chaos) en het uiteenvallen van het rijk, houdt China de provincie in een ijzeren greep. Ook de drugshandel die van hieruit plaatsvindt, is reden voor repressie. Daarnaast heeft de olie-arme Volksrepubliek een economische aanleiding om Xinjiang niet los te laten: in de grond zitten flinke voorraden zwart goud.

Alptekin ijsbeert door het schamele hoofdkwartier van de UNPO, een alternatieve Verenigde Naties bestaande uit vijftig `niet-vertegenwoordigde landen en volken' als de Aboriginals, Tibetanen, Armeniërs, Taiwanezen, Kosovaren, Mohawk-indianen en Zuidmolukkers. Hij werd herfst vorig jaar benoemd tot interim secretaris-generaal van de organisatie. ,,Onze leden representeren wereldwijd in totaal ongeveer honderd miljoen mensen die verlangen naar onafhankelijkheid. Maar hoe gefrustreerd en verdrietig ze ook zijn: voor de UNPO is het gebruik van geweld uitgesloten.'' Ook op zijn geboortegrond? ,,Eh, eigenlijk wel.''

Alptekin ís Xinjiang. Zijn levensverhaal blijkt verweven met de Werdegang van de grote woestijnprovincie (driemaal Frankrijk), die net als de nabije naties Kazachstan, Oezbekistan, Tadjikistan, Kirgizië en Toerkmenistan deel uitmaakt van de `Turkse gordel' in Centraal-Azië. Volgens de politieke erfgenamen van de Grote Roerganger behoort Xinjiang `sedert antieke tijden tot het heilige Chinese grondgebied'. Peking heeft het strategische belang van de streek nooit onderschat. Tenslotte liep de Zijderoute, de landbrug tussen het Rijk van het Midden en Europa, er dwars doorheen. Dat menige Oeigoer liever vandaag dan morgen een opstand ziet uitbreken, vloeit in de ogen van China's leiders voort uit `gebrekkige kennis van de geschiedenis'. Voor Erkin Alptekin is het beledigende taal. ,,Ik kwam in 1939 ter wereld als zoon van de liberale politicus Isa Yusuf Alptekin'', verklaart hij plechtig. ,,Aanvankelijk was mijn vader volksvertegenwoordiger namens Xinjiang in het Chinese parlement, gecontroleerd door de Nationalistische Partij van Generalissimo Chiang Kai-Shek.'' Zijn ogen stralen: ,,Vlak voor het eind van de Tweede Wereldoorlog kwamen de Oeigoeren in het geweer tegen diens wanbeleid. Ze slaagden erin de onafhankelijke republiek Oost-Turkestan op te richten. Mijn vader was enkele jaren premier, tot 1949, het moment dat Mao's Volksbevrijdingsleger binnentrok. Ons gezin moest door de bergen vluchten, richting India. Mijn ouders, mijn drie broers en ik overleefden ternauwernood. Yalkin, mijn zusje van zeven, vroor dood. Uiteindelijk bereikten we India. We konden politiek asiel in Amerika krijgen, maar mijn vader wilde niet vervreemden van zijn cultuur. Hij koos voor Turkije, waar hij een ballingenorganisatie ging leiden. In de loop der jaren werd Isa Yusuf een uitgedoofde ster, een symbool van het verleden. Toen hij in 1993 overleed, had hij Xinjiang nooit meer teruggezien.''

Winkelpaleizen

De provinciehoofdstad Urumqi, een nagenoeg geheel Chinese enclave, is de afgelopen decennia volgebouwd met achtereenvolgens neo-stalinistische blokkendozen, postmoderne kantoorkolossen en westers aandoende winkelpaleizen.Hier en daar valt nog een islamitisch gevelornament of een minaretvormig dak te ontwaren. Op uithangborden en billboards (Daewoo, Esprit, Nokia) prijken Chinese karakters. Daaronder, stukken kleiner, staat soms een vertaling in Arabische lettertekens. President Jiang Zemin blikt vanaf mammoetposters op de boulevards neer. Zijn slogan is: `Onze volken hebben één hart. Werk samen! Eenheid! Stabiliteit!' In de winterse straten drommen zakenmensen met Samsonites, yuppen met gsm's en ambtenaren met kleurige zijden stropdassen, maar ook Russische prostituées, Mongoolse handelaren en Kazakstaanse scharrelaars in zes leren jassen (vijf te koop). Zakjapanners spreken ieders taal.

De weinige Oeigoeren die zich in het hart van de stad laten zien, verkopen mie met rode pepers, of bedelen. Veel mensen tonen hun littekens, beschrijven hun kleding met individuele ellendegeschiedenissen, heffen de handen jammerend ten hemel. Op grote kruispunten controleren Chinezen in groene uniformen de papieren van automobilisten. Overal lopen groepjes militairen en agenten. Ondanks hun aanwezigheid schiet een goed geïnformeerde Oeigoer de blanke passant aan. ,,Ik ben doodsbang, maar luister...'' Weet het Westen dat de Partij ,,het land van de boeren heeft gestolen''? Is het ons bekend dat later, tijdens de Culturele Revolutie, ,,Rode Gardisten complete bibliotheken met Korans en andere belangrijke werken vernietigden''? Zijn we op de hoogte van het feit dat inmiddels ,,dertigduizend moskeeën op slot gingen, en ruim vijftigduizend geestelijken werden gedood of gevangen gezet''?

Naast de woorden zijn er – bij vlagen – daden. Aan de rand van Urumqi heeft de gemeentereiniging de sporen van een recente ontploffing nog niet helemaal uitgewist. Een met explosieven geladen truck vloog de lucht in; zestig buurtbewoners kwamen om. Deze week maakte het in Hongkong gevestigde Information Center for Human Rights and Democracy bekend dat drie Chinese journalisten zijn ontslagen omdat zij het hebben gewaagd onderzoek te doen naar de exacte toedracht.

,,Peking beweert dat die vrachtwagen `toevallig' uiteenspatte'', zegt Tursun Niyaz, een Oeigoer die een prominente rol speelt in de beweging voor een onafhankelijk Xinjiang. ,,Maar ik kan je verzekeren dat de ravage voor rekening komt van mijn medestanders. Amerikaanse en Europese investeerders – handlangers van de Communistische Partij – moeten beseffen dat wat zij hier bouwen, zal op een dag worden opgeblazen.''

Om afscheiding te verhinderen, heeft China een overdaad aan manschappen van het Volksbevrijdingsleger in de provincie gestationeerd (Westerse geheime diensten reppen over een half miljoen soldaten op een bevolking van zeventien miljoen). ,,Wij moeten de massa's volledig mobiliseren, zodat de vijand ten onder gaat in een uitgestrekte oceaan'', verkondigt het Chinese propaganda-apparaat. ,,Het volk zal onruststokers en separatisten als ratten door de straten jagen.''

Blijkens rapporten van onder andere Amnesty Intenational zijn de afgelopen jaren duizenden Oeigoeren gearresteerd, gevangen gezet en gemarteld. Een onbekend aantal `misdadige elementen' is geëxecuteerd. ,,Vorig jaar hadden wij de eer onderwerp te zijn van een speciale Amnesty-actie'', zegt Erkin Alptekin. ,,Aanleiding was de straf waartoe enkele Oeigoeren waren veroordeeld nadat zij op een verjaardag enthousiast hadden gesproken over een vrij Xinjiang: vijftien tot twintig jaar cel.''

Het zijn gegevens waaraan mensenrechtenorganisaties graag refereren. Erkin Alptekin gebruikte tot 1994 de microfoon van de Amerikaanse zender Radio Liberty om zulke Oeigoerse boodschappen te verspreiden. ,,Mocht je nu denken dat ik een carrière als CIA-agent achter de rug heb, dan moet ik je teleurstellen'', zegt hij. ,,Ik heb gekozen om in de voetsporen van mijn vader te treden, en elk middel aan te grijpen om onze zaak te promoten.''

Smerig en bijgelovig

,,Achterlijk, lui, smerig en bijgelovig'', noemen Chinezen in Urumqi de Oeigoeren. `Tulbandkop' is het mildste scheldwoord. Op hun beurt worden de Han uitgemaakt voor `stomme gastarbeiders'. Onder regie van het paramilitaire Xinjiang Produktie en Constructie Korps, dat onder andere fabrieken en grootschalige boerderijen runt, trekken jaarlijks tienduizenden Chinezen naar het westen van het land. ,,Ik weet wel waarom mijn ouders hierheen zijn gekomen'', schaterlacht een serveerster die haar Engels op me uitprobeert. ,,To make money! Ze kregen een flinke premie.''

Momenteel vinden ook gedwongen verhuizingen plaats, vooral vanuit Sichuan, waar enkele miljoenen Chinezen het veld dienen te ruimen voor het meer dat ontstaat door de aanleg van 's werelds grootste stuwdam. ,,Zij die anders overspoeld zouden worden, overspoelen nu ons'', zegt romanschrijver Ekber Kanat. Was in 1950 nog slechts een tiende van de bevolking in Xinjiang van Han-afkomst, inmiddels is ruim veertig procent Chinees. Kanat: ,,Nog even en we zijn een minderheid in eigen land. Onze cultuur wordt geëlimineerd, en daarmee wijzelf ook. Peking maakt zich schuldig aan een veredelde variant op etnische zuivering.''

Ondertussen boomt de plaatselijke economie. In het Silk Road Restaurant sluiten ondernemers uit Japan, Duitsland en Taiwan transacties met Chinese bedrijven. Industrieparken dijen uit. Mega-winkelcentra verdringen de morsige bazaars. ,,Wat hebben de Oeigoeren daaraan?'' briest Kanat. ,,Werknemers die zich pro-islam tonen, vliegen eruit. Het zijn trouwens allemaal tweederangsbaantjes. Een Oeigoer verdient 90 dollar per jaar, een fractie van wat de Han gemiddeld opstrijken. De armste Chinezen – boeren – verdienen 350 dollar.''

De ongelijke verdeling van de welvaart ontgaat ook de avond na avond in het Holiday Inn-hotel biertankende werknemers van een Nederlandse windmolenbouwer niet. Ze werken in het Daba Cheng Power Park, een uur rijden van Urumqi. ,,Als we 's morgens vroeg de stad verlaten, zien we ongelofelijk veel vrouwen en kinderen op straat slapen'', zegt rotor-reparateur Henk de Boer. ,,Sneeuw of geen sneeuw. De Chinezen behandelen die lui als uitschot.''

Volgens Erkin Alptekin gaan de Chinezen imperialistisch om met Xinjiang. ,,Ze hebben maar één doel: de schatkamer plunderen. Onze bodem, die een kwart van de olie- en gasreserves in de Volksrepubliek bevat, wordt leeggeroofd.'' Op zijn aanwijzingen begeef ik me richting jaknikkers en PetroChina-raffinaderijen. Stromen besmeurde tankwagens voeren de brandstof af. Komend jaar begint de aanleg van een pijplijn, die over een afstand van pakweg drieduizend kilometer naar agglomeraties aan de oostkust leidt. ,,Straks worden we letterlijk leeggezogen'', zegt Alptekin. Hij betoogt dat de Communistische Partij de Oeigoeren ,,in ruil voor dergelijke diefstal voornamelijk afval schenkt''. Hij wijst erop zaken dat de provincie heropvoedingskampen herbergt waar talloze `criminelen' verblijven, die na hun vrijlating in Xinjiang blijven wonen. Verder bevindt zich hier Lop Nor, in het verleden ook door de NAVO aangeduid als China's nucleaire testcentrum. Series atoomproeven hebben door radioactieve fallout forse ecologische schade veroorzaakt en burgers besmet.

Vreemde heersers

Per krakkemikkige Iljoesin vlieg ik naar het zuiden, naar Kashgar, niet ver van de vijfduizend meter hoge Bloedpas, de poort naar Pakistan. Hier klopt het hart van islamitisch China. Nergens anders wordt de strijd tegen `de vreemde heersers' krachtiger gevoerd. Rond de Id Kah-moskee (442 na Chr.) kopen gesluierde vrouwen halal vlees, bekijken zij kalenders met foto's van Mekka en bestellen zij namaak-Versace bij een kleermaker. Bebaarde mannen bladeren door een tweedehands Koran en kijken naar een illegale dvd-kopie van Titanic of The Nutty Professor 2 (twee maanden geleden in Nederland uitgekomen). Honderd gebedshuizen en één standbeeld van Mao Zedong, dat permanent wordt bewaakt.

Het kan spoken in Kashgar en omgeving, weten de autoriteiten. In 1990 woedde een rebellie die hard werd neergeslagen. Het Chinese bewind rapporteerde dat tientallen burgers waren gesneuveld. Westerse waarnemers hebben vastgesteld dat er zwaar materieel is ingezet, en dat het om een veel grootschaliger botsing ging. Oeigoeren beweren tegenover mij te zijn aangevallen door helikopters. Daaruit werd met mitrailleurs geschoten. ,,We haalden er eentje neer, maar konden het bloedbad niet stoppen'', zegt een Oeigoer wiens broer in de gevangenis zit wegens ,,teveel onafhankelijkheid van geest''. ,,Complete dorpen werden vernietigd. Na het oproer moesten we honderden en honderden martelaren begraven.''

Traditioneel is de islam in Xinjiang tolerant, niet-fundamentalistisch. Maar Chinese maatregelen hebben radicalisering in de hand gewerkt: 25.000 geestelijken opgepakt sinds 1991, scholing van nieuw religieus personeel door de Communistische Partij, Oeigoeren jonger dan vijftig jaar mogen niet op pelgrimage naar Saoedi-Arabië. Als Peking een jihad over zich wil afroepen, volgt het een perfect recept, zegt hoogleraar geschiedenis Asgar Rozi. ,,Kolonisten die islamieten het leven onmogelijk maken en dan verbaasd opkijken van militante reacties – het is geen onbekend fenomeen. Zie de Westoever.''

Hoe beziet de ongelovige Erkin Alptekin (,,Ik vecht voor een seculiere, democratische staat'') de ontwikkelingen? ,,Ik zeg niet dat ik er blij mee ben. Ik zeg niet dat ik me verheug over toenemende donaties die vanuit Iran en de Golfstaten naar Oeigoeren gaan. Ik zeg niet dat we moeten juichen als we het gerucht horen dat de Afghaanse Taliban en de miljonair annex terrorist Osama bin Laden ideeën, handboeken en wapens naar Xinjiang exporteren. Maar is het verbazingwekkend dat mijn volk ervoor openstaat? Wie dreigt te verdrinken, omarmt zelfs een gifslang. De rest van de wereld laat ons barsten. Blijkbaar doet het er niet toe dat in de loop der jaren vijfhonderdduizend Oeigoeren in communistische concentratiekampen zijn gekrepeerd.''

Mijn Oeigoerse gids, werkzaam voor een Chinese staatsinstelling, vreest verklikkers en stillen. Met trillende hand krabbelt hij het internetadres Uygur.com op een papiertje. ,,Nu hoef je niemand meer gevaarlijke vragen te stellen'', zegt hij. We staan onder een van de vele eigenwijze klokken die Kashgar telt. Peking eist dat in Xinjiang de wijzers twee uur vooruit worden gezet, maar vrijwel niemand accepteert de Chinese tijd. ,,Wij hebben onze eigen zone.''

Ik moet in Kashgar regelmatig onderstrepen dat het Westen de handen niet vuil zal maken aan Xinjiang. ,,Toch zal onze leidsman Erkin Alptekin jullie regeringen ervan overtuigen dat wij moeten worden gered'', zegt geschiedenisleraar Male Names. ,,Wát? Onderhoudt u contact met hem? Omarm hem, zeg hem dat we wachten op zijn terugkeer.''

Alptekin zelf toont zich realistischer dan zijn achterban. ,,Ik kan moeiteloos de toekomst voorspellen. Peking begint geen dialoog, maar laat ons kiezen uit twee kwaden. Het ene is opgaan in de Chinese cultuur: de weg van nationale zelfvernietiging, sterven als een lafaard. Het andere is sterven als een held, door een suïcidale knokpartij voor het behoud van onze identiteit. Xinjiang heeft in feite al voor de tweede optie gekozen. De overlevingsoorlog is gaande. Ik wil daar geen verwijten over horen. Ons gevecht is net zo legitiem als dat van Mandela's ANC ten tijde van de Zuidafrikaanse apartheid.''

Alptekin bekent dat `sommige Oeigoeren' hun wapenarsenaal financieren door de verkoop van heroïne en andere drugs in Han-steden. In de BBC-documentaire Shanghai Vice deden Chinese politiechefs, trekkend aan een Altijd Gelukkig-sigaret, er hun beklag over: ,,Die moslims zijn ruig en slecht. Ze haten ons. Ze zijn maar met één ding bezig: contra-revolutionaire sabotage.'' Die confrontatie maakt `Joegoslavische toestanden' in de Volksrepubliek op den duur onvermijdelijk, denkt Alptekin.

Het lijkt een wat overspannen scenario. Maar ook Jane's Intelligence Review, gezaghebbend in geopolitieke en militaire vraagstukken, kenschetst Xinjiang als een tijdbom: `Peking zou zich weleens geconfronteerd kunnen zien met zijn eigen soort Noord-Ierland', inclusief een islamitische IRA. Het is geen perspectief dat Erkin Alptekin met optimisme vervult. ,,Wij gaan hoe dan ook verliezen. Gewoon omdat we zwakker zijn dan onze onderdrukkers. Het klinkt vreemd uit mijn mond, maar laat ik voor één keer een Chinese wijsheid citeren: als een muis wanhopig genoeg is, zal hij zelfs een kat naar de strot springen.Willoos naar de slachtbank – dát nooit.''

Met uitzondering van Erkin Alptekin zijn de Oeigoerse geinterviewden voorzien van een gefingeerde naam.

    • Frénk van der Linden