'IK JAAG NIET OP DE HIT VAN HET SEIZOEN'

Welke ontwerpers zijn toonaangevend voor de 21ste eeuw? In M aandacht voor de nieuwe garde internationale modeontwerpers en vormgevers. Deze maand: Aziz Bekkaoui. 'Iedereen op straat in een T-shirt van Aziz, dat hoeft niet.'

Stoere vrouwen, kokette mannen. In de nieuwe wintercollectie van de Nederlandse modeontwerper Aziz Bekkaoui (1969) werpen beide seksen hun geijkte rollen af en bewegen ze naar de andere kant, tot er een nieuwe, androgyne mens is ontstaan. De mannen mogen tuttige banen kant en grote bloemen op hun pakken, een losse kraag als een kerstkrans om de nek of een mofje om hun pols. Onder immense, scheve hoeden dragen ze lang, golvend haar. Het zijn cowboys, maar ze gaan ook naar de schoonheidsspecialiste. Bij de vrouwen gaat comfort juist boven alles: die dragen loszittende topjes, leren slobberbroeken en lange capes. Ze zijn spaarzaam opgemaakt en er is nauwelijks decolleté te zien. Een van hen draagt net als de 19de-eeuwse schrijfster George Sand een rokkostuum met een hoge boord en een jas met lange achterpanden.

Troetelbeertje

Aziz timmert pas sinds 1996 aan de weg als professioneel ontwerper, maar hij heeft al een stevige internationale reputatie opgebouwd. Zijn lancering was spectaculair. Een jaar na zijn eindexamen aan 'e Arnhemse modeacademie won hij op het festival voor nieuwe modetalenten in Hyères de prijs voor de beste damescollectie. Couturier Paco Rabanne las erover in de krant en vroeg de onbekende Nederlander om in Parijs het voorprogramma van zijn haute-coutureshow te verzorgen. Aziz was even het troetelbeertje van de internationale modepers en kon zijn ontwerpen al snel op zijn eigen shows presenteren, in Nederland en Parijs. In 1997 mocht hij naast ontwerpers als Paul Smith en Hugo Boss een ontwerp indienen voor de wereld- wijd verspreide mannenmode-kalender van Absolut Vodka en een jaar later vertegenwoordigde hij Nederland op de European Young Designers Show van de London Fashion Week. Inmiddels beschikt hij over een persmap vol fraaie complimenten, van de Franse krant Le Figaro ('un touche-a-tout avec des dons artistiques') tot de Italiaanse Vogue (die zijn meest recente zomercollectie 'fresca e originale' vond).

Van de zolder van zijn ouderlijk huis in Voorburg, waar hij zijn eerste collectie in elkaar knutselde op een Singer naaimachine, is de van oorsprong Marokkaanse Aziz verhuisd naar een ruim atelier in de Amsterdamse Jordaan. Hij heeft drie vaste assistenten in dienst en staat aan het hoofd van twee eigen labels: aziz, de prêt-á-porter lijn, en Necessities, een lijn van goedkopere basisstukken. Zijn klanten komen onder meer uit Londen, Saoedi-Arabië en Japan, waar Necessities in de chiquere warenhuizen hangt.

Modellen van de straat

Aziz' innemende persoonlijkheid moet haast wel hebben bijgedragen aan zijn gezwinde gang door de modewereld. Hij is een grappenmaker en een charmeur, die iedere bezoeker aan zijn atelier onthaalt op een kletsje en een klaterende lach. Assis- tent Ronald de Bos loopt af en aan met vier smaken thee en luxekoekjes. 'In mijn werk hou ik weinig rekening met de verwachtingen van anderen', zegt Aziz. Grootschalig commercieel succes is geen primair doel. 'Iedereen op straat in een t-shirt van Aziz, dat hoeft niet. Ik wil geen stijldictator zijn. De mensen moeten m'n kleren zelf ontdekken.'

Voor Nederlandse kopers gaat dat letterlijk op: die moeten het atelier bellen voor een afspraak, want Aziz hangt in geen enkele winkel. Het enige adres waar zijn kleding aanvankelijk werd verkocht, was Van Ravenstein in Amsterdam. Daar is hij nu niet meer te vinden. Gerda van Ravenstein zegt dat ze met zijn ontwerpen te weinig omzet haalde. Aziz formuleert het anders: 'Ik ontwerp nooit met een bepaalde klant in mijn achterhoofd. Wat ik maak, vloeit voort uit mijn onderzoek van vormen en materialen, en uit eerdere collecties. Ik heb niet zoveel te kiezen, het gaat zijn eigen weg. Na een tijdje past dat niet meer in de formule van een boetiek.'

Aziz houdt niet van hype. Eén keer London Fashion Week vond hij wel genoeg, dus bij een tweede uitnodiging bedankte hij voor de eer. Het circus van de shows in Parijs ziet hij als iets van ondergeschikt belang - een kleine werkonderbreking, om weer even te laten zien waar hij mee bezig is. De locaties zoekt hij elke keer zelf, en zijn mannequins plukt hij gewoon van de straat als hij bij modellenbureaus niets van zijn gading kan vinden. Ze moeten vooral karakter hebben. In 1998 werd radio- en tv-persoonlijkheid Harmke Pijpers door Aziz gevraagd om een van zijn shows te openen. 'Ik wist van niets', vertelt Pijpers, 'maar de hele collectie bleek op mij te zijn geïnspireerd. Nuchter en elegant, zoiets. Ik was zeer vereerd.'

Marcel Duchamp

Vlak voor een show wordt er in het atelier in Amsterdam vaak tot 's avonds laat gewerkt. Maar stress is er niet, zegt Aziz. 'Alleen als je achter dingen aanrent, heb je stress. Ik jaag niet op de hit van het seizoen. Een presentatie is voor mij een momentopname, dus op de deadline is het klaar. Beeldhouwers en schilders tonen hun werk ook vaak in nog onvoltooide staat.' Over collega-ontwerpers is Aziz zwijgzaam. Wat ze doen, volgt hij alleen 'als het voorbijkomt' en hij benadrukt dat hij net zo lief met fotografen en beeldend kunstenaars omgaat als met modeontwerpers.

Zijn liefde voor het vak komt niet voort uit een hang naar glamour, maar uit een fascinatie voor materialen. In het grote huis in Voorburg waar hij te midden van vier broers en zussen opgroeide, was hij al bezig aan een doorlopend onderzoek naar de dingen om zich heen: 'Ik maakte beelden van ijzerdraad en stukken servies of behang van jute, net zolang tot mijn hele kamer vol was. Mijn ouders vonden het allemaal best.'

Na de havo ging Aziz naar de School voor Mode en Kleding in Den Haag, waar hij de degelijke technische vorming kreeg die nu de basis van zijn werk vormt. 'Met die creatieve kant van mij zat het al goed, dat bracht ik mezelf bij. Ik leende stapels kunstboeken uit de bibliotheek en ging vaak naar het Gemeente museum. Ik vond allerlei stromingen interessant - abstracte en realistische. Marcel Duchamp was een van mijn grote voorbeelden. Van hem leerde ik dat in de kunst het maakproces even belangrijk is als het eindresultaat.' Later, in Arnhem, werd Aziz een fanatiek filmhuisbezoeker en zag hij Pasolini, Bergman, veel Russische films. Ook nu zijn tijd kostbaar geworden is, last hij pauzes in om zich te laven aan film, toneel en moderne dans.

Sterk en trots

Mode is voor Aziz een toegepaste kunstvorm - met de nadruk op 'toegepaste'. 'Sommige ontwerpers wensen zich niet bezig te houden met het menselijk lichaam, dat zijn meer textielkunstenaars. Maar ik voel me als ontwerper gebonden aan de menselijke vorm. Wat ik maak, moet draagbaar zijn.'

Aziz' missie bij het ontwerpen is het ongeldig verklaren van kledingclichés. t-shirts, broeken en overhemden hebben hun waarde in het verleden wel bewezen, dus die hoef je niet te vervangen. Maar ze verbeteren, dat kan wél. Waarom geen overhemd zonder knopen, gemaakt van soepele t-shirtstof? Of een t-shirt met een colbertnaad, waardoor het een mooie, rechte kraag heeft? Kledingproblemen die iedereen kent, gaat Aziz op een creatieve manier te lijf: hij naait een t-shirt vast in een vestje of bevestigt een warme shawl aan een klein topje, zodat niets meer kan verschuiven of wegwaaien. De koude, gladde stof waarmee winterjassen gewoonlijk gevoerd worden, vervangt hij door lekker zachte wol.

Ietse Meij, kostuumconservator van het Gemeentemuseum Den Haag die dit jaar vijf ontwerpen van Aziz heeft aangekocht voor de museumcollectie, is lyrisch over deze aanpak.

'Aziz denkt tegelijk heel imaginair en realistisch. Hij is baanbrekend in zijn gebruik van stoffen en snitten, maar de mensen moeten zijn kleding kunnen gebruiken. Je moet als ontwerper heel begaafd en bewogen zijn om dat voor elkaar te krijgen.'

Ondanks zijn uitgebreide staf doet Aziz het fijne handwerk nog altijd het liefst zelf. Hij knipt, naait en strijkt er vaak tot diep in de nacht op los, en pakt tijdens ons gesprek regelmatig even een kledingstuk vast, om te laten zien wat hij bedoelt. Assistent Ronald noemt Aziz 'niet bazig', maar bevestigt dat hij een beperk- te, zuiver uitvoerende taak heeft. 'Aziz is het brein, ik heb geen creatieve invloed. Maar ik begrijp altijd meteen wat hij bedoelt.'

De assistenten helpen vooral bij het maken van de toiles, licht Aziz later zelf toe. Toiles zijn papieren proefmodellen van de ontwerpen, die op paspoppen worden geprikt en dan met uitgebreide instructies naar een confectiebedrijf gaan. Aziz: 'Die bedrijven zijn erg behoudend. Als je de klassieke richting van een naad of de plaats van een knoop wilt veranderen, moet je dat heel duidelijk uitleggen.' Standaardkleur voor de toiles is wit; bij Aziz is het grijs. Alleen met grijswaarden kan hij de nuances zien en weet hij welke kleuren hij moet toevoegen. Voor de beste stoffen heeft hij zijn adressen: goede wol komt uit Engeland en Ierland, de beste zijde uit Italië, linnen uit Frankrijk. In Japan wordt een hoogwaardige polyestersoort gemaakt die zich goed met natuurlijke stoffen laat combineren.

De uiteindelijke kleding, zoals die door heel het altelier aan lange rekken hangt, ziet er futuristisch uit: veel roze, lichtblauw en metallic, van stoffen die je nog nooit hebt gezien, laat staan hebt gedragen.

Maar als je zijn vaste klanten mag geloven, zit alles wat Aziz maakt even prettig. 'In zijn kleren voel je je sterk en trots', zegt fotomodel Maaike de Boer. 'Ze zijn niet uitgesproken sexy, zoals bij Versace, maar geraffineerd en waardig. Ik heb twee jassen van hem die al een paar jaar oud zijn, en ze raken maar niet uit. Ik woon in die dingen. En mijn vriendje staan ze ook.' Harmke Pijpers sluit zich hierbij aan: 'Aziz is goed in draagbare, androgyne kleding, en hij is zijn tijd vaak ver vooruit. Drie jaar geleden kwam hij al met winterjassen van gekookte wol, wat er onafgewerkt, maar niet slordig uitziet. Dat idee vind je nu overal in de winkels terug.'

La Traviata in surfpakkenstof

In Nederland lijkt Aziz zijn naamsbekendheid vooral te willen aanwenden voor een verdieping van zijn werk in artistieke richting. Dit jaar ontwierp hij de kostuums voor de uitvoering van de opera La Traviata in het Rotterdamse Ahoy', en hij is inmiddels bezig aan een volgende operaserie, voor januari 2001.

Ook voor het theater verliest hij zijn eisen van comfort en draagbaarheid niet uit het oog. De topjes met baleinen voor La Traviata waren vederlicht en hadden ritssluitingen. Onder hun pronkjurken droegen de zangeressen constructies van materiaal voor surfpakken (neopreen), waardoor de rokken aan één kant sierlijk opbolden. 'Zo namen ze vanzelf de juiste, statige houding aan', zegt Aziz. 'Je hoeft het verleden niet letterlijk te citeren.'

Hoewel hij dus doorgaans in de luwte van de Parijse modewereld verkeert, wordt Aziz goed in de gaten gehouden door de grote modeconcerns aldaar. Toen Dior onlangs op zoek ging naar een ontwerper die de herencollectie van het huis nieuwe allure moest geven, was Aziz een van de drie kandidaten. De keuze viel ten slotte op Hussein Chalayan.

Aziz vond dat niet erg, zegt hij. Eigenlijk is het toch nog te vroeg voor zo'n baan. 'Ik word ook wel door Nederlandse merken als ontwerper of adviseur gevraagd, maar in zo'n functie kun je niet meer experimenteren. Je combineert de kennis die je al hebt opgebouwd met de look van het merk.' Ietse Meij prijst die kalme, afwachtende houding: 'Het lijkt me wijs als hij zolang mogelijk zijn vrijheid behoudt en zich niet laat verleiden door het grote geld waarmee die huizen jonge ontwerpers paaien. Nu kan Aziz dingen doen die zijn eigen collectie ten goede komen, zoals het ontwerpen voor het theater. Wie weet verhuist hij dan over een paar jaar onder z'n eigen naam naar Parijs.'

Sandra Heerma van Voss is medewerker van de kunstredactie van NRC Handelsblad

Maaike Koning studeerde in 1999 af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.

Met dank aan Harmke Pijpers,

Anna voor modellenbureau Peperoni, Gigi Gommers (visagie).