HET VERLIES VAN EEN PERFECTIONIST

Een bondscoach moet behoedzaam opereren, weet Maurits Hendriks (39) inmiddels. Ondanks het prolongeren van de olympische titel besloot de hockeybond vorige maand de samenwerking te verbreken. ,,Met zeventig procent van de huidige groep had ik graag verder gewild en gekund. Samen hadden we nog veel kunnen bereiken.'

Een ander mens zit aan tafel, monter en opgewekt. Verdwenen is de bedachtzaam formulerende coach met de oogopslag van een kille bestuurder. Maurits Hendriks oogt ontspannen, opgelucht bijna. De bondscoach is weer mens geworden. Met dank aan een korte werkvakantie in het buitenland. ,,In Maleisië heb ik training gegeven aan dames, in Amerika heb ik met kinderen gewerkt. Terug naar de basis zal ik maar zeggen. Het was genieten, tot mijn eigen verbazing. Ik stond met plezier op het veld.'

Negatieve emoties heeft hij uit zijn geheugen gewist. Verbitterd is hij slechts over zijn afwezigheid, vier weken geleden tijdens de afscheidswedstrijd van de afzwaaiende internationals in Amstelveen. ,,Ruim voor de Olympische Spelen heb ik aangegeven dat ik op 10 november in het buitenland zou zijn. Ook de manager en de teamarts waren op die dag verhinderd. Daar heeft de bond geen rekening mee gehouden. Wegens volle agenda's, luidde de redenering. Dat doet pijn, zeker nu de indruk is ontstaan dat ik geen respect zou hebben voor mijn spelers. Het tegendeel is waar.'

Enigszins verbaasd was Hendriks over het optreden van de bond, die vlak na het prolongeren van de olympische titel besloot de samenwerking na vijf jaar (drie jaar assistent, twee jaar bondscoach) te verbreken. ,,Zodra de synergie tussen spelers en coach er niet meer is, is het tijd om afscheid te nemen van elkaar. Maar met het merendeel kan ik nog altijd prima door de deur, ook al is er de laatste maanden het één en ander gebeurd. Het besluit om niet verder met elkaar te gaan, vind ik daarom een momentopname. Met zeventig procent van de huidige groep had ik graag verder gewild en gekund. Samen hadden we nog veel kunnen bereiken. Op basis van alle ervaringen was dat alleen maar makkelijker geweest. Iedereen – spelers, coach, bond en begeleiding – heeft z'n lessen geleerd, en gezien hoe het wel én hoe het niet moet.'

Kapitaalvernietiging? Hendriks, instemmend: ,,Het werk van een hockeybondscoach reikt verder dan het coachen en begeleiden van de A-ploeg. Ook in het technisch kader vallen nu gaten. Terwijl juist daar nu werk is te verzetten. In Maleisië sprak ik met een aantal Aziatische coaches. Die zijn klaar om de wereld- en olympisch kampioen in augustus van de mat te vegen bij de Sultan Azlan Shah Cup. Het zal reuze moeilijk worden om de concurrentie een stap voor te blijven. Nederland heeft een hele goede groep en onder bepaalde voorwaarden had ik daar graag deel van blijven uitmaken.'

Die voorwaarden laten zich raden. ,,Voor mij zou de nadruk op Athene liggen, op de volgende Olympische Spelen. Dat zou betekenen: het versterken van de oude kern en ondertussen bouwen aan een jonge groep daar omheen. Deze ploeg is niet succesvol geweest of geworden door gezelligheid tot de hoogste prioriteit te verheffen. Gezelligheid maakt geen kampioenschap. Een kampioenschap kan gezelligheid opleveren, niet andersom. Als ik nu hoor dat men op zoek is naar een soort patriarch, iemand die boven de groep moet staan en over de sfeer moet waken, kan ik alleen maar hopen dat de bond z'n oren daar niet al te zwaar naar laat hangen.'

De signalen die hij momenteel opvangt, stemmen allesbehalve vrolijk. ,,Het betekent dat de spelersgroep het gevoel heeft dat de sfeer nu de belangrijkste bouwsteen voor succes is. Terwijl de enige weg – en ik zeg dat met nadruk – om succes te behalen, de weg van verbeteren is. Als ik de afgelopen jaren iets heb geleerd, dan is dat het wel. Neem de strafballen. Vorig jaar in Padova verloren we de EK-finale vanaf de stip. Daar hebben we ons lesje geleerd, zoals bleek in Sydney. Dáár valt winst te behalen. Ik onderschat het belang van een manager en van afwisseling in het programma niet, integendeel. Maar ik overschat ze ook niet. Uitgerekend dit team, deze generatie heeft ontwikkeling en vernieuwing nodig.'

Tophockey worstelt met de omschakeling van amateurisme naar professionalisme, constateert Hendriks. ,,De sport heeft zich de laatste maanden niet van de beste kant laten zien. Wat jij de onvermijdelijke groeistuipen noemt, noem ik onvolwassen gedrag. Iedereen heeft de mond vol over professionalisering, maar lang niet iedereen handelt daar naar. Ik heb er geen problemen mee als spelers tegenover de pers roepen dat ze met mijn voorganger Oltmans makkelijker communiceerden dan met mij. Prima, maar daar blijft het bij. Sporters hebben niet alleen rechten, maar ook plichten en dat moeten ze verdomde goed beseffen. Na de Spelen heb ik mij geërgerd aan uitspraken van spelers die één voor één verklaarden moe te zijn en geen zin meer te hebben. Natuurlijk snap ik dat die jongens heel veel gegeven hebben, maar hou dat voor jezelf, denk ik dan. We hebben gekozen voor professionalisering, voor een vergoedingssysteem, en noem maar op. Daar horen bepaalde plichten en verantwoordelijkheden bij.'

Vaker dan de bondscoach lief was, gingen de gesprekken tussen zijn spelers de laatste maanden over financiële eisen en verlangens. ,,Een paar keer heb ik de kern van de spelersgroep bijeen geroepen en gezegd: jongens, denk erom, zorg dat die kwesties tijdig zijn afgehandeld, en dan praten we over januari 2000. Middenin de olympische voorbereiding word ik vervolgens geconfronteerd met discussies tussen internationals over vergoedingen die volgend seizoen al dan niet bij hun clubs aan de orde zijn. Ik begrijp de emoties, maar vind het niet professioneel.'

De grootste vijand van toekomstig succes is succes in het verleden, schreef de voormalig HGC-coach onlangs in zijn dagboek. Na de glansrijke periode-Oltmans kon Hendriks zijn voorganger niet of nauwelijks overtreffen, besefte hij op het moment dat hij in diens voetsporen trad. ,,Maar die uitdaging durfde ik en wilde ik aangaan. In de opdracht die ik mezelf heb gesteld, ben ik geslaagd, getuige de olympische titel. Mind you. Dat succes koester ik. Dat nemen ze me niet af. Net zo goed dat ik alle ervaringen meeneem.'

Maar, en aan die conclusie ontkomt hij niet: de prijs was hoog. ,,Maar daarmee is meteen alles gezegd. Ik probeer de kernwaarden in het oog te houden. Boven regels en teamcodes staat voor mij integriteit. Ik kan wel stilstaan bij mijn eigen fouten en bij uitspraken die her en der over mij zijn gedaan. Dan zou ik me gekwetst kunnen voelen, maar dat moet ik niet doen. Dat heb ik in Sydney, na die nederlaag tegen Pakistan, voortdurend tegen mezelf gezegd. Terwijl ik niet over een olifantenhuid beschik. Kritiek dringt wel degelijk door. Tegen één van mijn spelers – en het doet er niet toe wie – heb ik in Sydney gezegd: `Als mens ben ik ongelooflijk teleurgesteld in je. Het doet pijn en ik denk dat ik het niet snel vergeet. Maar ik vind dat jij die en die rol moet spelen in de halve finale'. Dat was van belang, niets anders dan dat.'

Verwijten maakt hij vooral zichzelf. ,,Misschien stel ik me te kwetsbaar op, maar voordat ik ga wijzen moet ik eerst analyseren wat ik zelf al dan niet fout heb gedaan. Van die Nederlandse cultuur, dat wijzen en beschuldigen in de richting van iedereen behalve jezelf, wil ik mij verre houden.'

Moeiteloos somt hij de belangrijkste les van de afgelopen twee jaar op. ,,De individuele relatie met een sporter behoeft meer aandacht dan de tijd die ik erin heb gestoken, simpel zat. Met twintig kerels kan je dat niet alleen. Dat betekent dus taken verdelen binnen het begeleidingsteam, wat niet wil zeggen dat ik niet moet blijven investeren. Tegelijkertijd hebben ook spelers een verantwoordelijkheid. Een voorbeeld: Ronald Jansen begon al snel met het zagen aan de stoelpoten van Stephan Veen als captain, met het EK in Padova als absolute hoogtepunt. Dat betreur ik. Ik respecteer Ronald als keeper, als sportman, als mens. Maar ik vond Stephan de aangewezen aanvoerder, hetgeen hij in Sydney heeft bewezen. Ronalds onvrede leverde geen bijdrage aan het teamproces. Integendeel: het kostte ons in Padova de kop.'

Na de verloren EK-finale lag het voor de hand om de doelman uit de selectie te verwijderen. Hendriks besloot anders. ,,En daar heb ik geen spijt van. Ronald is een wereldkeeper. Bovendien: zodra iemand zich uitspreekt tegen, is dat geen reden hem te laten vallen. Enig conflict heb je ook wel nodig, in de zin dat het verhelderend kan werken. Homogeniteit is geen voorwaarde voor succes. Ronald zette de boel graag op scherp en wist over het algemeen tot hoever hij kan gaan. Alleen: spelers als Ronald zouden zich vaker de vraag moeten stellen of hun woorden en daden bevorderlijk zijn voor de ploeg.'

Waarmee Hendriks zichzelf overigens niet wil vrijpleiten. ,,Sport is emotie en ik heb moeten leren met die emoties om te gaan. Zeker in Padova, waar het team dichtslibde. Daar had ik meer met Ronald moeten praten en discussiëren. Tot `Sydney' heb ik dat ook geprobeerd, terwijl Ronald en ik water en vuur zijn. Dat is prima. Daar kan ik mee leven en nog wel om lachen ook. Mijn waardering voor hem lijdt daar niet onder. Sterker nog: die is de laatste twee jaar alleen maar toegenomen.'

Zijn stroeve relatie met sommige spelers heeft, zo weet Hendriks, veel met zijn nauwgezette werkwijze te maken. Schuldbewust: ,,Ik ben een perfectionist die van tevoren precies weet hoe de details eruit moeten zien. En dat kan niet als je met dertig mensen werkt. Ik heb geleerd om meer afstand te nemen, om meer ruimte te laten aan anderen, het werk zo nu en dan los te laten. En sommige dingen gewoon te laten voor wat ze zijn. Desnoods loopt het uit de klauwen. Dat vind ik verschrikkelijk moeilijk, omdat ik weet hoe laat ik een bus wil hebben, waar die moet staan en hoe laat die vervolgens moet vertrekken. En als blijkt dat die bus met de verkeerde kant naar het hotel geparkeerd staat, dan ga ik uit mijn pan.'

Want ja, hij was hardleers. ,,Het is geen excuus, maar ik heb een paar keer mijn hoofd moeten stoten om tot het inzicht te komen dat ik af en toe gas terug moet nemen. Dat is het leerproces dat bij het bondscoachschap hoort. Daarin ben ik niet de enige, want dat geldt voor alle bondscoaches. Zelfs voor Louis van Gaal. Bondscoach van het Nederlands elftal is niet hetzelfde als clubcoach van Barcelona, ook al zijn de druk en de verwachtingen vergelijkbaar. In theorie denkt iedereen bondscoach te kunnen zijn, in werkelijkheid blijkt het om een paar momenten te gaan. Vlak voor een cruciale wedstrijd bijvoorbeeld, wanneer de spanning binnen een team hoog oploopt. Dan moet je er staan. De conclusie is: bondscoach ben je niet, bondscoach word je.'