Het teken

Langs de spoorlijn staan allerlei kastjes met voorzieningen om de treinen zonder ongelukken op tijd te laten rijden. Misschien wel tien modellen. Al vlug nadat ook in Nederland de graffiti als vorm van zelfbevestigende adolescentenkunst was doorgedrongen, werden deze kastjes van tags en omvangrijker werk voorzien. Ik kijk er altijd naar. Meestal is het niet veel bijzonders, soms is er veel werk in gaan zitten (en geld, want je moet die spuitbussen eerst kopen) en veel eerzucht. Een enkele keer sta je verbaasd. Ik bijvoorbeeld bij de aanblik van het oude transformatorhuisje, in de buurt van Leiden, rechts in de richting Den Haag.

Zo is het begonnen. Ongeveer een jaar geleden zag ik op zo'n kastje langs de spoorbaan tussen Breukelen en Woerden het teken dat ik hierboven heb gekopieerd. Het geeft blijk van een talent, het is simpel, en aangebracht met vaardigheid, er zit Schwung in. Een paar kilometer verder zag ik hetzelfde teken, weer op zo'n kastje. Het viel op, maar niet meer dan dat. Ik ging naar Middelburg; zag hier en daar alweer hetzelfde teken, en alweer op de kastjes. De regelmaat begon me nieuwsgierig te maken. Ik dacht: dat is waarschijnlijk van de Spoorwegen zelf, om aan te geven dat daar iets mankeert of juist in orde is. Maar dan weer ging ik twijfelen. De Spoorwegen zouden in zo'n geval een sjabloon gebruiken. Iedere grote maatschappij wil uniformiteit in de interne communicatie. En dit was altijd hetzelfde teken, altijd op de kastjes, maar telkens opnieuw gezet, uit de vrije hand. Wie deed dat? De onzekerheid begon aan me te knagen.

Ik moest naar Maastricht. Ik las geen krant, sliep niet maar lette alleen op de kastjes. Tussen Amsterdam en Utrecht telde ik twee tekens, naar Den Bosch twaalf, naar Eindhoven vijf, naar Weert nog zeven, en daarna hield het op. Ik maakte een tekening, liet die aan de conducteur zien en vroeg wat het was. `Ja, dat is ons ook opgevallen, maar we weten het niet.' Daarna kwam hij nog een keer speciaal terug om te zeggen dat hij het niet wist.

Zo wordt je nieuwsgierigheid opgevoerd. Ik had al vastgesteld dat het teken zelden of nooit in de buurt van een station staat, zelfs niet van een overweg. Dit betekent dat de maker een flink eind moet lopen of fietsen voor hij het kastje van zijn wens heeft gevonden. Het teken is, voorzover ik heb kunnen nagaan, over het hele land verspreid (behalve ten zuiden van Weert).

Uit dit alles volgt: a. Hij is een artiest (gegeven de Schwung) met een zeer beperkt repertoire. b. Het is onwaarschijnlijk dat we met een nationaal verspreide groep van doen hebben, want daarvoor draagt het teken te veel een persoonlijke signatuur, als een handschrift. c. Het kan zijn dat zijn teken iets betekent, maar dat weet hij alleen. Het is in ieder geval geen runeteken. d. Hij getroost zich grote inspanningen om de treinpassagiers van zijn aanwezigheid op de hoogte te brengen, want zijn actie omvat een groot deel van het spoorwegnet.

Daarom dacht ik dat ze er op het hoofdkantoor van de Spoorwegen in Utrecht wel meer van zouden weten. De persdienst Railbeheer gebeld. Ik kreeg mevrouw Derksen aan de telefoon en legde haar alles uit. Ze luisterde aandachtig, ze lachte, ze begreep me, ze beloofde dat ze onderzoek zou gaan doen. Het is, zeg ik erbij, een zeldzame zegen als je bij een groot bedrijf meteen iemand aan de telefoon krijgt die geen uitvoerige uitleg nodig heeft. Dat is nu twee dagen geleden. Ik begrijp dat ik een moeilijke zaak heb aangeroerd.

Intussen denk ik verder. Het valt dus niet uit te sluiten dat hij werkt met een bedoeling die wij niet kennen. Welke bedoeling kan dat zijn? Hij wil op zijn manier de natie onderwerpen. Waar hij zijn teken heeft gezet, oefent hij (bijvoorbeeld binnen een straal van 11,23 kilometer) zijn geheim gezag uit. Of hij wil alleen bekend worden. Heeft één medium hem eenmaal ontdekt, dan volgen ze allemaal. Hij komt in Nova of Netwerk. Of hij is zijn doel al veel dichter genaderd. Hij wil alleen zoveel mogelijk mensen aan het werk zetten: mij, mevrouw Derksen, de dienst Railbeheer, de drukkers en bezorgers van deze krant; en nu ook u, lezers, voorzover u dit nieuwsgierig maakt. Hij bouwt voort aan een netwerk van andermans activiteiten. En al doende schreeuwt hij om ontmaskering. Hoe zal het verder gaan?

P.S. Ik schreef een stukje over de jet lag. Kreeg brieven van mensen die zich ook geen raad wisten. En van iemand die er meer verstand van heeft. Veel processen in ons lichaam worden beheerst door `biologische klokken' die `geactiveerd' worden door licht. Ik citeer: `In chemische woorden zeggen we dat enzymen (bijvoorbeeld in de huid) een lichtsignaal ontvangen en hierdoor aan de gang gaan en het hele metabolisme van je lichaam in werking stellen.' Conclusie: `Door veel licht te laten schijnen op je lichaam zullen die enzymen zich sneller aanpassen aan het veranderde schema.' Ik geef u dit commentaar van een onbetwijfelbare deskundige door. Ik kan niet helpen dat ik even aan Goethe dacht: Mehr Licht! Ten slotte verwijs ik naar de Wall Street Journal Europe, 29 november, waarin het verslag van een experiment met Nicotinamide adenine dinucleotide hydrogen, zoals het in het Engels heet. Dit verslag (van anderhalve kolom) is geschreven door een proefkonijn.