Goudhaantjes bij de overheid

Een clubje van jaarlijks 130 jonge ambtenaren moet de totale rijksoverheid op termijn een ander aanzien geven. De krapte op de arbeidsmarkt dwingt tot inventiviteit.

Een eliteclub van jong talent of veredelde stagiaires? Zelf worden ze heen en weer geslingerd van het ene naar het andere uiterste. Soms krijgen ze interessante, inhoudelijke klussen te doen, en hebben ze binnen een paar maanden al besprekingen met `hun' minister. Maar er zijn ook momenten dat ze hooguit wat mogen uittikken of rapporten staan te kopiëren.

Vanaf september 1998 heeft de rijksoverheid jaarlijks zo'n 130 trainees in dienst genomen. Jonge, net afgestudeerde academici en hbo'ers die tot de ambtelijke top moeten doorstoten. Ze hebben een zware last op hun schouders, want tot op het allerhoogste ambtelijke niveau kijkt men over hun schouders mee. De trainees staan model voor `de nieuwe ambtenaar'. En dat wil zeggen: flexibel, dynamisch, afrekenbaar, mobiel en multi-inzetbaar.

De overheid kampt met een arbeidsmarktprobleem. Het Rijk vergrijst en ontgroent. De gemiddelde leeftijd van een ambtenaar is 42 jaar, in het bedrijfsleven ligt het gemiddelde op 38 jaar. Het verschil wordt nog ieder jaar groter omdat er relatief weinig jonge mensen bijkomen. De oorzaak van dit `generatiegat' bij de overheid komt vooral door de bezuinigingen van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, toen bijna helemaal geen jongeren `instroomden'.

Maar jongeren zien een ministerie, provincie of gemeente vaak niet als een interessante werkgever. Dat heeft deels te maken met clichés als geen auto, telefoon en een mobieltje van de zaak, maar vooral met het imago van stoffig en bureaucratisch. Volgens de Dutch Graduate Survey van organisatie-adviesbureau KPMG Ebbinge zijn bedrijven als Shell, KLM en Unilever beduidend populairder bij studenten. Van de ministeries staat Justitie op de ranglijst van populaire werkgevers het hoogste genoteerd, op de zestiende plaats. Dat komt vooral omdat veel rechtenstudenten wel rechter-in-opleiding willen worden. Buitenlandse Zaken is ook nog wel in trek, maar de andere ministeries worden nauwelijks genoemd.

Het traineeproject bracht daar op het eerste gezicht verandering in. Analoog aan het bedrijfsleven introduceerde de rijksoverheid een `leren en werken'-route. Leuke opleidingen, een uitstapje naar een ander departement, intensieve begeleiding, het moest het helemaal worden. De eerste advertentiecampagne was effectief. Maar liefst 1.400 jongeren meldden zich aan voor de 133 beschikbare plaatsen.

Maar de verwachtingen van de eerste lichting trainees waren veel te hoog gespannen, zo blijkt uit een deze zomer gepresenteerde evaluatie. De departementen, aangestuurd door Binnenlandse Zaken maar wel vrij om het traject zelf deels in te vullen, wisten zich geen raad met de assertieve jongeren. Onderzoeksbureau ITS kwam in mei met ontluisterende conclusies over het project. Door de extreem zware selectieprocedure was de indruk ontstaan dat het Rijk alles in kannen en kruiken had. Trainees verwachtten ,,een gespreid bedje'' en te worden voorbereid op een leidinggevende functie. Niets was minder waar. In plaats van managementtrainees bleken de 133 starters `slechts' staf- en beleidsfuncties te kunnen gaan doen. Niks leidinggeven.

Kritiek kwam er ook van adviesbureau Berenschot, op de opleidingen die de trainees kregen tijdens hun tweejarige traject. De kritiek was tweeledig. De trainees zelf waren niet te spreken over de opleidingen en de ambtenaren die niet mee mochten doen met het `exclusieve trainee-traject' waren jaloers dat zij geen opleidingen mochten volgen. De mentoren kregen bijscholing en het begeleidingstraject werd aangepast. ,,Het hele project wordt continu doorontwikkeld, is in bewegeing'', heet het.

Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken erkent dat de ambities in de eerste advertentiecampagne wel ,,iets te rooskleurig'' zijn neergezet. De campagne voor de tweede en derde lichting werd dan ook aangepast, het aantal reacties bleef met ongeveer 1.000 hoog.

Aan het einde van deze eerste lichting, die in september 2000 afliep, werd de balans opgemaakt. Van de 133 nieuwe ambtenaren rondde 90 procent het traject geheel af. Van de overgebleven trainees kreeg 80 procent een baan bij de rijksoverheid. In totaal stapten dus 37 van de 133 jonge ambtenaren op. Het ministerie van Binnenlandse Zaken bracht deze cijfers met enthousiasme naar buiten. Maar in de wereld van werving en selectie worden de schouders opgehaald. In het bedrijfsleven blijven trainees of jonge mensen in veel groteren getale `hangen'. Bij een bedrijf als Heineken voltooit nagenoeg 100 procent het traineeship.

Op zich zijn de traineeships een goed middel om jongeren binnen te halen, zegt directeur H. Weggemans van het Centrum voor Arbeid en Beleid van de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Maar de grote valkuil is dat je je verwachtingen als werkgever niet waarmaakt. Dan lopen mensen weg en dat werkt averechts.'' Uit een enquête die het Centrum voor Arbeid en Beleid in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur deed, bleek vorige week dat maar liefst 40 procent van de jonge ambtenaren meer ambities heeft dan ze bij de overheid kunnen waarmaken. Tweederde hekelde de traagheid van de ambtelijke procedures.

Het traineeproject heeft ook tot doel die traagheid en stoffigheid van de ambtenarij aan te pakken. De `ambtenaren nieuwe stijl' zouden een wervelwind moeten veroorzaken die ook de rest van het ambtelijk apparaat als vanzelf zou verfrissen. Aan de hand van de ervaringen met de trainees moeten bijvoorbeeld ook `gewone' ambtenaren wat vaker van plek gaan wisselen. Maar dat is nog niet gelukt.

De opstellers van het traineeproject zijn er volgens Weggemans echter te gemakkelijk vanuit gegaan dat de jongeren wel even de `bedrijfscultuur' zouden veranderen. ,,Die paar honderd trainees zetten geen zoden aan de dijk.'' De trainees worden binnen de organisatie als ,,de grote talenten'' gepresenteerd. ,,Daarmee creëer je een schisma tussen de talenten en de andere 99 procent. Ik zou zeggen: maak van iedere ambtenaar een trainee'', zegt Weggemans. ,,Als je de organisatie echt wilt veranderen dan moet je iedereen de kans geven opleidingen te volgen en van functie te verwisselen.'' Binnenlandse Zaken heeft zich de kritiek inmiddels aangetrokken. Vanaf volgend jaar krijgen alle ambtenaren loopbaanbegeleidingsgesprekken over hun verdere carrière.

Om het `afstoffen' van de overheid te versnellen zou de overheid juist niet alleen moeten kijken naar de net-afgestudeerden, vindt Weggemans. Ook mensen die toe zijn aan een tweede of derde stap in hun carrière zijn een interessante doelgroep. ,,Er knappen veel mensen af op oninteressant werk bij grote bedrijven. Die moet je ook proberen binnen te halen.''

Ondanks het negatieve imago, blijkt het werken bij de overheid an sich voor veel jonge ambtenaren een meevaller te zijn, zo bleek uit de enquête van het Centrum voor Arbeid en Beleid. Van de ondervraagden is 85 procent tevreden met zijn werk, een meerderheid vindt het werken bij de overheid zelfs leuker dan gedacht. Voor onderzoeker Weggemans is het duidelijk: ,,Werken bij bijvoorbeeld de Belastingdienst is leuker dan bij Ernst & Young. Bij de Belastingdienst kun je de aangifte van een ondernemer nog eens helemaal napluizen. Bij Ernst & Young zit je tussen de grijze pakken in een glazen hok.''

Zelfs traineeships en werken bij kleinere overheden (provincies en gemeenten) is volgens Weggemans interessant voor jonge academici, omdat ze ,,brede functies met veel verantwoordelijkheden''bieden. ,,Het bedrijfsleven verkoopt zichzelf alleen beter. Krijg je er ook nog een autootje bij, om in de file te staan.''

Vooralsnog wil de overheid door met het traineeproject. De departementen zijn enthousiast. Het project wordt nu centraal gefinancierd en gaat derhalve niet ten laste van de personeelsbudgetten van de verschillende ministeries. Volgens het evaluatierapport van Binnenlandse Zaken is daar gedeeltelijk het succes aan te danken: de trainees zijn voor de ministeries ,,gratis'. ,,Bij een aantal ministeries valt, als deze stimulans wegvalt, de afweging om een trainee in dienst te nemen anders uit'', voorspelt Binnenlandse Zaken. ,,Men ziet dan op de korte termijn voor de afdeling of directie geen voordeel meer.''