Glasvezeldemocratie

Politiek is uit, internet is in. Roger van Boxtel, D66-minister van `informatisering', probeert die twee werelden samen te brengen. Hij waarschuwt: `Als overheden het hier laten afweten, zal dat de kwaliteit en de legitimatie van de democratie steeds verder uithollen.'

De loketten gaan dicht. Overal. De gemiddelde burger hoeft straks niet meer in de rij te staan in het stadhuis, bij de sociale dienst, in het belastingkantoor, enzovoorts (`trek hier uw nummer'). Hooguit worden voor ouderen en gebrekkig Nederlands sprekende hulpbehoevenden nog wat spreekkamertjes in stand gehouden. Rijbewijzen, bouwvergunningen, uitkeringen, subsidie-aanvragen, studiebeurzen. De papierhandel tussen overheid en bevolking verdampt de komende jaren tot e-commerce. Of, preciezer gezegd: tot e-bureaucracy.

Nog sterker. Inspraak, een versleten begrip uit de jaren zeventig, herleeft in `interactieve besluitvorming'. Burgers kunnen zich aansluiten bij virtual communities, bij netwerkorganisaties waarin nieuwe woonwijken, nieuwe bestemmingsplannen, nieuwe maatregelen tegen wachtlijsten in de gezondheidszorg tot stand komen. Het gebeurt al, her en der, nog versnipperd. Talloze nieuwe vormen van e-government zullen in hoog tempo verder om zich heen grijpen, buiten het logge vergadercircuit van ambtenaren en politici om.

Sombere, zelfs cynische geluiden over politiek en bestuur zijn in de mode. Politieke partijen immers, zijn verschrompeld tot schamele, vergrijsde ledenorganisaties. De opkomst bij verkiezingen daalt gestaag, soms tot ver onder de vijftig procent. Maar nieuwe technologie en nieuwe economie brengen nieuwe politiek. Verkiezingen via internet, referenda via internet zullen de democratie gaandeweg een krachtige impuls geven. Noem het: e-democracy.

Maar gevaar doemt evenzeer. Hoe de privacy van de burgers te beschermen als de financiële, fiscale, personele, sociale en medische dossiers van miljoenen Nederlanders straks over `het net' flitsen? Hoe te voorkomen dat de Saoedische moslimterrorist Bin Laden in één klap de computernetwerken van de Westerse wereld opblaast met zijn in de Afghaanse bergen zorgvuldig voorbereide cyberwar?

Lef

Spreek met www.ministervanboxtel.nl en hoor twee verhalen: over kansen en over gevaren. Roger van Boxtel (D66), de enige minister met een eigen website, minister met een gevarieerde portefeuille – grote steden, minderheden én de `informatisering' van de overheid.

Kan Van Boxtel een beeld schetsen van `de digitale overheid' in 2010? Nee, dat kan hij niet. ,,Als oud-organisatieadviseur zeg ik dat je niet verder dan twee jaar vooruit kunt kijken. Op dit terrein moet je het lef hebben iets verder te gaan, gezien de snelheid en de fundamentele aard van de veranderingen. Vijf tot tien jaar moet mogelijk zijn. Maar dan praat je over afzonderlijke scenario's, waarbij je niet kunt voorspellen hoe de vraag van burgers zich zal ontwikkelen en hoe afzonderlijke trends op elkaar zullen inwerken.''

Van Boxtel is ervan overtuigd dat websites en e-mail nog slechts kinderspel zijn, afgezet tegen de ICT-doorbraken die dit decennium te verwachten zijn. Computer, televisie en telefoon, nu nog afzonderlijke apparaten, zijn straks multi-mediamachines. Consumenten beschikken over beeldschermen met internet-verbinding in soorten en maten: in hun mobiele telefoon, in het dashboard van hun auto, in de koelkastdeur, als `werkstation' op hun bureau, als flat screen aan de muur in hun woonkamer.

Op en via internet ontwikkelt zich een gigantisch nieuw publiek domein, dat tien jaar geleden nog amper bestond en dat de komende tien jaar zal doordringen tot in alle haarvaten van de samenleving. Van Boxtel: ,,Het is mijn belangrijkste drijfveer om het democratisch bestuur hierin een plek te geven: in regels voor privacybescherming, in beveiliging van computernetwerken, in bestuurlijke en politieke vernieuwing. Als overheden het hier laten afweten, zal dat de kwaliteit en de legitimatie van de democratie steeds verder uithollen.''

Beneden Kelvin

Literatuur over de ICT-samenleving onderscheidt vier stadia van ontwikkeling: van informatie, naar interactie, naar transactie, naar transformatie. Zie de banksector, als voorbeeld, waar miljarden worden geïnvesteerd in e-banking (= transactie), wat gepaard gaat met drastische interne reorganisaties en nieuwe vormen van dienstverlening aan klanten (= transformatie).

Waar staat de overheid in deze `vierslag'? Het beeld is sterk wisselend. Grote instellingen als de Belastingdienst en de IB-groep (studiefinanciering) lopen voorop, ook vergeleken met grote delen van het bedrijfsleven. ,,Maar in honderden gemeenten is de temperatuur nog ver beneden Kelvin'', zegt Van Boxtel. Hij praat uit ervaring: ,,Laatst heb ik in Limburg een zaal toegesproken met ambtenaren van gemeenten en provincie. Ik dacht: laat ik 'ns interactief beginnen. `Wie van u gebruikt internet en e-mail?', vroeg ik. Van de 500 aanwezigen gingen 490 vingers de lucht in. `Volgende vraag: wie werkt bij een gemeente met een eigen website?' Toen viel de helft weg. `Zijn de raadsstukken op die site te vinden?' Nog dertig vingers over. `Kunnen burgers via de site vragen stellen en reageren op de raadsagenda?' Zes vingers bleven over. Conclusie: ambtenaren maken volop gebruik van internet, maar voor burgers valt er nog veel te weinig te halen.''

Websites van gemeenten, provincies en ministeries zijn nog te veel ,,een omgevallen folderkast'', meent Van Boxtel. Veel sites zijn, om het vriendelijk abstract te zeggen, de informatiefase nog verre van voorbij. De interactiefase moet op de meeste overheidssites nog beginnen. Voorbeeld: ,,Je verhuist van Groningen naar Den Haag. Je gaat naar de site van de gemeente Den Haag, want je zoekt informatie om een school voor je kinderen te kiezen. Helaas, die informatie is nog niet beschikbaar, laat staan dat je bij scholen per e-mail een aanmeldingsformulier kunt aanvragen.''

Hoe deze trage overheden bij de tijd te brengen? Van Boxtel heeft de afgelopen twee jaar een reeks projecten en `actieprogramma's' gelanceerd. Zoals: `digitale trapveldjes', waarbij gemeenten geld krijgen voor pc's met internetaansluiting in buurthuizen van achterstandswijken. Van Boxtel: ,,We hadden twintig miljoen uitgetrokken voor dertig trapveldjes, maar inmiddels zijn we hard op weg naar de tweehonderd. Gemeenten investeren nu ook fors in deze voorzieningen. Er worden koppelingen gemaakt met projecten in bibliotheken en basisscholen. De digitale trapveldjes krijgen een waanzinnige spin-off.''

In Amsterdam Oud-Zuid begint volgend jaar een experiment om buurtbewoners rechtstreeks via internet te betrekken bij het werk van de deelraad. ,,Daar steken we een hoop geld in, omdat we ervaring willen opdoen met besluitvorming via gerichte burgerparticipatie. Wilt u een parkeergarage onder het Museumplein, wilt u een flatgebouw van zeventien etages op de hoek van de Laraissestraat? Dergelijke vragen kunnen boeiende discussies tussen burgers en deelraadsleden opleveren.''

Handtekening

Dit zijn de jaren van experimenten en ambtelijk-politieke voorbereiding. De gemiddelde staatsburger zal pas over twee jaar, omstreeks 2003, rechtstreeks te maken krijgen met de glasvezeldemocratie. Met: de `digitale handtekening', het `digitale kluisje' en verkiezingen via internet.

Het vertrouwde paspoort krijgt een digitale tegenhanger: een identiteitsbewijs op creditcard-formaat, dat via een kaartlezer toegang verschaft tot de computernetwerken van overheden. Wie een rijbewijs wil aanvragen of via internet z'n stem wil uitbrengen, zal zichzelf eerst moeten identificeren met z'n `digitale handtekening'. De kaart wordt gekoppeld aan `biometrische gegevens', waarschijnlijk de duimafdruk of irisscan (herkenning van de oog-iris), om misbruik en fraude tegen te gaan.

Van Boxtel ziet de nadelen en gevaren die een dergelijk digitaal alter ego aankleven. ,,Veiligheid, vertrouwen en privacybescherming moeten hier optimaal gegarandeerd zijn'', bezweert de minister. Tegelijk ziet hij grote souplesse in de samenleving bij het gebruik van plastic kaarten: ,,Tien jaar geleden was er nog discussie over het gevaar van geld pinnen, terwijl het nu de gewoonste zaak van de wereld is om geld uit de muur te halen. Miljoenen mensen kopen al via internet, waarbij ze het nummer van hun creditcard zonder aarzeling over de hele wereld rondmailen.''

De nieuwe identificatiekaart moet virtuele deuren bij de overheid openen. Zoals ook de deur tot een particulier `digitaal kluisje', waarover iedere Nederlander binnen enkele jaren de beschikking moet krijgen. Het is een afgegrendelde `plek' op internet waar burgers hun belastingaangifte, salarisadministratie, aanvragen voor kinderbijslag, banksaldi, beleggingsportefeuille, verzekeringen, hypotheken, medische gegevens, enzovoorts, moeten kunnen opslaan.

Waarom dit handig is? Van Boxtel: ,,Omdat dit bijdraagt aan een sterke vereenvoudiging van de administratieve rompslomp waaraan Nederland nu jaarlijks zestien miljard gulden kwijt is. Omdat dit de service verhoogt, bijvoorbeeld door mensen automatisch erop te kunnen wijzen dat ze in aanmerking komen voor huursubsidie of iets dergelijks.''

Het klinkt als Big Brother dat de literatuur en triviale televisie is ontstegen – een gevoel dat Van Boxtel niet wil wegwuiven: ,,Ik zeg niet dat ontwikkelingen als deze zonder meer geweldig en gevaarloos zijn. Maar we moeten hierover durven nadenken, we moeten dit willen onderzoeken. Alleen dan hebben we het recht om keuzes te maken in de digitale toepassingen die we omarmen of afwijzen. Ik vind alles best, zolang het maar geen keuzes uit onkunde zijn.''

Verkiezingen

De `digitale handtekening' moet omstreeks 1 januari 2003 voor burgers beschikbaar zijn, zodat zij drie maanden later via internet kunnen deelnemen aan de verkiezingen voor Provinciale Staten. Her en der is bepleit om stemmen via internet al in te voeren bij de raads- en Kamerverkiezingen van 2002. Van Boxtel: ,,Technisch gezien zou dat geen enkel probleem zijn, maar we hebben echt nog twee jaar nodig om dit zorgvuldig voor te bereiden.''

De minister noemt, als praktisch voorbeeld, de noodzaak om een nationale `kiezersdatabank' op het net te zetten; kiesregisters vallen nu onder de verantwoordelijkheid van de ruim vijfhonderd afzonderlijke gemeenten. En: ,,De Kieswet schrijft voor dat kiezers vrij en ongebonden hun stem moeten kunnen uitbrengen. We moeten dus goed nadenken over de plaats waar mensen straks kunnen stemmen. Moet iedereen dat thuis of op z'n werk kunnen doen? Of houden we vast aan openbare ruimten, met – naast stembureaus in schoolgebouwen – ook computerzuilen in stations en postkantoren en supermarkten, zodat we erop kunnen toezien dat mensen werkelijk in vrijheid stemmen?''

Van Boxtel (D66) is prominent lid van een partij die politieke en bestuurlijke vernieuwing hoog in het vaandel heeft staan. Kan nu langs technologische weg worden binnengehaald wat decennialang in hoogdravende staatsrechtelijke discussies is blijven steken? Van Boxtel: ,,De bestuurskundige Bovens heeft vorig jaar in een oratie gezegd dat er een vierde, digitale bestuurslaag wordt toegevoegd aan het `huis van Thorbecke', van gemeenten, provincies en rijk. Ik denk dat de digitale democratie er niet bovenop komt, maar dat die alle bestaande ambtelijke en politieke structuren ingrijpend zal veranderen.''

Concreet? ,,Het zou dommemanspraat zijn om nu al heel precies te willen aangeven hoe dit zich ontwikkelt.'' Van Boxtel maakt een scherp onderscheid tussen dienstverlening en besluitvorming. ,,De elektronische overheid als dienstverlener zal zijn backoffice geweldig moeten verbouwen, dwars door alle bestuurslagen heen. Waarom zou je zoveel losse ambtelijke afdelingen en organisaties in stand houden als je straks gewoon je rijbewijs kunt aanvragen via www.overheid.nl? Dit zal een enorme strijd geven tussen allerlei bureaucratische circuits die zichzelf in stand willen houden, maar het zal een achterhoedegevecht zijn.''

Over vernieuwing van de politieke besluitvorming is Van Boxtel minder uitgesproken. Hij ziet ,,allerlei referendumachtige processen'' ontstaan, maar hij waagt zich niet aan uitspraken over de mate waarin deze invloed kunnen krijgen op besluiten van gekozen volksvertegenwoordigers. ,,Ik denk niet dat de digitale democratie in de plaats zal komen van de representatieve democratie. Ik ben geen voorstander van een `rodeopolitiek', waarin politici om de haverklap op single issues kunnen worden weggestemd. Wel kun je verwachten dat de vierjaarscyclus van de politiek, waarin kiezers slechts eenmaal om een mening wordt gevraagd, langzaamaan minder belangrijk wordt. Kiezers zullen via internet vaker en over meer onderwerpen met hun volksvertegenwoordigers in gesprek raken. Het maatschappelijke en politieke debat hierover moet feitelijk nog beginnen.''

In deze discussie moet nadrukkelijk ook de betrouwbaarheid van informatiebestanden en -netwerken in het algemeen en die van de overheid in het bijzonder worden betrokken. ,,Ik verkeer een beetje in een dubbele positie'', verklaart Van Boxtel. ,,Ik moet ideeën en plannen en enthousiasme voor de elektronische overheid zien los te maken, maar tegelijkertijd moet ik ervoor waarschuwen dat hieraan ook allerlei gevaarlijke kanten kleven. De cyberwar is geen fantasie. Internet is een nieuwe wereld, waarin ook de georganiseerde misdaad volop actief is en waarin terroristische acties kunnen worden beraamd. Als overheid kun je onmogelijk garanderen dat er nooit iets mis zal gaan, maar je moet wel het vertrouwen van de bevolking kunnen winnen en vasthouden. Toen het I love you-virus afgelopen voorjaar opdook, heb ik direct laten inventariseren welke departementen in welke mate `geraakt' zijn. Dit is niet alleen een kwestie van strafrecht maar vooral ook van miljardeninvesteringen om veilige systemen te bouwen. Criminaliteit van groepen vervangt oorlog tussen landen. Het is een doorlopende rat race.''

Links naar websites over e-government zijn te vinden op www.nrc.nl/DenHaag