Gepamperde dertigers

Nu de economie bloeit, werkt de huisvrouw buitenshuis en heten bedienden `experts'. Sloven is uit, fun is in en tijd het meest schaarse goed. Zo worden we van de wieg tot het graf verzorgd. Een kanttekening bij de verzorgingsstaat nieuwe stijl. `Het enige wat ik zelf hoef te doen is eten.'

De weigeryup bestaat nog. Meed hij in zijn jonge jaren het geploeter op de stormbaan, het schrobben van kazernegangen en de afwaskeuken van een verzorgingstehuis, nu houdt hij zich ver van zijn eigen keuken, de rij in de supermarkt en het moppen van de badkamer. Zijn vrouw werkt net als hij buitenshuis en de gemaksdiensten zorgen voor het huisje, het boompje en het beestje.

Nadat Alan Clark zich op een voorjaarsdag in 1984 onverhoopt gesteld zag voor huishoudelijke taken in zijn buitenhuisje, noteerde de toenmalige Engelse minister voor Werkgelegenheid in zijn dagboek: `Ik had veel gewassen, gedroogd, geveegd (...). Ik doe het zo slecht, zo langzaam. Voor iemand die zo groot, zo getalenteerd is als ik, is het de meest oneconomische tijdsbesteding.'

Het is precies deze aristocratische houding die wijdverbreid is aan het begin van deze nieuwe eeuw. Alleen hebben we het niet meer over bedienden, maar over experts.

De expert is de uitkomst van een vergevorderde arbeidsdeling en professionalisering. Op vrijwel elk denkbaar gebied kun je je tegen betaling laten voorlichten, adviseren en helpen. Wanneer deze striptease van verantwoordelijkheden voorbij is, wacht de core business, samengevat in een versregel van The Doors: `specializing in havin' fun'. De weigeryup ontwikkelt zich tot fun loving urban professional, die carrière maakt, trendy restaurants afgraast, lichaam en geest onderhoudt én vrouw en kroost vermaakt.

Als hij wil, kan een welgestelde werknemer zich thuis compleet laten verzorgen. 's Ochtends bellen ontbijtservice `Beschuitje' en de oppas hem wakker; de eerste om eten te bezorgen, de tweede om de kinderen met pyjama en al mee te nemen. Een student van Rent-a-driver staat er vervolgens garant voor dat in de auto tijd is voor de krant. Op het werk krijgt hij een knipbeurt van de bedrijfskapper, terwijl hij via een webcam de huishoudmanager in de gaten kan houden die op zijn beurt de tuinman, de strijkhulp, de loodgieter, de kattenbakverschoner, de interieurverzorgster en de klusjesman van het thuislozenuitzendbureau PUK aan het werk zet. Een makelaar in quality time regelt een weekendje Londen, inclusief twee kaarten voor het toneelstuk Brief Encounter. Thuisgekomen verzorgt een ingehuurde kok annex afwashulp het diner, al dan niet met een bestelde vriend, zoals in Eddy Terstalls recente film Rent-a-friend.

Op zondag geniet hij zelf van authentieke huishoudelijke ervaringen. Zonder zorgen wordt de hond uitgelaten die de rest van de week is toevertrouwd aan Doggiedog. Winkelliefhebbers belegeren op deze dag en masse het evenement Amsterdam. Dat doen ze met de rustgevende gedachte dat de onmisbare aankopen tijdens werkdagen al zijn gedaan door de personal shopper, die tijdens een intakegesprek het `kleedverleden' van de klant heeft geanalyseerd, en met die kennis warenhuizen en boetiekjes afstruint. In de namiddag wordt er facultatief gekookt op geleide van de Allerhande.

Tijdens het diner kijken de zondagskinderen niet alleen vragend naar de man die het vlees snijdt, maar ook naar de vrouw die de aardappelen opschept. Want het aantal werkende vrouwen is de laatste twintig jaar gestegen van dertig tot vijftig procent. Nog even en de laatste huisvrouw mag zich te kijk zetten in het Openluchtmuseum. Nagenoeg ieder stel van beneden de 35 jaar behoort tot de 2,5 miljoen tweeverdieners. Dat aantal neemt jaarlijks met 100.000 toe.

Kinderopvang mag binnen zo'n tweeverdienerseconomie geen gemaksdienst meer heten. Toch is het één van de vele diensten die de Stichting Lekker Leven aan één procent van de Nederlandse bevolking levert. Aanvankelijk richtte deze stichting zich op Gelderse bejaarden, maar nu kunnen drukke en jachtige abonnees uit het hele land op elk moment iemand bestellen om een nekmassage te geven, een trui af te breien of een medische second opinion te leveren. De stichting was deze herfst betrokken bij de oprichting van een dienstenmakelaar in de Rotterdamse wijken Blijdorp en Bergpolder. Wijkbewoners – veelal senioren en jonge gezinnen – kunnen via de makelaar betaalbare hulp inschakelen bij het halen van boodschappen, het regelen van een advocaat of het snoeien van een kastanjeboom die zonlicht tegenhoudt en in de herfst de caravan van de buren beschadigt.

Niet alleen tijd, maar ook geld bespaart het Amsterdamse bedrijfje Miepkniep, dat voor drukbezette mensen via internet alle aanbiedingen vergelijkt op het gebied van meubels, wasmachines, computers en andere geplande aankopen. Tijd en stank bespaart de even Amsterdamse onderneming Kattengemak, die sinds zes jaar voor veertien gulden per keer de kattenbak op natuurvriendelijke wijze verschoont bij bejaarden, yuppen, café-eigenaren en filmregisseurs in hartje Jordaan. Even gemakkelijk is de Zoekservice op het net waar iedereen terecht kan die op zoek is naar een uit het oog doch niet uit het hart geraakte jeugdliefde, een handleiding bij een tweedehands apparaat of een moeilijk verkrijgbaar geschrift van Immanuel Kant, de Duitse filosoof die ooit fantaseerde over een boek dat voor hem dacht en over een spiritueel adviseur aan wie hij zijn bewustzijn kon uitbesteden. Je stelt je vraag per e-mail, waarna een medewerker van de Zoekservice voor je aan het werk gaat.

Van oudsher is de persoonsgerichte dienstverlening weggelegd voor de helden: de topwielrenners met hun meesterknechten, de schaakgrootmeesters met hun secondanten en de topgolfers met meedenkende caddies. Vanuit de Verenigde Staten is het idee overgewaaid dat iedereen een bijzondere behandeling verdient.

Dus kennen we nu de personal `video game shopper', `vehicle shopper', `trainer' en zelfs `stylist'. De Nieuwe Wereld is ook de geboortegrond van de professional organizers, gediplomeerde troubleshooters die elkaar in Nederland halverwege de jaren negentig hebben gevonden in een beroepsvereniging. De omstreeks dertig aangesloten leden ordenen huizen van advocaten, professoren, psychiaters, onderwijzers, infopreneurs, kunstenaars en schrijvers. Deze nakomelingen van Jan Steen komen niet meer toe aan de dagelijkse arbeid. Ze zijn lamgeslagen door de hen omringende chaos.

De wanorde ontstaat vooral door de prestatiedruk op het werk. Ook de overheid maakt zich daar zorgen over met het oog op mogelijke arbeidsongeschiktheid. Nadat uit een onderzoek was gebleken dat twee miljoen Nederlanders moeite hebben om werk en privé-leven te combineren, trok het ministerie van Sociale Zaken zestig miljoen gulden uit voor ongeveer honderd projecten door het hele land, waaronder de genoemde dienstenmakelaar. Het gaat overigens niet alleen om hulp voor tweeverdieners, maar ook om experimenten die kortere werkweken beogen, bijvoorbeeld door middel van duobanen. Als de hulp bij de dagindeling succesvol blijkt, zal het staand beleid worden.

Ook werkgevers en -nemers trachten de werkplek met extra's aan te kleden. Met name IT-bedrijven doen er alles aan om de jobhoppers te lokken en te binden, bijvoorbeeld met secundaire arbeidsvoorwaarden à la carte. Via bedrijven als het Amsterdamse Superserver en het Houtense Swinxx Employee Benefits kunnen ondernemingen hun werknemers verwennen met eigentijdse vormen van arbeidsvitaminen, zoals een ontspanningsmassage of een kapper op de werkplek. Naar verluidt beschikken sommige bedrijven over een power-nap room, een kamer waar het personeel even kan wegdromen.

De scheiding tussen vrije tijd en werk dient te verdwijnen, zo eiste de Belgische filosoof Raoul Vaneigem al halverwege de jaren zestig in het Handboek voor de jonge generatie, destijds bestemd voor de kinderen van Marx, nu gepraktiseerd door de Coca-cola kids wanneer ze hun versgesopte lease-auto instappen, op weg naar hun huizen die langzamerhand het karakter krijgen van hotelkamers. Immers, hand in hand met de democratisering van het sterrendom is er een nieuw soort handtekeningenjager ontstaan – de vrijetijdsindustrieel die de klant bestookt met verzorgde reisarrangementen en voordelige jaarabonnementen.

Een dermate groot aanbod van pret dringt zich op, dat de plan-economische invulling van het werk overgaat op de vrije tijd. Mede doordat de klok sneller tikt in leuke tijden, wordt tijd schaarser dan welke fossiele grondstof ook. Het kopen van tijd kost geld en het verdienen daarvan kost weer tijd, waardoor de drukke burger in een neerwaartse spiraal van permanente tijdnood belandt. Daarin kan het zomaar gebeuren dat de ouders van een 25-jarige carrièrejaagster via een advertentie in Arts en Auto contact zoeken met de ouders van een potentiële schoonzoon uit een goed nest. Uit angst `iets' te missen of er niet bij te horen, leidt het vergezicht `alles kan' al snel tot een benauwend `alles moet'. Vrouwenbladen maken reeds melding van een `vrijetijds-burnout' waarbij het slachtoffer niets meer kan. Gehaast klinken alle pleidooien voor onthaasting.

Het traditionele, rustieke gemeenschapsleven staat in de cybereconomie onder stroom. De laatste restjes privé-leven worden onderverdeeld in beperkte taakeenheden met als doel: een efficiënte, duidelijke en controleerbare dagindeling. Onderlinge affectie, liefde en devotie evolueren tot een vezelachtige vorm van solidariteit per email. Ook nog even gedacht aan een arme Boliviaan die om een nier verlegen zit, een machtiging voor Natuurmonumenten en een elektronische stem op de Socialistische Partij.

Het goed georganiseerde, beursrijpe bedrijf 'burger' ontvangt rekeningen van de hulptroepen die op orde worden gebracht door zijn accountant. Daarmee is uitgerekend in een tijd waarin iedereen het eens lijkt over de zegeningen der onafhankelijkheid, een grotere afhankelijkheid gecreëerd. Het is een afhankelijkheid gestoeld op basis van rechtsgeldige contracten.

Maar er is meer. Met het uitkleden van zijn eigen verantwoordelijkheden en verplichtingen neemt de moderne burger de levensstijl aan van een jong bejaarde. Hij leidt een gepamperd leven binnen een bebouwde kom die stilaan is gaan lijken op één grote serviceflat, waar het calvinistisch aandoende `gedenk bejaard te zijn' heeft plaatsgemaakt voor een gelukkig `pluk de dag'. Dat is niet vreemd, want er bestaat geen groter onrecht dan een sudden death kort na de vervroegde uittreding.

Zolang er nog geen technieken zijn om de levensverwachting te relateren aan de pensioenpremie, neemt de moderne burger dagelijks een voorschot op zijn oude dag. De flexibilisering van de pensioenen en de onzekere toekomst van de op solidariteit gebaseerde ouderdomsuitkering, wijzen op deze mentaliteitsverandering. Daar deze `jong bejaarde' financieel gezien een stuk aantrekkelijker is dan de traditionele hulpvragers komt de hulp steeds vaker terecht bij mensen die hebben gekozen voor afhankelijkheid en minder bij hen die daar niet voor gekozen hebben. Was dat de bedoeling?

Het tafeltje-dekje is niet meer. Lange leve de rendabele kok-aan-huis.