Europese Grondwet 3

In de Europese grondwet moet het recht gegarandeerd zijn voor iedereen om zelfstandig en onafhankelijk beslissingen te nemen met betrekking tot leven en dood, het eigen lichaam betreffende.

ok moet eenieder gevrijwaard worden van inperkingen van zijn vrijheid als gevolg van religieuze overwegingen van anderen.

Meer dan tweeduizend jaar lang heeft de Westerse mens zich in zaken van leven en dood laten leiden door de morele voorschriften van het joodse, respectievelijk christelijke geloof. We mogen ons gelukkig prijzen dat onze maatschappij zich daar in de laatste paar eeuwen heel geleidelijk van is gaan losmaken.

Het sprekendste voorbeeld is uiteraard het afschaffen van de oogomoogtandomtandmentaliteit, en daarmee van de doodstraf. Er zijn echter nog steeds Westerse landen waarin zelfmoord, euthanasie en abortus strafbare feiten zijn.

De uitvoerige discussies over abortus en euthanasie tonen aan dat in de denkende voorhoede van de maatschappij steeds grotere behoefte bestaat aan liberalisering van de wetgeving op deze punten. Tegelijkertijd blijkt dat een (slinkende) minderheid van tegenstanders met succes een beroep doet op de latente godsdienstige indoctrinatie die veel van de stemmers in hun jeugd hebben ondergaan, of nog ondergaan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat de invloed van de confessionele partijen dermate geslonken zal zijn, dat abortus en `de pil van Drion' voor iedereen die dat wil beschikbaar zijn. Zolang dat nog niet het geval is, is het onwaardig in deze hoogst persoonlijke beslissingen afhankelijk te zijn van het oordeel en de medewerking van arts en psychiater, die hierbij niet meer zijn dan de verlengde arm van tweeduizend jaar confessionele macht.