Europese Grondwet 1

In de Europese grondwet moet worden vastgelegd: 1. Een ieder heeft het recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon, zijn eigendommen en zijn geestelijke en lichamelijke integriteit.

Recht op zelfbeschikking, onder meer waar het euthanasie betreft, reken ik hiertoe. Er is maar één die uiteindelijk kan bepalen wanneer het leven voor mij niet meer voldoende te bieden heeft: ik zelf.

2. Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, meningsuiting, geweten en godsdienst.

3. Eenieder is gelijk voor de wet. Elke discriminatie vanuit de wet en vanuit publieke instanties is derhalve verboden. Positieve discriminatie is met dit artikel onverenigbaar, in ieder geval van staatswege.

4. Iedere burger van de Unie heeft actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen van het Europees Parlement.

5. Het rechtssysteem van de Unie en haar lidstaten kent scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten. Een trias politica, een systeem van countervailing powers, is de beste waarborg voor vrijwaring van dwang vanuit publieke instituties.