Europa moet een sterke democratie zijn

Artikel 1

1. De instellingen en organen van de Unie en de lidstaten eerbiedigen de rechten, leven de beginselen na en bevorderen de toepassing van de rechten en beginselen zoals opgenomen in internationale verdragen zoals het internationale verdrag inzake de burger- en politieke rechten, het internationale verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, het internationale verdrag inzake de rechten van het kind en het Europees Sociaal Handvest.

Toelichting In de genoemde verdragen zijn vrijwel alle belangrijke mensenrechten en grondbeginselen opgenomen. Door deze integraal op te nemen in de Europese grondwet wordt bevorderd dat er een heldere, in belangrijke mate universeel geaccepteerde canon van rechten en beginselen op het grondgebied van de Unie bestaat. Verschillen in bewoordingen van deze rechten en beginselen in het nu voorliggende ontwerp-Handvest moet vermeden worden.

Artikel 2

1. Iedere burger van de Unie, hebbende de leeftijd van 18 jaar of ouder, heeft het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

2. Onderdanen van derde landen, hebbende de leeftijd van 18 jaar of ouder, die legaal vijf jaar of langer op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

3. De leden van het Europees Parlement worden gekozen door middel van rechtstreekse, vrije en geheime algemene verkiezingen.

Toelichting Het democratisch gehalte van de Unie wordt sterk bevorderd, indien legale derdelanders wat hun burgerschapsrechten betreft een aan burgers van de Unie gelijke positie hebben. Met zo'n 15 miljoen derdelanders op een totale bevolking in de Unie van zo'n 300 miljoen vormen zij 5 procent van de Europese populatie. Derdelanders uitsluiten van het actieve en passieve kiesrecht vormt een ernstige inbreuk op het democratische gehalte van Europa.

Artikel 3

1. Iedere burger van de Unie heeft het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar hij verblijf houdt, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat.

2. Onderdanen van derde landen, die legaal drie jaar of langer op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, onder dezelfde voorwaarden als de burgers van die staat.

Toelichting Een vergelijkbare redenering wordt hier gevolgd als bij de toelichting op artikel 2. Mensen die gedurende een zekere tijd deel uitmaken van een lokale leefgemeenschap, kunnen voldoende ingeburgerd zijn om aan het lokale politieke leven deel te nemen. Er is geen grond hen daarvan uit te sluiten.

Artikel 4

1. Iedere burger van de Unie en iedere onderdaan die langer dan drie jaar op het grondgebied van een lidstaat van de Unie verblijft, heeft het recht partijen op te richten en deze partijen aan verkiezingen voor het Europese Parlement te laten deelnemen.

2. De leden van deze partijen kunnen burgers zijn van welke lidstaat van de Unie dan ook of kunnen onderdanen zijn van welk derde land dan ook.

Toelichting Ook hier wordt dezelfde redenering voortgezet als in de toelichtingen bij de artikelen 2 en 3. Door de nationale grenzen niet meer bepalend te laten zijn voor politieke partijen, kunnen waarlijk Europese partijen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement gaan deelnemen. Zo kan de partij `Vooruit met Europa!' een Italiaanse voorzitter hebben, een Marokkaanse penningmeester en een Eritrese secretaris die in Nederland en andere Europee landen campagne voeren voor het Europees Parlement. Het Europees Grondrechtenhandvest stimuleert zodoende Europese gezindheid en de Europese democratie.

Artikel 5

1. De instellingen en organen van de Unie en de lidstaten, voor zover zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, rapporteren elke vier jaar aan het desbetreffende toezichthoudende orgaan over de eerbiediging, naleving en bevordering van de rechten en beginselen van de Europese grondwet.

2. Maatschappelijke organisaties hebben het recht door het toezichthoudende orgaan te worden gehoord over de eerbiediging, naleving en bevordering van de rechten en beginselen zoals neergelegd in de Europese grondwet.

3. Het toezichthoudende orgaan stelt na bestudering van de rapportages en na maatschappelijke organisaties gehoord te hebben, aanbevelingen op betreffende verbetering van de eerbiediging, naleving en bevordering van de rechten en beginselen zoals neergelegd in de Europese grondwet.

Toelichting Om te voorkomen dat de Europese grondwet niet alleen een politieke verklaring is, dient een toezichthoudend orgaan te worden ingesteld.

Chris Huinder is medewerker bij het instituut voor multiculturele ontwikkeling FORUM.