EU wil vangst van schol en tong beperken

De Europese Commissie wil de vangst van schol en tong, voor Nederlandse vissers belangrijke vissoorten, in de Europese wateren volgend jaar met 20 procent verminderen. Daarmee wil Brussel de schade voor andere, met uitsterven bedreigde vissoorten, met name kabeljauw, beperken. Met de kabeljauw gaat het zo slecht dat de vissers daarvan in 2001 56 procent minder mogen opvissen dan dit jaar. Dat vergroot de druk op andere vissoorten. Maar als de Commissie de vangst daarvan ook niet aan banden legt, dreigt de kabeljauw toch te ,,sneuvelen''. Kabeljauw is namelijk vaak bijvangst. De Commissie vreest dat de vissers deze bijvangst overboord zullen zetten of illegaal aan land brengen, zo zei vrijdag een Commissie-ambtenaar.

Ook de vangst van heek, wijting en schelvis moet fors terug. Aan heek mag 11.000 ton tegen 42.090 ton dit jaar worden gevangen. De Commissie laat de vangsthoeveelheden voor haring, met schol en tong de belangrijkste vissoort voor Nederlandse vissers, ongemoeid.

De Commissie-ambtenaar sprak van een ,,zeer streng'' pakket maatregelen die ,,nodig en onvermijdelijk'' zijn. Er staan nog meer maatregelen op stapel waarover de Commissie zo snel mogelijk wil overleggen met de lidstaten, wetenschappers en de vissers.

Zo zou de maaswijdte van de netten kunnen worden aangepast zodat jonge vis kan ontsnappen en zou de toegang tot paaigronden kunnen worden beperkt. Een groep Noordzee-europarlementariërs, verontrust door de dreigende vangstbeperkingen, pleitte daar donderdag al voor.

De voorstellen van de Commissie zullen half december ter goedkeuring worden voorgelegd aan de ministers van visserijzaken. Die komen elk jaar in Brussel bijeen, om verder ook de vangsthoeveelheden per land af te spreken. Daarvoor geldt min of meer een vaste verdeelsleutel, maar vaak vindt er onderlinge ruilhandel plaats over de definitieve vangsthoeveelheden haring, schol of tong.