Draaikonten

T oen enige tijd geleden bekend werd dat George W. Bush jaren geleden dronken achter het stuur had gezeten en zich had verzet bij zijn aanhouding, vroeg iedereen zich af wat voor effect dat zou hebben op de verkiezingsuitslag. Helemaal geen, voorspelde een Amerikaanse commentator, Bush heeft er namelijk nooit enige twijfel over laten bestaan dat hij vroeger dingen heeft gedaan waar hij nu spijt van heeft. Wij, Amerikanen, houden van bekeerlingen, mits ze, zoals Bush, openlijk hebben erkend fouten te hebben gemaakt.

Wij, Nederlanders, houden eveneens van bekeerlingen; zo zeer zelfs dat onze Bushes niet eens hoeven te erkennen vroeger iets fout te hebben gedaan. Wij accepteren dat ze meedeinen op de tijdgeest en ongegeneerd als het zo uitkomt van geloof veranderen. Wij vallen ze niet lastig met wat zij vroeger hebben gedaan of gezegd, met als gevolg dat we worden bestuurd door opportunistische draaikonten.

Het onderwijs is in de jaren tachtig op onverantwoorde wijze afgebroken. Kleine scholen werden gedwongen te fuseren en, alsof het ging om varkens - hoewel, daar maken sommigen zich nog druk over -, werden de leerlingen bijeengedreven in eenvormige hokken van saaie, functionele stallen. Het enige wat telde bij deze intensieve leerlinghouderij, waren de kosten.

Adviesbureau McKinsey is er als bedrijf veel aan gelegen een positief image uit te stralen. Onderwijs scoort, heeft men daar bedacht, en dat heeft het bureau op het idee gebracht om, bij wijze van relatiegeschenk, zijn kompanen Roel in 't Veld en Rinnooy Kan te vragen hun gedachten te laten gaan over de wederopbouw van ons onderwijs. `Bij de les', zo luidt de titel van wat ze zelf omschrijven als een 'gedachte-experiment'. Wat is hier nu zo mis mee?

Als In 't Veld en Rinnooy Kan in het verleden iets hebben bewezen dan is dat wel dat zij uitstekend in staat zijn geweest de boel de lucht in te laten vliegen. Je vraagt Fireworks toch ook niet hoe Enschede weer op te bouwen? En waar komt dit illustere tweetal mee? Hiervoor citeer ik deze krant van vorige week vrijdag: ``Scholen moeten kleine eenheden worden waar leraren en leerlingen zich thuis voelen. Weg met de reusachtige scholengemeenschappen met duizenden leerlingen. Maximaal zeventig `professionals' (lees: leraren) geven les aan zo'n vierhonderd leerlingen. Op die manier voelen leerlingen en leraren zich verbonden met de school. Met als belangrijk neveneffect dat er minder leerlingen zullen uitvallen.''

De oplettende lezer herkent in deze ideaalschets ongetwijfeld veel van hoe het onderwijs vroeger was in de tijd voor Rinnooy Kan als voorzitter van het VNO en In 't Veld als directeur-generaal op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de sloop van het Nederlandse onderwijs propageerden of zelfs eigenhandig uitvoerden. Het belangrijkste verschil betreft het eigentijdse sausje waarbij het lerarenteam wordt betiteld als een maatschap en een besturenfusie waarbij gelijkgestemde scholen bestuurlijk fuseren, wordt aangeduid als een franchise-verband. Dit laatste is overigens verre van nieuw: het wordt al gedaan door bijvoorbeeld reformatorische en montessorischolen.

De twee bekeerlingen die hun zonden nooit hebben beleden maar ongegeneerd hun oude kleren hebben ingewisseld voor een nieuwe, eigentijdse outfit, wisten zich bij hun werkzaamheden gesteund door een beleidsadviseur van Hermans. Met zijn drammerige middenschoolpolarisatie heeft Van Kemenade indertijd de onderwijsdiscussie voor decennia verziekt. Hermans is inmiddels druk doende om vanuit een heel andere maar even modieuze gezichtshoek hetzelfde te doen.