De sloebers van Lubbers

Hij deed het voor de arme sloebers, zei een stralende Ruud Lubbers op weg naar New York voor zijn verrassende benoeming tot Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. Het kwam er een beetje impromptu uit, alsof hij zich, besprongen door de pers, op eens realiseerde dat hij niet al te triomfantelijk mocht overkomen nu hij Jan Pronk voorbij was gestreefd.

Een Lubbersiaanser formulering kun je je niet wensen. De arme sloebers van Lubbers. Het lijkt wel poëzie.

Wie zijn dat, die arme sloebers voor wie Lubbers het zegt te doen? En wat doet de UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees) eigenlijk in al die tientallen vergeten kampen die niet in de schijnwerpers van het crisismediaspektakel staan? En wie zijn de mensen die voor de unhcr die kampen bestieren? Waarom ambiëren ze zo'n baan? Is het idealisme, carrièredrang, avonturisme?

Het lijkt een vreugdeloos bestaan, dweilen met de kraan open, dagelijks omgaan met mensen die geen toekomst meer hebben. Niets mooiers dan nood lenigen, maar wat doe je als het geld opraakt, de woede smeult en de stemming in het kamp dreigt om te slaan?

Natuurlijk is de unhcr niet onom streden. Dat kan ook niet anders. 22 miljoen vluchtelingen onder je hoede, een slinkend budget en donoren die hun belangstelling verliezen. En dan nog het verwijt dat de organisatie in zee gaat met de ver'eerde locals.

M ging naar Kakuma in Kenia, een kamp dat al tien jaar bestaat. Het kamp zindert van de energie, maar broeit ook van woede. En de hulporganisaties sluiten zich angstig op in hun met prikkeldraad omgeven getto en bereiden zich voor op hun eigen vlucht.

'De UNHCR is een dinosaurus die zichzelf heeft overleefd', zegt een van de enthousiastere hulpverleners.

Maar wat dan?

    • Laura Starink