De huishoudster van Vivaldi

Nikolaus Harnoncourt wist het al na een paar tellen: dit is een hele grote. Cecilia Bartoli werd in korte tijd een ster. Het publiek draagt haar op handen, de media volgen haar dag en nacht. Portret van een perfectioniste met een stem als een Stradivarius: 'Het is grappig: ik heb een kleine stem, maar een grote carrière.'

Auto's razen over de Via Giuseppe Meda in Milaan en wegwerkers maken een hoop lawaai. De operaster steekt de drukke straat bij het conservatorium over. Ze twijfelt in welk café ze een broodje zal gaan eten. 'Claudio!' roept Cecilia Bartoli naar haar vriend die vijftig meter voor haar loopt. Het is een hulpeloze poging het verkeer te overstemmen. Het geluid van de beroemde nachtegaal is al vervlogen op het moment dat het haar keel verlaat. Claudio hoort niets.

Wereldberoemd is Cecilia Bartoli om haar ongelooflijke expressie en de beweeglijkheid van haar stem, die met het grootste gemak lijkt te dansen tussen hoge pieken en diepe dalen. Alle beroemde zalen ter wereld liggen aan haar voeten. In het Amsterdamse Concertgebouw vallen fans letterlijk voor haar op hun knieën en platenmaatschappij Decca verdient miljoenen aan de verkoop van haar cd's. Vergelijkingen met Maria Callas, de grootste zangeres van de vorige eeuw, zijn dan snel gemaakt.

Maar een echte Callas zal Bartoli nooit worden, zeggen critici. Ze heeft een mooie stem, maar haar volume is te klein om de serieuze rollen uit het operarepertoire aan te kunnen. 'Je hebt het net zelf gehoord', zegt Bartoli terwijl ze haar tanden in een ciabatta zet. Ze moet lachen om het voorval op straat.

Ook als de zangeres zich drie dagen later tijdens een concert in de akoestisch uitstekende Tonhalle van Zurich omdraait om het publiek achter het toneel toe te zingen, valt haar geluid op rij 8 bijna weg. En in de Philharmonie in Berlijn, weer een maand later, blijkt het voor dirigent Nikolaus Harnon court een hele toer de juiste balans te vinden tussen Bartoli, de Berliner Philharmoniker en een groot koor.

Dit is mijn Stradivarius

Als Bartoli het niet kan horen, wil haar cd-producer, Christopher Raeburn, een grote naam in de muziekwereld, wel iets kwijt over de 'kleine stem'. Hij heeft gewerkt met bijna alle groten der aarde, Renata Tebaldi, Mario del Monaco, Joan Sutherland, Luciano Pavarotti, maar Bartoli is voor hem de grootste. 'Van iedereen met wie ik gewerkt heb, is zij de allerbeste, de meest gedrevene, intelligentste, de meest dramatische en muzikaalste.' Maar nooit zal ze in de grote Verdi-rollen kunnen kruipen, die voor de carrière van operasterren zo belangrijk worden geacht. Raeburn: 'Waarschijnlijk is er niemand die Eboli in Don Carlo zo goed zou kunnen zingen en uitbeelden als Cecilia Bartoli.' Prinses Eboli is de hofdame die door haar jaloezie het leven van haar beminde Don Carlo in groot gevaar brengt. 'Maar dat kan ze alleen in de eerste twee aria's. In O don fatale, het dramatische hoogtepunt van de rol, zal ze door het orkest worden gesloopt.' En Amneris, de duivelse, maar tegelijk ook intrieste rivale van Aida, die Bartoli wat drama betreft op het lijf geschreven is? 'Onmogelijk', zegt Raeburn. 'Zelfs een mezzo die een vier keer zo groot volume heeft als Cecilia, heeft grote moeite om boven de trompetten uit te komen.'

Het lijkt de grote tragiek van de jonge operazangeres die erkenning probeert te krijgen in haar geboorteland Italië. Maar omdat in Italië juist dit soort klassieke operarollen zo hoog in aanzien staan, krijgt ze die erkenning daar nog maar mondjesmaat. Zelf zal ze haar beperkingen niet gauw als tragisch omschrijven. 'De vraag of je een grote of kleine stem hebt, is niet zo interessant', zegt Bartoli. Voor haar komt die kritiek voort uit jaloezie. 'Ik denk dat het belangrijker is hoe je je stem controleert, en wat je met je stem kunt doen. Ben je in staat een boodschap over te brengen? Wat zit er achter een stem? Zijn dat hersens, of is dat alleen een leeg hoofd? De Stradivarius-violen zijn geen violen met een grote stem, maar het geluid van een Stradivarius is fantastisch. Dit is mijn Stradivarius. Ik ben blij met mijn stem, en ik kan mensen blij maken met mijn stem, mijn kleine stem.' Ze denkt even na. 'Het is grappig: ik heb een kleine stem, maar een grote carrière. Klinkt dat niet een beetje raar?' Ze schatert het uit.

Oefenen tot je erbij neervalt

Bartoli is te laat voor de repetitie met het barokorkestje Il Giardino Armonico, in de catacomben van het Auditorio Milano. Op haar tenen sluipt ze met haar vriend Claudio de repetitieruimte binnen. Il Giardino is al aan het spelen. 'Ciao', fluistert ze en gaat naast de andere musici zitten. Als dit een diva is, gedraagt ze zich er niet naar. Ze overlegt even, als gewoon lid van het ensemble.

De repetitie is een genot om naar te kijken. Di due rai languir costante, over liefde die een mens ontevreden maakt, staat al langer op haar Vivaldi-repertoire, maar voor Marco Scorticati, een van de twee fluitisten die in de aria een belangrijke rol vervullen, is de muziek nieuw. Samen met de blokfluitist Giovanni Antonini, de leider van Il Giardino, gaat Scorticati al spelend diep door de knieën. De twee fluitisten dansen op de muziek. Vijf meter verderop reageert Cecilia met haar eigen zang en dans. Tijdens optredens belemmeren de loodzware jurken haar beweeglijkheid, maar zoals ze bij de repetities colora tu- ren zingt, zou Bartoli in een discotheek geen gek figuur slaan. Op ingetogen momenten beheerst ze zich, maar in de snelle forte-passages slaat ze als een roofdier genadeloos toe.

De aria Non ti lusinhi la crudeltade ('Laat je niet tot wreedheid verleiden') vormt een groter probleem. De hobo van Maria Grazia D'Alessio klinkt in het samenspel soms ronduit vals, verontruste blikken worden uitgewisseld. 'We hebben moeilijkheden met de stemming', legt Bartoli uit. Normaal gesproken spelen deze hobo's een a op 415 hertz. 'Maar we hebben gekozen voor een stemming van 440 hertz. Dat klinkt hier beter, denk ik. Maar dat betekent dat de hoboïste alles moet transponeren. En sommige noten zitten er gewoon niet op, dus die moeten echt omhooggedrukt worden. Voor strijkers is dat geen probleem, voor blazers wel.'

Bartoli geniet van de repetities. 'Ik denk dat het repeteren de meest opwindende tijd is van het werk, voor mij het meest dierbaar. Dat is het moment dat je de mogelijkheid hebt al die kleuren en emoties uit te proberen. Nu kun je groeien, althans die illusie heb je. Of het ook lukt, hangt af van de musici met wie je werkt. En tijdens het concert moet je natuurlijk gewoon je best doen.'

De Vivaldi-repetitie zit er op. Musici stoppen hun instrumenten in de koffers en verlaten groepje bij groepje de catacomben van het Auditorio Milano. Plotseling echoot er een bekende stem door de krappe keldergangen van het conservatorium. Non ti lusinhi la crudeltade. Het lijkt of de tonen uit de damestoiletten komen. Daarachter zijn de kleed - kamers, als in een zwembad. De ruimte is gevuld met pratende studenten die hun spullen opbergen in de metalen kluisjes. Midden tussen hen in zit Bartoli op een houten bankje, met Maria Grazia, de hoboïste van Il Giardino. Haar vriend Claudio hurkt op de grond voor hen, met de partituur op schoot. Niks einde repetitie, oefenen tot je erbij neervalt. 'Ik ben een perfectioniste', zegt Bartoli.

Italiaanse zangeres met hersens

De repetities in Milaan, in september, zijn het begin van een lang, zwaar seizoen dat Bartoli over de hele wereld zal brengen, van Parijs naar New York en van Berlijn naar Amsterdam, waar ze deze maand voor het eerst samen met het Koninklijk Concertgebouw Orkest onder leiding van Riccardo Chailly twee concerten zal geven. 'Een geweldig orkest met een ongelooflijke klank', zegt ze. 'U mag zich daarmee gelukkig prijzen.'

Voor Bartoli bestaat de beste voorbereiding op zo'n inspanning uit absolute rust.

'Ik heb net mijn vakantie afgesloten. Ontspannen op het strand, de zee, dat is fantastisch voor de stem en de longen. Die zoute zeelucht is een medicijn om te herstellen, net als de stilte. Je moet even stoppen met zingen, voor je stem, voor je hersens, voor je lichaam. Je moet even stoppen, want die adrenaline die je nodig hebt voor een concert, veel adrenaline, die kan niet blijven stromen.'

Maar nu wordt de adrenalinecirculatie weer langzaam opgevoerd. Twee dagen na Milaan is ze, na een try-out in het Noord-Italiaanse Merano, in Zurich voor de officiële opening van het seizoen met haar Vivaldi-repertoire. Tussen andere verplichtingen door een uur repeteren met La Scintilla, een selectie uit het orkest van de opera van Zurich, voor een tv-opname later in het jaar. 'Tjam, tjam, tjam', spoort Bartoli het barokorkestje vriendelijk maar dringend aan tijdens het oefenen van Anch'il mar par che sommerga ('Ook de zee lijkt te zinken'). 'In deze aria rijd ik op de sterren, dus we moeten de indruk wekken dat we loskomen van de zwaartekracht.' De Australische eerste violiste Elisabeth Walfish gaat er zelf van springen. 'Ik wou dat mijn dochter hier was, die zingt ook zo graag', roept ze uit. Ook andere musici lopen met Bartoli weg. 'Ze is zo ongecompliceerd', zegt cellist Christoph Bohr. 'Zangers zijn meestal lastig, net als organisten. Bovendien heeft ze hersens, dat is bijzonder voor zangers, zeker als ze uit Italië komen.' Eens speelden ze met de Opera van Zurich de Barbier van Sevilla van Rossini, vertelt Bohr. 'Die hadden we al 35 keer gespeeld, dus we zaten er in de orkestbak een beetje duf bij. Opeens zagen we Cecilia op het toneel staan, alles klaarde op, meteen was er een andere lucht om ons heen. Dat heb ik met geen enkele andere zanger gehad.'

Ik ben niet altijd aardig

Toch breekt er ook in haar vriendelijkheid soms irritatie door, zeker als een belangrijk concert dichterbij komt. Bij de inspectie van het podium van de Tonhalle in Zurich, de avond voor het concert, blijkt er bij lange na niet voldoende licht aanwezig te zijn. Het orkest en vooral de soliste staan vanuit de zaal gezien in het halfduister. Een makkelijke oplossing is er niet, want extra spots vanuit de zaal kosten zes zitplaatsen die al lang verkocht zijn. Bovendien moet iemand ze installeren, en de Tonhalle heeft geen lichttechnici. 'Dit is te weinig', zegt Bartoli, en dan zegt ze wat ze altijd zegt als er niet meer te onderhandelen valt: 'What else can I say?'

De voortekenen waren al niet erg gunstig geweest. De mededeling dat Il Giardino laat zou arriveren en dat de pianist Alfred Brendel de zaal overdag gebruikte voor repetities, hadden Bartoli al van streek gemaakt. Tijdens de licht-check komt ook nog eens de manager van de Tonhalle, Trygve Nordval, de zaal binnenstuiven en roept dat niemand op het toneel de piano van de grote Brendel mag benaderen, laat staan aanraken. 'D t zijn de echte diva's, als je het weten wilt', fulmineert Bartoli, doelend op de manager die al weer in de gangen verdwenen is. Wanneer ze de trappen van de concertzaal afdaalt, is Bartoli nog steeds kwaad. 'Ik vind het zo'n primitieve reactie. Ik vraag om licht, en dan zeggen ze: hoezo licht? Het zou toch erg zijn als je dat soort dingen voortaan in een contract zou moeten laten opnemen.' Later zegt ze nog: 'Ik ben niet altijd aardig. Alleen als andere mensen aardig tegen mij zijn.'

Van zangeres tot diva

Op de avond van het concert is Bartoli laat. Om zeven uur is de armoedige Solisten zimmer nog leeg. Op de deur hangt een handgeschreven papiertje met de naam Cecilia Bartoli. Binnen staan een piano, een oude sofa, twee flessen mineraalwater en vier glazen onaangeroerd op de tijdelijke bewoonster te wachten. Bartoli is nogal zenuwachtig, luidt de verklaring. Ze wil niet te lang voor het concert in de zaal rondlopen, dat maakt de spanning nog groter.

Wie ook zenuwachtig is, is Maria Grazia D'Alessio. De hoboïste drentelt rond: 'Weet je zeker dat ze nog met me wil oefenen?', vraagt ze nerveus. Dat wil ze. Als Bartoli drie kwartier voor aanvang in een leren jasje arriveert, keurt ze eerst het licht, alvorens kort te repeteren. Het licht is niet perfect, maar wel beter. Aan de zijkanten staan nu felle spots opgesteld die er voor zorgen dat er gedurende het hele concert een verticale schaduw over haar gezicht zal dansen. Als het publiek de zaal binnenstroomt, zien we nog een laatste glimp van Bartoli's leren jasje achter het toneel verdwijnen.

Als Bartoli een half uur later in een prachtig blauw-zijden gewaad het podium op schrijdt, is ze de Diva. Haar opkomst werkt elektriserend op het publiek, de opwinding in de zaal is te voelen. Maar op het toneel beweegt niet alleen een statige godin, ze is ook ingetogen geroerd en plotseling weer blij en opgetogen. Ze maakt het publiek aan het lachen met haar opvallende mimiek en soms rare stemmetjes. De intensieve repetities werpen hun vruchten af: het Non ti lusinghi la crudeltade met de hobo klinkt nu prachtig en zuiver. Maar het enthousiaste applaus is niet echt aan Maria Grazia besteed. Verlegen, met gebogen hoofd, staat de hoboïste naast een stralende Bartoli. Als beide vrouwen het podium weer opkomen, schuifelt Maria Grazia meteen terug naar haar plekje in het orkest. Maar Bartoli pakt haar hand en neemt haar mee naar voren om samen de ovaties in ontvangst te nemen.

De liefde van Harnoncourt

Nikolaus Harnoncourt wist het al na een paar tellen: dit is een hele grote. De dirigent zit in een suite in het Berlijnse Four Seasons Hotel en vertelt over de dag dat hij Cecilia Bartoli voor het eerst hoorde. Het was in 1985 en ze was toen 19 jaar. 'Ik was in Zurich op zoek naar een zangeres voor de rol van Cherubino uit Le Nozze di Figaro. We hadden gehoord van een nieuwe zangeres die een dag eerder had voorgezongen in Parijs, en wilden wel eens weten hoe het daarmee zat. Na tien seconden zei ik: we zijn gek als we haar niet nemen voor Cherubino en alles wat er verder nog mogelijk is.'

Dit was een belangrijke doorbraak in de carrière van Bartoli. Als dochter van een Italiaanse tenor en een sopraan was muziek haar met de paplepel ingegoten, al wilde ze op jonge leeftijd liever flamencodanseres worden. Jarenlang kreeg ze les van haar moeder, die nu nog steeds haar zangcoach is. Ze studeerde in haar woonplaats Rome toen ze in 1984 een talentenconcours voor de Italiaan se televisie won. Maar na haar ontmoeting met Harnoncourt ging het snel. Een jaar later zong ze ook bij beroemde dirigenten als Herbert von Karajan en Daniel Barenboim.

'Ze heeft een unieke stem', zegt Harnon court, de pionier van barokmuziek op originele instrumenten. 'Een violist die werkelijk tot de topviolisten hoort, zal op een gegeven moment zeggen: ik moet een Stradivarius hebben, omdat dat nou eenmaal de beste is, die is toch nog een honderdste seconde beter dan die andere. Net als bij de honderd meter sprint gaat het om hele kleine verschillen. Er zijn veel goede zangers en zangeressen. Maar er zijn er maar weinig die zo'n instrument bezitten, en het ook zo goed verzorgen. Het unieke van haar stem zit hem in de klank. Hoor je een toon van haar, dan zeg je: dat is Bartoli. Het is net als bij een zanger als Fritz Wunderlich, bij wie je ook meteen hoort dat hij het is. Maar het gaat er ook om hoe de stem gebruikt wordt en dat is een kwestie van intelligentie. Er zijn zangers die een prachtige stem hebben, maar niet de intelligentie die nodig is om de allerbeste resultaten te krijgen. Cecilia heeft alles.'

De liefde van Harnoncourt voor zijn leerling blijkt wel tijdens de repetities in de Berliner Philharmonie voor de Harmonie messe van Haydn. 'Cecilia, fantastisch, ik heb nog nooit een Italiaanse zangeres gehoord die Gloria in Excelsis Deo goed uitspreekt.' Bartoli lacht een beetje verlegen. Haar respect voor de meester is ook groot. Als hij aanwijzingen voor de interpretatie geeft, luistert ze ademloos. 'Kyrie Eleison is een vraag: help ons alsjeblieft!', zegt hij. Of 'De strijkers verbeelden daar hoe de spijkers in het kruis worden geslagen'. Bartoli maakt braaf aan - tekeningen en als ze zelf niet zingt, deint haar hoofd mee op de muziek. Je moet goed kijken om dat te zien, want Bartoli lijkt hier tussen de vier solisten net een klein meisje. Op aandrang van Harnoncourt staan ze niet voor op het toneel, maar bijna naamloos in geklemd tussen koor en orkest. 'Zo mengt de klank beter', zegt Bartoli. Harnoncourt prijst haar instelling. 'Ze is een echte soliste. En daarom vind ik het echt toll dat ze zich nu zo als onderdeel van een grote groep opstelt.'

Alle lof ten spijt vertonen beide sterren soms zelfs wat menselijke trekjes. Tijdens de persconferentie bij de lancering van hun beider nieuwe cd die middag kijkt Harnoncourt naast haar tamelijk zuur op het moment dat Bartoli omstandig uitlegt hoe het is om een mezzosopraan te zijn. En op haar beurt wekt de zangeres de indruk soms met haar gedachten af te dwalen als de dirigent een college houdt over 'subteksten' bij Haydn.

Steunpilaar Claudio

Claudio Osele zit het liefst in een donker hoekje, onopvallend, met zijn onafscheidelijke partituur op een muziekstandaard of op schoot. Zijn gezicht is smal en een beetje bleek, zijn blik serieus, bijna streng. Maar zijn lach is ontwapenend. Naar verluidt ontmoette Claudio Cecilia op het feestje voor haar 21ste verjaardag. De wijnbouwer die muziekgeschiedenis studeerde, reisde jaren als fan achter haar aan, totdat zijn liefde werd beantwoord.

Inmiddels is Claudio Osele uitgegroeid tot de belangrijkste steunpilaar van Bartoli. Hij volgt haar als een schaduw, en in het open- baar lijkt hun verhouding louter professio- neel. Waar tederheid en plein public vrijwel ontbreekt, straalt het paar wel een groot onderling vertrouwen uit. Vanuit zijn hoekje maakt Claudio tijdens de repetities in Milaan en Zurich sotto voce opmerkingen over het verloop van de repetities. Nooit verheft hij zijn stem, ook niet als hij geërgerd is. Toch hoort Bartoli hem bijna altijd, waarna een korte discussie volgt.

Ook in Berlijn zit hij met zijn partituur in de zaal, maar laat hij zich zonder enige vorm van protest door de 'Philharmonie-politie' naar het balkon verdrijven, terwijl Frau Harnoncourt gewoon in de zaal blijft zitten.

Alom doet het verhaal de ronde dat Bartoli zelf als een detective de stoffige archieven van Turijn en Milaan indook op zoek naar de vergeten opera's van Vivaldi. Zelf doet de zangeres ook geen enkele poging dat beeld bij te stellen. Ongetwijfeld is ze er geweest en heeft ze er oude manuscripten ingezien, maar de grote drijfveer achter haar Vivaldi-revival is Claudio Osele. Claudio is de kenner en liefhebber van barokmuziek en deed volgens ingewijden het voornaamste spitwerk. Ook Harnoncourt benadrukt de rol die Osele in het werk van Bartoli speelt. 'Claudio Osele komt al jarenlang naar elk concert van ons in Wenen, met mijn ensemble, het Concentus. Dat had nog helemaal niets te maken met Cecilia. Ik denk dat hij haar belangstelling heeft gewekt voor al die Vivaldi-dingen.'

Het is Claudio geweest die de meeste handgeschreven transcripten voor uitvoering geschikt heeft gemaakt, zoals ook op de partituren van het orkestje valt te lezen. In het Vivaldi-programma waarmee Bartoli nu de wereld rondtrekt, zitten twee nieuwe aria's die nog niet op cd zijn gezet, waaronder die met de hobo. 'We hebben een grote doos met Vivaldi en daar trekken we dan nieuwe stukken uit', zegt Osele lachend.

Schatkamers vol muziek

'Na Vivaldi is het tijd voor Gluck', vindt Bartoli, die afgelopen zomer nieuw repertoire heeft ingestudeerd dat opnieuw voor haar is opgedoken door Claudio. Samen zijn ze nog bezig met de selectie van voor uitvoering geschikte aria's. Net zoals van Vivaldi is ook van Gluck veel werk onbekend. De opera's die hij in de jaren zeventig van de achttiende eeuw in Parijs heeft geschreven, behoren tot het standaardrepertoire. Maar dertig jaar eerder schreef de Duitser in Italië al vele opera's, die hij later in Parijs weer bewerkte.

'De muziek uit de Italiaanse periode is vaak veel directer', zegt Claudio. Dat komt door de structuur van de muziek, maar ook door de librettist Metastasio. 'Hij was een van de belangrijkste dichters van de achttiende eeuw', zegt Bartoli. Omdat de vroege Gluck zelden wordt opgevoerd of opgenomen, beschouwt ze het project eigenlijk als 'een nieuw soort première'.

Dit is de richting die Bartoli op wil. Niet het grote negentiende-eeuwse operarepertoire van Verdi of Puccini, maar de achttiende eeuw. Ze wil 'zelfs terug naar Monteverdi', de Italiaan uit het begin van de zeventiende eeuw die wordt beschouwd als de eerste componist van opera's. Het is natuurlijk de vraag of het niet gewoon haar geringe stemvolume is dat haar dwingt de weg van de barokmuziek in te slaan. Maar de zangeres wijst er telkens zelf op dat het haar eigen keuze is. 'Ik doe niet wat trendy is, maar wat mijn gevoel me ingeeft.' Er liggen volgens haar nog schatkamers vol muziek te wachten om nieuw leven te worden ingeblazen. 'We weten veel van Händel of Scarlatti, maar veel ook niet. Er is heel veel interessante muziek uit dat tijdperk waarop ik me wil concentreren.'

Leermeester Harnoncourt zou 'nauwelijks' andere zangers kunnen noemen die zo gedreven op zoek zijn naar eigen repertoire, 'zeker niet in Italië'. Haar Amerikaanse manager Jack Mastroianni spreekt onomwonden van 'een missie' waar hij 'voor 5.000 procent' achterstaat. Zelf vindt Bartoli het woord 'missie' aan de zware kant, dat klinkt haar te arrogant. 'Het is meer dat ik de componist probeer te dienen. Ik sta tussen de componist en jou, dat is mijn rol als musicus. Ik denk dat Vivaldi dit soort aandacht verdient, ik ben zijn dienaar.' Dan zegt ze lachend: 'Ik ben de huishoudster van Vivaldi.'

Wie is hier de diva?

Het dakterras biedt een prachtig uitzicht op heel Zurich. Op de rijk gedekte tafel staan flessen Colle de Cipresse, uit de wijngaard van de familie Osele. Cecilia Bartoli keuvelt wat met Nina Ruge, een Duitse televisiester die voor de zdf een wekelijks programma met beroemdheden maakt. Of Cecilia zelf wel eens kookt, of ze kinderen wil, hoeveel een fles wijn van Claudio kost. 'O, die hoef je niet te betalen', zegt Bartoli gevat. 'Je krijgt er een gratis mee.'

Eerder die middag was de televisieploeg de repetitie binnengevallen, en vanaf dat moment was alles anders. De begroeting met Andy Stutz, de leverancier van de kostbare zijde voor de jurken van Bartoli en de eigenaar van het dakterras, moest worden over gedaan, omdat het 'er niet goed op stond'. Speel nog eens een stukje, geeft niet wat, klinkt het tijdens de repetitie uit de mond van een producer. Alles in dienst van het grote oog.

'Daar komt een hele grote Duitse televisiester binnen', zegt de pr-man van Decca tegen Claudio in zijn vertrouwde hoekje. Claudio reageert niet eens. Hij heeft uitsluitend oor voor het ritme van Vivaldi. Niettemin moet hij daarna een middag lang zijn uiterste best doen om buiten beeld te blijven. Voor een 'gezellig' driehoekgesprekje wordt de bassist van het orkestje als vervanger gecharterd, ook hij kent Cecilia al jaren. Alleen tijdens de lunch op het dak geeft Claudio zich even gewonnen. Terwijl de camera's zoemen, beantwoordt hij schuchter Nina's vragen over wijn.

Al is Bartoli heel wat media-aandacht gewend, toch is ze niet geheel ontspannen. Het gezicht van Nina Ruge zit al onder de pancake, maar de visagisten vinden het nog nodig een en ander bij te werken vlak voordat ze een interviewtje in de repetitieruimte doet. Hooghartig steekt ze haar kin omhoog om zich de behandeling te laten welgevallen. Cecilia Bartoli zit naast Ruge en weet even niet hoe te kijken. Een momentje oogt Bartoli heel klein en onzeker. Een toevallige passant zou de verkeerde als diva aanwijzen.

In het gevolg van Bartoli doen de eerste grappen over 'Barbie' al de ronde. Maar ook de zangeres zelf moet de spanning even kwijt. Als Cecilia de repetitieruimte verlaat op weg naar een volgende 'spontane' op namesessie, kan ze het niet laten: met een vreemd, hoog stemmetje imiteert ze de Duitse televisiepresentatrice. Een snel huppelpasje doet de rest.

Eenmaal buiten bij Nina is Bartoli weer de vriendelijkheid zelve. Gezellig babbelend lopen Cecilia en Nina over straat naast elkaar naar het opera gebouw, de draaiende camera's vlak voor hen uit.

Hysterisch publiek

Bartoli heeft letterlijk dagelijks vele journalisten en fotografen op het programma staan voor een kort gesprek of een fotoshooting. 'Het is de andere kant van de medaille', zegt ze simpel. Ze denkt dat ze tegen de roem wel bestand is. Beroemd is ze vanwege Mozart, vanwege Vivaldi, vanwege Rossini, zegt ze. Maar even later bevalt zelfs het woord beroemd Bartoli al niet meer. 'Laten we zeggen dat mensen me herkennen, omdat ik Rossini zing', lacht ze. 'Ja, dat is beter.'

Een typisch geval van valse bescheidenheid. Zouden de zalen ook vol zitten als alleen Vivaldi en niet de naam van Bartoli op de affiches werd vermeld? En zouden bezoekers na afloop van een concert nog anderhalf uur in de rij willen staan voor een handtekening van willekeurig welke zanger? Natuurlijk, erkent de zangeres, maar persoonlijke roem speelt zich voor haar af op 'een ander niveau'. Het heeft niets van doen met muziek maken, met emoties, met het overbrengen van een boodschap. Helemaal tevreden is Bartoli niet met het antwoord dat ze geeft. Even denkt ze na en zegt: 'Ik bedoel eigenlijk, dat de manier waarop ik muziek maak niet is veranderd door mijn persoonlijke succes.' Als persoon is ze er evenmin door veranderd, zegt ze: 'Ik denk dat het moeilijk wordt als je gelooft in je roem. Zolang je er niet in gelooft, is het prima.' Als ik vertel dat haar Amsterdamse fans voor haar op de knieën zijgen, kijkt ze verbaasd. 'Neeeee', zegt ze ongelovig. 'Het klassieke-muziek publiek is niet zo hysterisch als het pop publiek. Echt?'

IJskoud in mijn aderen

Het is een memorabel concert, die oktoberavond in de concertzaal van Berlijn. Het begint al als Harnoncourt kort na het begin van de Haydn-symfonie plotseling afslaat, zich omdraait naar het publiek en uitleg geeft over de achtergronden van het stuk. De dirigent laat het orkest diverse voorbeelden met een paar maten illustreren, alvorens 'het geheel voor u te musiceren'.

Ook de Harmonie messe na de pauze wordt van uitleg voorzien. 'U moet weten', doceert Harnoncourt, 'dat alle componisten die langer in Wenen hebben gewerkt, zoals Mozart of Haydn, als ze 'jubel' willen uitbeelden altijd kiezen tussen twee dingen. Of ze componeren een dans, een wals vanzelfsprekend, of ze laten zangers jodelen. Let maar eens op.' En tot grote hilariteit van het publiek spelen de musici een fragment uit het Gloria waarin Bartoli in hoge loopjes boven het orkest en het koor uitkomt.

'Ik wist ook niet dat ze kon jodelen', lacht Claudio na afloop.

Voor het overige is het vooral een stemmige avond, zoals het hoort bij de uitvoering van een religieus werk. Voor Bartoli blijft het een bijzondere ervaring een mis te zingen. 'Ik ben een religieus persoon', vertelt ze de volgende dag tijdens een lunch in haar hotel aan de Potsdamer Platz. 'Ik geloof dat er hierna nog een ander leven is. Ik denk dat we hier maar een klein momentje zijn, dat het een passage is, een brug naar een volgend leven. Ik hoop in ieder geval dat het zo is. Dat geeft me de kracht om in dit leven te staan.'

Ze vertelt hoe intens ze het zingen van de mis beleeft. 'Er is een moment dat ik zing: Incarnatus Est. La virgine Maria heeft een baby, et homo factus est. Het is een moment van echte vreugde. En dan het moment dat de mensen voor Pilatus staan en zeggen: nee, we willen die baby niet, we moeten hem doden. Eerst vivos en dan mortuos, het is onge looflijk, die muziek in dit stuk is zo sterk. Toen ik gisteren luisterde naar het koor, zelfs tijdens de repetities, dacht ik: mijn God.' En ze maakt een gebaar van kippenvel op haar armen.

Helemaal begrepen heeft Bartoli de Latijnse tekst niet, want de woorden vivos en mortuos uit het Credo gaan niet over de beslissing het kind van Maria te laten leven of sterven, maar over de levenden en doden die Christus bij Zijn wederkomst zal opwekken. Hoe dan ook, Bartoli weet als geen ander de gevoelens van hoop en wanhoop, twijfel en geloof over te brengen, die ten grondslag liggen aan dit soort muziek.

Bartoli is een wonder van interpretatief vermogen, zeker als ze zingt in haar eigen taal. Rossini's gebed uit de opera Maometto II, Giusto ciel, in tal peroglio is een van de mooiste stukken die ze ooit heeft opgenomen. Ze zingt het deze maand ook in Amsterdam: 'Rechtvaardige hemel, in dit gevaar weet ik me geen raad.' De angst van de Venetiaanse Anna voor het oprukkende Turkse leger, die Bartoli hier uitstraalt, laat niemand onberoerd. 'Het is een prachtig gebed', zegt ze. 'De mensen om wie het hier gaat zijn in grote problemen en roepen, bidden om hulp.'

Na een korte stilte voegt ze eraan toe: 'Het is een vraag om kracht, om sterk te zijn. Ik stel die vraag niet alleen als ik zing.' Een glimlach. Waarschijnlijk doelt ze op een schokkende gebeurtenis in haar privéleven. Twee jaar geleden overleed haar broer Gabriele aan een hersentumor. Hij betekende heel veel voor haar, als broer en als musicus. 'Als je zo'n tragedie meemaakt, verandert je leven natuurlijk, niemand kan dat verlies opvullen.'

Er is niet veel verbeelding voor nodig om de aria Gelido in ogni vena ('IJskoud in mijn aderen'), uit Bartoli's Vivaldi-repertoire met dat verlies in verband te brengen. De aria gaat over een vader die bij het dode lichaam van zijn zoon staat, en is wereldwijd door critici bejubeld. Tijdens het concert in Zurich is deze aria het huiveringwekkende hoogtepunt van de avond. De vader zingt dat het bloed hem bij de aanblik van zijn dode zoon ijskoud door de aderen vloeit. 'Natuurlijk zing ik dat nu anders', zegt ze met neergeslagen ogen. 'Anders zou ik toch geen echte emoties overbrengen.'

Diabolische gedachte

De opera Cenerentola van Rossini is een vrolijk verhaal, naar het sprookje van Asse poester. Maar de oefenbuhne waar deze novemberavond gerepeteerd wordt, heeft weinig sprookjesachtigs. Het is een ijskoude betonnen ruimte, volgepropt met provisorische decorstukken en krakkemikkige stoeltjes. Alleen aan de mosgroene knickerbocker van de toneelmeester kunnen we afleiden dat we ons in het Beierse Munchen bevinden.

Cecilia Bartoli is net terug van haar tournee door de Verenigde Staten. 'Een drama,' zegt ze zelf. Tijdens het tweede concert, in Boston, werd de airconditioning plotseling vol aangezet. De zangeres was al bezweet en vatte meteen kou, net als een aantal andere leden van het orkest. 'Ik klonk als een bariton', zegt Bartoli duidelijk aangeslagen. De resterende twee concerten, in Washington en New York, moest ze afzeggen.

Het was niet de eerste keer dat dat haar in Amerika overkomt. Ze dreigt daar zelfs de naam te krijgen vaak concerten af te zeggen: 'Het komt door dat lange vliegen en al die airco's daar. In een hotel kun je niet eens je raam openzetten. In Europa zijn we dat niet gewend.' En dan is er die panische angst: 'Eén moment ben je bang dat je stem nooit meer terug zal komen. Dat is dan bijna een diabolische gedachte.' Bartoli heeft er schoon genoeg van: 'Er komt een moment dat ik zeg: basta, dan maar geen Verenigde Staten.'

Inmiddels heeft ze haar stem terug en dartelt ze rond als Assepoester, het sloofje dat uiteindelijk de prins trouwt. Claudio heeft verplichtingen op de wijngaard, dit keer is Cecilia's moeder haar schaduw. Bartoli is in haar element, al heeft ze de opera al in zoveel ensceneringen gespeeld dat ze aanvankelijk wat pasjes door elkaar haalt. Alidoro, de 'tovenaar' in het stuk, drijft regiseur Grischa Afagaroff echter bijna tot wanhoop. 'Alidoro moet magie uitstralen', roept de regiseur hulpeloos naar zijn assistent, maar dat ontbreekt ten enenmale. Hoewel hij een mooie stem heeft, blijft de bariton rondlopen als een houten klaas. De overige spelers acteren niet slecht, maar beschikken toch meestal niet over meer dan vier gemoedsuitdrukkingen: angst, boosheid, tederheid of vrolijkheid. Het arsenaal van Bartoli is van een andere orde: de nuances die ze het personage Cenerentola in haar spel en zang meegeeft, maken zelfs een tamelijk oppervlakkig sprookjesfiguur boeiend. Eigenlijk zoals die opvallende regel in haar slotaria: 'Tutto trovate in me', je kunt alles in me vinden.

Dodelijk zware rol

Cenerentola is een leuke opera, de rol van Assepoester zit Bartoli als gegoten, maar ze zingt hem al bijna tien jaar. Dat geldt ook voor haar Mozart-rollen. Het is de vraag of daar voldoende ontwikkeling in zit om zo'n grote carrière gaande te houden. Het Haydn-repertoire - zoals de opera Armida - dat ze met Harnoncourt uitvoert, is bijzonder, maar een groot publiek zal er niet van in vervoering raken. Aria's uit de vergeten opera's van Vivaldi doen het commercieel goed, maar nog geen cd-producent of operadirecteur heeft het tot dusver aangedurfd een integrale opera van de componist te brengen.

Wellicht komt er een moment dat zelfs een eigenzinnige artiest als Cecilia Bartoli een knieval moet maken voor de smaak van het grote publiek. Al jaren wordt er gespeculeerd over de vraag wanneer Bartoli voor het eerst te horen zal zijn als Carmen, de meest geliefde rol voor een mezzosopraan. Bartoli ziet de vraag al van verre aankomen: 'Carmen', roept ze nog voor de naam gevallen is. 'Dat is een prachtige opera, maar hij wordt verkeerd geïnterpreteerd, in grote operahuizen met enorme orkesten en veel mensen op het toneel. Maar de eerste keer dat de opera werd uitgevoerd, was in de Opéra Comique in Parijs, in een klein theater. Als ik op een dag Carmen zal zingen, wil ik naar dat origineel terug: intiemer en dramatischer, en minder folkloristisch.'

Haar producer Christopher Raeburn vindt het helemaal niet erg dat Bartoli nu kiest voor barok, maar hij hoopt wel dat ze weer het latere repertoire gaat doen. Raeburn vertrouwt me toe dat hij een droom heeft: dat Bartoli ééns de titelrol uit de Norma van Bellini zal zingen, een onvervalste sopraanpartij waarmee Maria Callas bijna een halve eeuw geleden furore maakte. En waarvan de laatste echt goede opname ook al weer van decennia geleden dateert. Dat Bartoli daarmee het middenbereik verlaat en zich meer moet richten op hoge partijen, lijkt Raeburn niet te deren. 'Bellini is erg geschikt voor haar.'

Manager Jack Mastroianni hoopt hetzelfde. 'Maar ik weet niet of ze Norma ooit op het toneel zal doen. Dat is een dodelijk zware rol. Misschien moeten we beginnen met de aria's.'

Hoog en hard

Ook Nikolaus Harnoncourt denkt dat Bartoli niet haar hele leven een mezzosopraan zal blijven, maar bij de voorkeur van Raeburn trekt de dirigent een vies gezicht. Hij heeft het niet zo op het belcanto-tijdperk van halverwege de negentiende eeuw, toen de klassieke Italiaanse techniek van het mooi zingen centraal stond met naast Bellini componisten als Rossini en Donizetti. 'De beste zangers zijn aan belcanto verloren gegaan', zegt Harnoncourt. Niet alleen omdat het je stem zo verandert dat het moeilijk is om nog terug te gaan naar de barok. 'Maar het verandert ook de voorliefde van zangers. Dat is een ziekte, een onweerstaanbare neiging.'

Niet dat Harnoncourt Bartoli geen later repertoire zou willen laten zingen. Zelf is de meester van de oude muziek bezig met uitvoeringen en opnames van de late Verdi, uit het einde van de negentiende eeuw. Maar dat repertoire is voor zangeressen als Bartoli niet makkelijk, zegt Harnoncourt, omdat orkesten tegenwoordig veel te luid spelen, zodat zangers bij sommige muziek gewoon moeten schreeuwen. Vroeger zongen zangeressen met stemmen als Bartoli Verdi, Wagner én Mozart. Dat is tegenwoordig haast onmogelijk geworden.

Orkesten spelen niet alleen te hard, ze spelen ook te hoog. De stemming van orkesten kruipt door de jaren heen langzaam maar zeker omhoog, vertelt Harnoncourt. Als er niet zo hoog en hard gespeeld zou worden, zou Bartoli niet alleen de Verdi-mezzo van Amneris kunnen zingen, maar ook de sopraan van tegenspeelster Aida zelf, zegt Harnoncourt. Maar er is hoop voor zangers als Bartoli, weet Harnoncourt. Er komt nu snel een moment dat het niet verder omhoog kan: 'Dat zou ik nog graag beleven, dat ze weer naar beneden gaan! Voor de zangers en de orkestklank.'

Het zijn woorden naar Bartoli's hart. 'Bij een steeds hogere stemming gaat iets verloren. Het mag dan in bepaald opzicht briljanter klinken, maar je verliest aan kleur en tonenrijkdom.' Ook de enorme bak geluid waarmee de grote opera's worden uitgevoerd, stoort Bartoli mateloos. 'We moeten dat echt heroverwegen, we kunnen die muziek niet blijven uitschreeuwen in grote arena's. De Aida is van oorsprong een Opera Intima. Die arena's komen voort uit een moderne traditie, die pas dateert van de jaren zestig en zeventig. Net zoals al die zangers die de vrijheid nemen om allerlei extra hoge noten te zingen. Dat heeft niets te maken met wat Verdi schreef. Het is een traditie zonder enig respect voor het manuscript. Als Verdi schrijft dat er piano of pianissimo gezongen moet worden, dan is dát Verdi!'

Maar voorlopig denkt Bartoli nog niet aan Verdi. Rollen als Cenerentola bieden haar nog voldoende mogelijkheden voor nieuwe interpretaties, zegt ze in een Italiaanse koffiebar tegenover het reuzachtige operagebouw in Munchen. En dan moet ze weer repeteren. 'Ciao', wuift ze, na haar kopje thee te hebben weggezet. Samen met haar moeder steekt Cecilia Bartoli de drukke Maximilianstrasse over naar de artiesteningang. Om weer even in de huid van Assepoester te kruipen.

Cecilia Bartoli treedt op 13 en 14 december op in het Concertgebouw in Amsterdam met het Concert gebouw orkest onder leiding van Riccardo Chailly, met een programma van Haydn, Vivaldi en Rossini. De concerten zijn uitverkocht. Op 22 januari treedt ze daar opnieuw op, met een Haydn-programma met de Academy of Ancient Music.

Jaco Alberts is redacteur van NRC Handelsblad.

Dirk Buwalda (Transworld) is fotograaf. Hij publiceert in vele week- en maandbladen en is vaste huisfotograaf van het Nederlands Dans Theater. Zijn werk is o.m. tentoongesteld op het Fotofestival Naarden.

[streamliners] 'Of je een grote of kleine stem hebt, is niet zo interessant. Het gaat erom wat je met je stem kunt doen. Wat zit er achter een stem? Zijn dat hersens of is het alleen een leeg hoofd?'

'Ik zocht een zangeres voor Cherubino. We hadden gehoord van een nieuwe zangeres en wilden weten hoe het daarmee zat. Na tien seconden zei ik: we zijn gek als we haar niet nemen.'

'Ik sta tussen de componist en jou. Vivaldi verdient dit soort aandacht, ik ben zijn dienaar.'

'Als je zo'n tragedie meemaakt, verandert je leven natuurlijk, niemand kan dat verlies opvullen.'

'Als ik op een dag Carmen zal zingen, wil ik naar het origineel terug: intiemer en dramatischer.'