BOON 7

Blijkens de column van M. Mathijsen en de brief van M.H.E. Siemers van 25 november is er enige onduidelijkheid over het begrip paardenbonen. J.Z. ten Rodengate Marissen verschaft in zijn werkje Bijzondere plantenteelt II, Bouwland II, blz. 11, uitkomst. De veldboon, Vicia faba L., wordt verdeeld in twee ondersoorten:

a. V.faba L. minor. Gewone veldboon of paardenboon (Kleine Ackerbohne, Pferdebohne; féverole, petit fève, fève à cheval; field bean, horse bean). Veldbonen worden hoofdzakelijk als veevoeder gebruikt. De gewone veldboon wordt naar grootte in drie variëteiten onderverdeeld, namelijk wierbonen of twijfelaars, paardenbonen en duivenbonen met de laatste als de kleinste.

b. V.faba L. major. Grote, platte of Waalse boon (Grosze Bohne, Buffbohne, Saubohne; fève de marais, great fieldbean), ook wel Roomse of tuinboon genoemd. Dit is de gewone tuinboon die we uit de groentenzaak kennen.