Artprice opent kunstmarkt

Discretie is het devies van de kunsthandel, maar wat de prijzen betreft komt daar verandering in. Internetbedrijf Artprice.com biedt informatie over kunsttransacties over de hele wereld.

Met moeite bedwingt Thierry Ehrmann (38) een triomfantelijke lach, als hij aan het einde van het gesprek ,,nog iets leuks'' wil vertellen. Toen hij zijn internetbedrijf Artprice.com een jaar geleden naar de beurs bracht, kreeg hij bij wijze van hoge uitzondering van beursdirecteur Jean-François Théodore toestemming om zelf de omzetcijfers van de kunstmarkt voor het prospectus aan te leveren. De regel, dat externe deskundigen dat op zich nemen, bleek niet toe te passen. ,,Iedere geraadpleegde deskundige verklaarde zich onmachtig. Niemand weet wat er in de kunstmarkt omgaat. Het is een schemergebied en dat is nu juist precies de reden waarom ik dit bedrijf op poten heb gezet. Ik wil wat ondoordringbaar is inzichtelijk maken''.

Vijf jaar bestaat het bedrijf nu en het is ,,onvermijdelijk'' een succes, mede omdat Ehrmann ,,ongeveer alle concurrenten'' (waaronder American Falk's Art Price Index in 1998) simpelweg heeft opgekocht. Artprice.com is een databank van en voor de kunsthandel. In die handel ging volgens schattingen (van onder meer de Europese Commissie) in 1998 wereldwijd acht miljard euro om.

De databank van Artprice.com bevat gegevens van meer dan twee miljoen kunsttransacties sinds 1700, de biografieën van een kleine tweehonderdduizend kunstenaars van 400 v. C. tot heden, 25.000 marktprijzen van individuele kunstenaars naar discipline (schilderkunst, tekeningen, fotografie, keramiek enz.) en naar formaat van het werk in kwestie, en er zijn meer dan 300.000 overzichten en statistieken te vinden van de kunsthandel van de afgelopen tien jaar.

Raadpleging van de dagelijks geactualiseerde internetsite kost de gebruikers per informatie 50 dollarcent tot 1 dollar. Naast de site beheert het bedrijf nog een uitgeverij die jaarlijks vuistdikke papieren ,,prijsbijbels'' en cd-roms met de gegevens over een tiental jaren op de markt brengt. Ook zijn er encyclopedieën te koop van handtekeningen en symbolen van kunstenaars, zowel de valse als de echte, die handelaren van dienst kunnen zijn bij het vaststellen van de authenticiteit van een werk.

Een prototype van de op imponeren gerichte zakenman kan men Ehrmann journalist van huis uit en op 18-jarige leeftijd met een eigen persbureau begonnen – onmogelijk noemen. Hij heeft een ragfijn gevlochten staartje in zijn nek en een olijk, open gezicht. ,,Je moet altijd jezelf blijven'', zegt hij daarover. Dankzij of ondanks dat devies heeft Ehrmann 95 procent van de aandelen in handen van de in Lyon gevestigde Groupe Serveur, waaronder dertien bedrijven allemaal databanken voor uiteeenlopende begroepsgroepen – ressorteren met een gezamenlijke beurswaarde van 200 miljoen gulden.

Met Artprice.com, waarvan de Bernard Arnault-groep 20 procent in handen heeft, sponsort hij culturele evenementen als de Biënnale van Lyon en de deze maand gehouden fotobeurs Paris Photo, waar het gratis handboek voor de handel in fotografie van 1998 tot 2000 menig galeriehouder ertoe bracht zijn prijzen te herzien. Op de beurs werden soms zeer uiteenlopende prijzen gevraagd voor dezelfde foto's.

,,Daar steekt lang niet altijd kwade wil achter'', zegt Thierry Ehrmann. ,,Handelaren prijzen soms in the blind, omdat het moeilijk voor hen is altijd maar van iedere kunstenaar, laat staan van ieder kunstwerk afzonderlijk, de veilingwaarde bij te houden. De veilingwaarde is een standaard: in 1970 werd 90 procent van de kunst nog verhandeld door galeries en handelaren en 10 procent op veilingen, nu is die verhouding respectievelijk 30 en 70 procent. Oorzaak van die groei zijn de betrouwbaarheid en expertise van de veilinghuizen en bovendien komt op een veiling de vrije-marktprijs bovendrijven. Maar men moet bedenken, dat die ook schommelt en sterk afhangt van de plaats en het veilinghuis. In die wirwar brengen wij orde door feitelijke gegevens aan te bieden over de waarde van een kunstwerk in de loop van de tijd, door onze statistieken en analyses. Adviseren doen wij niet, we bieden objectieve informatie aan.''

Voorwaarde voor het vertrouwen van de consument in zijn informatie is volgens Ehrmann dat deze ,,waardevrij'' is. Daarom wil hij niets zeggen wil over zijn eigen kunstcollectie. Zelf krijgt Ehrmann zijn informatie gratis aangeleverd van bijna 3.000 veilinghuizen in de hele wereld. Iedere dag komen daar nieuwe leveranciers bij – uit welbegrepen eigenbelang, want opname in de standaardwerken van Ehrmann is ,,zo langzamerhand een keurmerk''.

,,Wij paren internet, de technologie van de 21e eeuw, aan middeleeuws monnikenwerk, want alle informatie moet geredigeerd, geordend, geverifieerd en op de juiste plaatsen ingepast worden, met ook nog verschillende trefwoorden.''

In zijn vrije tijd geeft Ehrmann persgeschiedenis aan verschillende universiteiten. Hij leert zijn studenten dat de ondoordringbaarheid van de kunstmarkt ,,historisch'' is. ,,Tot de zeventiende eeuw was kunst een zaak van de kerk en van mecenassen. Uitgerekend Holland bracht daar, tot woede van de onderling in kunst handelende elite in Europa, verandering in door openbare verkopen te organiseren''.

Discretie is nog steeds het devies in de kunsthandel, maar wat de prijzen betreft, komt daaraan volgens Ehrmann een eind. ,,Veel galeriehouders en veilinghuizen hebben zich verzet tegen onze activiteit, maar velen zien er nu ook het nut van in. Dankzij onze informatie zal de markt niet afkalven maar veel breder worden. Nu bepaalt de handel in oude en klassiek-moderne meesters door hun ongehoorde opbrengsten nog het leeuwendeel van de omzet. Dat gaat veranderen, omdat dankzij onze informatie de prijzen zullen dalen en kunst voor meer mensen bereikbaar wordt, een tendens waar ook jonge kunstenaars van zullen profiteren.''

    • Pieter Kottman