`Als het lukt is het bijna altijd toeval'

Gérard de Palézieux geldt als een van de grote vernieuwers van de grafische kunst. Hij gebruikte technieken die doen denken aan het werk van Hercules Seghers. Voor het eerst is zijn werk nu in Nederland te zien.

Als Gérard de Palézieux de kopie van een van zijn etsen uit de catalogusdoos haalt, is het alsof de zon doorbreekt op de bovenste verdieping van het Rembrandthuis. We zijn ineens in de lagune van Venetië. Het is zo'n zomerse dag waarop alles in een gouden schijnsel wordt gehuld. In de verte vaart een bootje langs een dukdalf. Het land op de achtergrond vervaagt in de zinderende lucht.

,,Het is een mirakel'', zegt Palézieux. ,,Om die lucht zo te krijgen, heb ik de ets heel kort in het zuurbad laten liggen. Daardoor is het zo mooi geworden. Vervolgens heb ik kleur toegevoegd en er het bootje en de dukdalf in aangebracht.''

Palézieux (Vevey, Zwitserland, 1919) is een van de grote vernieuwers van de grafische kunst, al ontkent hij dat zelf uit bescheidenheid. Hij is een meester van licht en schaduw, die de techniek van het etsen op een virtuoze manier beheerst. Zijn landschappen, stillevens, interieurs, stadsgezichten maken deel uit van een verstilde wereld vol melancholie. ,,Mijn landschappen zijn niet erg vrolijk, ze zijn eerder een beetje nostalgisch. Maar zo is mijn karakter nu eenmaal. Daar komt ook die melancholie vandaan.''

Soberheid en eenvoud domineren in zijn werk, of het nu etsen zijn of olieverfschilderijen. Op die manier meent hij het wezen van de dingen te kunnen doorgronden. Vooral in zijn sneeuwlandschappen komt die eenvoud goed tot uitdrukking. De kleuren gaan er zacht in elkaar over en soms is de lichtval er zelfs zo dat het lijkt alsof op de etsen minuscule sneeuwvlokjes over het papier dwarrelen.

,,De natuur is iets moeilijks en ingewikkelds'', zegt Palézieux. ,,Je moet het simplificeren en dat doet sneeuw heel erg. Het wezenlijke blijft over, het overbodige verdwijnt. Daarom houd ik misschien zo van sneeuw.''

In het werk van Palézieux voel je je net zo eenzaam als in de poëzie van Rilke, wiens boeken hij heeft geïllustreerd. Niet voor niets zijn veel van zijn etsen gebaseerd op de verlatenheid van het Zwitserse platteland, waar Palézieux al zijn hele leven woont. ,,Mijn vrouw en ik houden heel veel van het platteland. We leiden er een kalm en rustig bestaan, waarin we goed kunnen werken. Als we naar de stad gaan is dat niet langer dan voor twee à drie dagen. We voelen ons daar verloren.''

Een van Palézieux' grote voorbeelden is de Italiaanse kunstenaar Giorgio Morandi (1890-1964), ook een groot vernieuwer van de grafiek. Palézieux leerde hem kennen toen hij begin jaren veertig in Italië studeerde. ,,In Bologna raakte ik bevriend met Morandi. Ik voel een diepe verwantschap met hem en ben zeer door hem beïnvloed. Het heeft me jaren gekost om me van die invloed te bevrijden, en nog weet ik niet of het me echt is gelukt, al zeggen kenners dat het wel zo is.''

Vooral in zijn vroegere stillevens, kleurgebruik, en landschappen is de invloed van Morandi duidelijk herkenbaar. Het werk heeft dezelfde verfijning, eenvoud en tederheid. ,,Ik was arm toen ik Morandi leerde kennen en wilde zo graag een klein stilleven van hem kopen. Als ik hem vroeg of dat mocht, zei hij `ja, ja, ik zal kijken'. Een maand voor zijn dood werd ik gevraagd bij hem te komen, omdat hij een klein schilderij voor me had. Hij lag in bed en aan het voeteneind lag een schilderij. Hij wilde er niets voor hebben. Ik had voor hem bloemetjes meegenomen, die `de onsterfelijken' heten, symbolische bloemen, omdat ze net als het werk van Morandi zo klein en eenvoudig zijn.''

In de jaren zeventig ging Palézieux op zoek naar andere methoden. Zo stuitte hij op het wonderlijke werk van Hercules Seghers, een 17de-eeuwse landschapsschilder en -etser met een experimentele etstechniek, waarbij gekleurd papier of linnen werd gebruikt. ,,Het is onzin te zeggen dat ik de techniek van Seghers heb herontdekt, want die techniek is nog altijd een groot raadsel. Wel was hij een fenomenale ontdekking voor me. Het waren de jaren zestig/zeventig. Mijn werk maakte een evolutie door en kreeg meer atmosfeer, minder lijnen, meer betekenis voor wit, zwart en grijs. Vervolgens ben ik gaan werken met gekleurd papier en gekleurde inkt.

,,Gisteren ben ik in het Rijksmuseum naar werk van Seghers gaan kijken. Het heeft mij bevestigd in mijn voorkeuren. In Parijs had ik al eens werk van hem gezien en ook toen ben ik er als een blok voor gevallen.''

In het Rembrandthuis hangen nu 85 van Palézieux' etsen in chronologische volgorde. Dankzij die rangschikking kun je zijn ontwikkeling op de voet volgen. Zo zie je dat Palézieux zich vanaf de jaren zeventig steeds meer richt op het weergeven van kleurschakeringen en atmosfeer. Ook voert hij steeds meer technische experimenten uit. ,,Ik voelde me gevangen in mijn stijl en wilde meer atmosfeer en poëzie in mijn werk aanbrengen. Door vrijere technieken te gebruiken en minder met lijnen te werken, lukte dat.

,,Ik ben altijd aangetrokken geweest door grijstinten, meer nog dan door de oppositie van zwart en wit. Grijs is veel algemener en harmonieuzer. Maar het is moeilijk om een bepaald soort grijs te krijgen. Als je te hard op de etsplaat drukt wordt het te zwart, als je te zwak drukt is het bijna niet te zien. Het is een kwestie van steeds maar opnieuw proberen en afdrukken. Ik werk vaak door tot diep in de nacht, net zolang tot het goed is. En als het lukt is het bijna altijd toeval.''

`Palézieux. Het grafische werk' is tot 25 februari te zien in Museum het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam. Open ma-za 10-17 uur, zo 13-17 uur, feestdagen 13-17 uur. Nieuwjaarsdag gesloten. Inl. (020) 5200400.