ACH, DIE IDENTITEIT

Twee directeuren heeft basisschool De Vink: een katholieke en een openbare. Officieel mag zo'n samenwerkingsschool niet, maar er komt nu een wet.

Soms is het schipperen, zoals met Pasen. Voor de katholieke leerlingen is er een eucharistieviering in de aula van de school, compleet met pastor en communie, terwijl de openbare kinderen spelletjes doen in een lokaal. Marieke (10, openbaar): ``Waarom mogen wij er eigenlijk niet bij zijn?'' Chris (11, katholiek): ``Omdat jullie over alle geloven leren. Wij leren wat je moet geloven.'' Dymphy (10, katholiek): ``Je mist niets. Je moet je handen in een kommetje houden en dan krijg je een broodje dat nergens naar smaakt.''

Sinds augustus 1995 is basisschool de Vink in Voorschoten, bijna vierhonderd leerlingen groot, een samenwerkingsschool. Dat betekent dat er openbaar èn levensbeschouwelijk onderwijs wordt gegeven: een school met twee identiteiten en geleid door evenveel directeuren. ``We zijn onze tijd vooruit'', vinden directeuren J. Schouten (katholiek) en W. Posthumus (openbaar). Trots zitten ze in hun gemeenschappelijke kantoortje. ``Met enige juridische trucs'' wordt katholiek en openbaar onderwijs in Voorschoten al al vijf jaar gecombineerd. Schouten: ``Ook deze gemeente ontzuilt, we houden de ontwikkelingen niet langer tegen. Bovendien hebben we niet het gevoel dat iemand er problemen mee heeft.''

Het aantal samenwerkingsscholen neemt snel toe. Hoewel recente cijfers ontbreken, is de telling van vier jaar geleden, 87 samenwerkingsscholen voor basis- en voortgezet onderwijs, volgens het ministerie van Onderwijs alweer ruimschoots achterhaald. Deze scholen, met één gemengd bestuur, bieden zowel openbaar als bijzonder onderwijs – iets dat eigenlijk niet kan in het Nederlandse onderwijssysteem. Het gaat vooral om katholieke scholen die samenwerken met openbare. De protestants-christelijken doen slechts incidenteel mee.

Nog altijd staat artikel 23 van de grondwet, die de vrijheid van onderwijs regelt, officieel geen fusie tussen openbaar en bijzonder onderwijs toe. Alleen scholen van gelijke gezindte mogen fuseren of de scholen moeten zich bij een fusie `bekeren' tot openbaar óf bijzonder onderwijs. Ook een fusie op bestuurlijk niveau is onmogelijk scholen moeten kiezen tussen een bestuur op privaatrechtelijke basis (een stichting of vereniging) of de gemeente.

ingehaald

De wet is inmiddels ingehaald door de werkelijkheid, vindt het kabinet, want de bestaande samenwerkingsscholen functioneren prima. ``De samenwerkingsschool is een maatschappelijke realiteit'', schreef staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) de Tweede Kamer. Deze ``opmerkelijke situatie'' moet van het kabinet zo snel mogelijk veranderen. Bovendien voelt het kabinet wel wat voor de brede vorm van onderwijs die samenwerkingsscholen kunnen bieden. In oktober keurde het kabinet een voorstel tot wijziging van artikel 23 van de grondwet goed, dat inmiddels naar de Raad van State is gestuurd. Als het kabinet zijn zin krijgt staat voortaan in de grondwet dat de plicht van iedere gemeente om openbaar onderwijs aan te bieden `al dan niet in de vorm van een openbare school' kan worden vormgegeven. Zolang de drie basiskenmerken van het openbaar onderwijs (onder gezag van de overheid, levensbeschouwelijk neutraal en algemene toegankelijkheid) maar op een of andere wijze zijn terug te vinden.

Tot nu toe was het niet eenvoudig een `tweestromenschool' te stichten. In Voorschoten zijn heel wat juridische plooien gladgestreken. Toch zat er voor de katholieke basisschool De Noorderwereld en de openbare Wethouder Schramaschool, die al een schoolcomplex deelden, weinig anders op dan samenwerking te zoeken. Het leerlingenaantal holde achteruit, opheffing dreigde.

Directeur Schouten: ``Hoewel samenwerking toentertijd not done was, zijn we toch over een fusie gaan praten. Omdat we maar één schuifdeur van elkaar verwijderd waren, leenden we wel eens wat plakband bij elkaar.'' Om de wet te omzeilen bedacht een denktank, bestaande uit leraren en ouders van beide scholen, een list: de openbare school hief zichzelf op en de katholieke school werd uitgebreid met een openbare component. En passant adopteerde de nieuwe katholieke basisschool de Vink de directeur, de leraren en de leerlingen van de openbare school. De andere openbare scholen in Voorschoten lagen ver weg, en om een dependance te worden, daar had de Schramaschool geen zin in.

Opvallend is dat weinig katholieke ouders bezwaar maakten tegen de fusie. ``Er zijn kinderen van school gehaald'', weet Schouten, ``maar dat aantal was bijzonder laag. De meeste ouders, zowel katholiek als openbaar, juichten samenwerking toe.'' Weliswaar ontnam de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) de basisschool het officiële predikaat `katholiek', maar ook daar werd binnenskamers al gesproken van een ``sympathiek initiatief''. Voorheen was de raad uitgesproken kritisch over de vorming van samenwerkingsscholen. Schouten en Posthumus liggen er in ieder geval niet wakker van: ``Ach, zo'n bordje op de gevel.'' Gelijk met het bordje werd ook het kruisbeeld in de aula maar verwijderd. Voor de wet is de school nog altijd een katholieke school, maar omdat ze de goedkeuring van de NKSR hebben verloren, mogen ze geen RK op hun gevel zetten.

Adelmund gaat met haar ruimhartige toestemming verder dan de Onderwijsraad haar eerder dit jaar in het rapport Samen verder adviseerde. De raad, het hoogste adviesorgaan op het gebied van onderwijs, zegt in het rapport samenwerkingsscholen slechts bij hoge uitzondering te willen toestaan. Bovendien keurt de raad samenwerkingsscholen alleen goed als het het resultaat van een fusie is. ``Vanuit het niets'' een school stichten die niet op het duale bestel gebaseerd is, keurt de raad af. Van Adelmund mag dat wèl.

Alleen de christelijke partijen betreuren de teloorgang van de ooit zo stevige verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs. ``De zeven plagen van paars'',noemde Tweede-Kamerlid D. Stellingwerf (ChristenUnie) het onderwijsbeleid van het kabinet op het gebied van levensbeschouwing. Een eerder wetsvoorstel ter legalisering van de samenwerkingsschool kon in 1997 nog worden tegengehouden met hulp van de VVD. Die is nu overstag. ``Er is geen kruid meer gewassen tegen de paarse ontzuildrang'', denkt Kamerlid G. Schutte (ChristenUnie). Toch ziet ook Schutte dat sommige scholen, als zij geen samenwerking zoeken, ten dode opgeschreven zijn. ``Waarom dan niet het advies van de Onderwijsraad gevolgd om samenwerkingsscholen te tolereren als het niet anders kan?''

waarborgen

Het levensbeschouwelijke onderwijs is in het geding als het al te eenvoudig wordt te fuseren met openbare scholen, vreest Schutte. ``Een grondwetswijziging holt het confessionele onderwijs uit. Zonder goede waarborgen in de wet wordt het voor dit onderwijs moeilijk zich te handhaven.'' Voorzitter E. Veldhuis van de Protestants Christelijke Schoolleiders Organisatie (PCSO) is bezorgd: ``Het lijkt zo mooi: meer vrijheid voor bedreigde scholen die samenwerking zoeken. In de praktijk bestaat het gevaar dat scholen, gedwongen door een strenge opheffingsnorm, een ideologische weg kiezen die zij niet willen. En wat blijft er over van het godsdienstonderwijs?''

Typische protestantse bezwaren, vinden de directeuren van basisschool de Vink. Posthumus: ``Het katholieke onderwijs schuift naar het midden. Ouders kijken nu vooral naar de bereikbaarheid van de school, de kwaliteit van de leraren, dat soort zaken. Het belang van de identiteit raakt op de achtergrond.''

De inhoud van het godsdienstonderwijs is onderwerp van discussie binnen katholieke scholen. Ook op de Vink wordt `gestoeid' met het vak. De dagopening is afgeschaft, de twee godsdiensturen per week voor de katholieke kinderen zijn meer algemeen vormend geworden. De openbare kinderen krijgen levensbeschouwing in een ander lokaal. Roy (10, katholiek): ``We hebben het nu over haast en dat mensen geen tijd meer voor elkaar hebben.'' ``Met Kerst hebben we een mooi toneelstuk gemaakt'', werpt Dymphy (10, katholiek) tegen. Chris (11, katholiek): ``Nee, dat was met Pasen.''

ontzuiling

Het Nederlandse onderwijs ontzuilt harder dan ooit, erkennen ook Schutte en Veldhuis. Directeur J. Kindt van samenwerkingsschool De Springplank in Terneuzen, een school voor speciaal basisonderwijs, sluit zich hierbij aan. Bij de oprichting van deze enige speciale school op Zeeuws-Vlaanderen, vijftien jaar geleden, is besloten onderwijs aan zowel openbare als christelijke kinderen te bieden, gedoogd door de gemeente.

``Aanvankelijk kwamen er nogal wat bezwaren van ouders'', vertelt Kindt. ``Ze hadden natuurlijk ook weinig keuze tussen scholen.'' Toch verdween de kritiek langzaam. ``Een paar reformatorische ouders op Zeeuws-Vlaanderen sturen hun kinderen stug naar een speciale school nabij Goes, vijftig kilometer en drie uur reizen verderop. Maar dat zijn uitzonderingen.''

Basisschool de Vink deelt het schoolgebouw met de protestants-christelijke basisschool Het Kompas (420 leerlingen). Van samenwerking met de Vink wil deze school nog niet horen. Directeur H. Verweij: ``Zolang we niet gedwongen worden tot samenwerking, blijven we onze eigen koers volgen.'' Het schoolbestuur en een groep kritische ouders waken over de identiteit van de school. ``Wij tornen niet aan de kern van het protestants-christelijk onderwijs, al zien we een kentering in de mentaliteit van de samenleving'', zegt Verweij. ``Nederland ontzuilt, maar voorlopig nog buiten onze deuren.''

    • Guus Valk