Wijster wil maar niet weg

Zaterdagmiddag 11 juni 1977 sta ik als verslaggever voor restaurant De Kastanjehoeve pal aan een overweg in Glimmen. Het is warm en doodstil. Een locomotiefje trekt langzaam een treinstel van het type `hondekop' richting Groningen. Trein 747 heeft wekenlang in een bocht op honderden meters van de overweg stilgestaan. Negen Molukse kapers hielden er een grote groep passagiers, aanvankelijk 54, gegijzeld. Die ochtend rond vijf uur is de trein door militairen ontzet. Gordijntjes wapperen uit de stukgeschoten ramen als het treinstel de overweg passeert, de voorkant waar de machinist zit (`de bok') is doorzeefd met kogels. Ook onder de ramen zijn honderden inslagen te zien. Wat opvalt is de omvang: het moeten flinke kogels zijn geweest. Zes kapers en twee passagiers zijn bij de actie gedood.

Trein 747 werd in de werkplaats van de NS keurig opgelapt. Jarenlang heb ik daarna de hondekop met zijn tientallen vierkante gelaste plaatjes op allerlei stations zien staan en meer dan eens voelde ik dan het bloed weer uit mijn gezicht wegtrekken.

De Molukse acties bij Wijster en De Punt, in Bovensmilde, het consulaat in Amsterdam en het Provinciehuis in Assen zijn de afgelopen weken opnieuw uitgebreid onder de aandacht gebracht. In de eerste plaats door de vierdelige televisiedocumentaire `Dutch Approach' van de NPS, waarvoor onderzoek werd verricht in bijvoorbeeld de archieven van Justitie en Binnenlandse Zaken. Rond de serie ontstond kabaal in de media, vooral over de rol van Dries van Agt als oud-minister van Justitie. Had hij de kapers een vrijgeleide beloofd of niet? Waarom doste hij zich bij de eerste treinkaping uit als agent van de Porsche-brigade? En hoe luidden precies de orders aan mariniers en schutters van de Bijzondere Bijstands Eenheid die de trein bij De Punt aanvielen? Er kwam alleen duidelijkheid over het witte politiejasje dat Van Agt had aangetrokken: dat uniform was volgens de politicus nu eenmaal voorgeschreven als je in de racewagen van de politie werd vervoerd.

Pappen en nathouden

Gelijktijdig met de documentaire is het begeleidende boek De Molukse acties, treinkapingen en gijzelingen 1970-1978 verschenen van de politicoloog Peter Bootsma. Dit werk van bijna 400 pagina's is voor 98 procent gebaseerd op hetzelfde materiaal als `Dutch Approach', een titel die overigens slaat op de Nederlandse onderhandelingsstrategie van pappen en nathouden, rekken en nog eens rekken, totdat de tegenpartij het uiteindelijk opgeeft. De militaire operatie bij De Punt betekende het einde van deze benadering. Niet alleen het materiaal dat door de onderzoeksjournalist Hans Dortmans uit de archieven werd opgediept, is overgenomen door Bootsma, ook de gesprekken die voor de documentaire zijn gevoerd zijn als (uitvoerige) citaten in het boek verwerkt. De auteur zegt zelf in een voorwoord dat zijn boek `niet een navertelling van de film is', maar hij volgt de documentaire op de voet, te beginnen in het Drentse barakkenkamp Schattenberg waar de Molukse gezinnen in de jaren vijftig zijn gehuisvest. Bootsma, die werkte met subsidie van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten, heeft wel persoonlijk een (klein) aantal betrokkenen benaderd voor wat aanvullende gegevens.

Het werk van Bootsma is niet het eerste boek over de Molukse terreurdaden van meer dan twintig jaar geleden. Al drie jaar na `De Punt' verscheen een boek van de Engelse journalist Ralph Barker, een jaar later in vertaling gepubliceerd bij Sijthoff als Niet hier, maar op een andere plaats. Het meeste staat er wel in. Het is goed geschreven ook. Barker beschrijft al de twijfel, zelfs achterdocht bij pers en publiek over de ziekteverschijnselen waardoor de meeste kinderen in de school van Bovensmilde tijdens de gijzeling plotseling in het Wilhelmina-ziekenhuis in Assen belandden. `De pers en het publiek hadden vrij cynisch gereageerd op het virus waardoor de schoolkinderen geëvacueerd hadden moeten worden. Maar de regering bleef ontkennen dat zij er zelf de hand in had gehad. `We zijn gewoon een beetje geholpen door de natuur', verzekerde Van Agt en hij legde uit dat de symptomen vrij normaal waren bij die benauwde omstandigheden, de onregelmatige maaltijden en het warme weer.'

Na Barkers boek volgden meer publicaties, zoals van Ger Vaders, hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, die in de trein van Wijster gegijzeld was. Bij die actie vielen drie doden: de machinist en twee passagiers. Vaders was de eerste die zijn belevenissen en waarnemingen in de trein bekend maakte. Het dagboek dat hij in de trein had bijgehouden werd direct na beëindiging van de actie in zijn eigen krant afgedrukt.

Bootsma's uitgever rept van een `reconstructie', maar veel heeft hij niet aan de voorafgaande titels toe te voegen. Een complete reconstructie is het boek ook in de verste verte niet, zo min als de 4-delige documentaire dat was. Beide producties zijn blijven steken in serieuze en respectabele pogingen. En dat respect gaat dan vooral uit naar de onderzoekers van het productiebureau van de films. De auteur van het boek heeft het zich te gemakkelijk gemaakt, al roept hij zijn lezers op aanvullingen per e-mail naar hem toe te sturen.

Doodsoorzaak

Een ander bezwaar is dat Bootsma's boek te veel slechte zinnen bevat, zoals: `Oostveen zal in de komende weken van alle passagiers het meeste contact krijgen met de kapers', of `Voor de weduwe van Rien van Baarsel is misschien nog het allerergste de manier waarop de overheid omspringt met de doodsoorzaak van haar man'. Ter toelichting: Van Baarsel kwam om bij de actie in De Punt; over zijn dood werd aanvankelijk geen informatie gegeven en daarna kwamen de leugens. Hij zou door een kogel uit het wapen van een Molukker zijn gedood, maar later hoorde de weduwe dat acht schoten van buiten de trein Van Baarsel fataal waren geworden. De Staat betaalde 50.000 gulden schadevergoeding. Elders wordt de psychiater Mulder, die met de kapers onderhandelde, zonder verdere inleiding neergezet als een `weliswaar charmante en intelligente maar tegelijk ook sluwe en arrogante psychiater'.

Over de treinkapingen is in het algemeen meer bekend geworden dan over de andere acties, zoals in het Indonesiche consulaat in Amsterdam of – later – in het Provinciehuis in Assen. Die onevenwichtigheid bestaat ruim twintig jaar later nog steeds, een bewijs dat opnieuw gebruik is gemaakt van oud, reeds bestaand materiaal en pogingen om nu eens een echte reconstructie te maken zijn uitgebleven. Een voorbeeld uit Bootsma's boek. De mannen die de `bevrijdingsactie' in De Punt moeten uitvoeren schminken zich zwart opdat hun gezichten in de nacht niet te zien zijn. Maar tegelijkertijd laat hun commandant ze vijf witte, behoorlijk oplichtende springramen (grote kozijnen) meezeulen. Betrokkenen zeiden tegen elkaar: `Als ze ons nu nog niet zien, zijn ze stekeblind'. Maak er maar grapjes over, denk je dan, zo'n fout was natuurlijk levensgevaarlijk. Als je nu een reconstructie maakt, dan stel je daar ruim twintig jaar later toch een vraag over?

Dédain

Er ontbreekt veel meer: onduidelijk is nog steeds hoe en waar de Molukkers zich hebben voorbereid op de acties. Ook zouden we nu toch zo langzamerhand moeten weten of de manier waarop de diverse leden van het kabinet tegen de Molukse gemeenschap aankeken, namelijk met een zeker dédain, een rol heeft gespeeld. Dat men van het Molukse denken en voelen niks afwist, en er ook niet in geïnteresseerd was, was bij de actie in Wijster gebleken uit de botte bejegening van de onderhandelaars. Is het kabinet-Kok op dit punt bijgeschoold?

De volledige reconstructie is misschien ook nog niet mogelijk. Journalisten, ook van deze krant, die de afgelopen jaren pogingen hebben ondernomen onbekend of zelfs geheim materiaal over de acties te bemachtigen, hebben slechts een deel van het overheidsarchief kunnen bekijken. Hét aanvalsplan voor De Punt met bijlagen, waaruit zou kunnen blijken wat het uitgangspunt is geweest (schieten om te doden?), waar de zware, in NAVO-landen niet toegestane munitie vandaan kwam en hoeveel, door wie en hoe de afluisterapparatuur onder de trein werd aangebracht, welke buitenlandse diensten in de weilanden bij Wijster en De Punt hebben gewerkt – dat belangrijke stuk blijft geheim. De veiligheid van de staat is daarbij in het geding, meldt de overheid keer op keer.

Pieter Bootsma: De Molukse acties. Treinkapingen en gijzelingen 1970-1978. Boom, 398 blz. ƒ45,-