`Wie houdt mijn zoon tegen?'

Volgens de wet is Vincent een kleine crimineel die steeds een paar weken moet `zitten'. Volgens zijn moeder is hij gevaarlijk en ziek.

Op het eerste gezicht is Vincent (21) een gewoon klein boefje. Na een korte celstraf kwam hij voorwaardelijk vrij in augustus, maar sinds half oktober zit hij weer vast. Hij werd gevonden in de fietsenkelder van een Amersfoorts complex waar hij gewoond had, met een dolk in een tas. De nieuwe bewoner van zijn oude kamer, waarvan hij nog de sleutel had, miste een pinpas en vijftig gulden. Wegens diefstal en verboden wapenbezit verscheen Vincent gisteren voor de politierechter in Utrecht.

Toen Vincent (een gefingeerde naam) in augustus vrijkwam, voorspelde zijn moeder Mary Dekker in deze krant dat dat van korte duur zou zijn. Bij haar zoon, die al op jonge leeftijd stal, brand stichtte, drugs gebruikte en die zeer agressief kan zijn, werd in de puberteit een aan autisme verwante contactstoornis vastgesteld. Hij werd onder toezicht gesteld en ging naar een internaat, maar daaraan kwam volgens de wet een einde toen hij achttien jaar werd. Sindsdien staat hij op eigen benen. Zijn moeder wil dat hij gedwongen wordt opgenomen en behandeld. Voor haar is hij een zware-crimineel-in-wording.

Vincents eerste slachtoffer was ruim een jaar geleden een meisje dat hij bedreigde met een stiletto om haar pincode te krijgen. Hij werd betrapt en opgepakt. Twee gedragsdeskundigen adviseerden onafhankelijk van elkaar een langdurige, intensieve behandeling, waardoor Dekker dacht dat ze haar doel bereikt had. Maar het vonnis was de korte celstraf die eindigde in augustus.

Wat heeft Vincent gedaan in de paar weken dat hij vrij was, wil rechter R.J.A. Meertens-Zeeman nu weten. Vincent zit met een wit petje op onderuitgezakt naast zijn advocaat. Hij praat bijna onverstaanbaar.

,,Bij een vriend geweest.''

,,Hoe heet die vriend?''

Dat wil hij niet zeggen. Na aandringen door de rechter zegt hij dat hij het niet weet.

,,Ben je een beetje gaan rondzwerven?'', vraagt de rechter. ,,Bij die kelder van je oude adres?''

Dat ontkent hij heftig. Daar ging hij alleen heen ,,om de was te doen''. Hij is niet in zijn oude kamer geweest, de pinpas en het geld heeft hij niet weggenomen. En het mes? ,,Dat ging ik daar halen. Dat zat nog in die tas. Ik moest dat wegbrengen. Naar die vriend.''

De rechter citeert zijn eerdere verklaring bij de politie, waarin hij zegt dat hij het mes in Groningen had gekocht om ermee te gaan zeevissen. Ze zegt: ,,Als vorig jaar nog een zaak heeft gespeeld met een mes, dan vind ik het toch een beetje griezelig dat je met zo'n groot mes rondloopt. Begrijp je dat?''

Vincent: ,,Ik heb het gewoon opgehaald. Het zat in die tas.''

De rechter zwijgt en gooit het over een andere boeg. ,,Wat vind je er zelf van dat je zo kort nadat je vrij bent gekomen weer vast zit?''

,,Nou, niet leuk'', mompelt Vincent. Harder praten, zegt de rechter. ,,En zet nu ook die pet maar eens af.''

Deze zaak gaat over een klein diefstal en het bezit van een mes. Voor gedwongen opname is behalve een rechter een advies nodig van een psychiater. Dekker heeft zich tot de Riagg in Amersfoort gewend voor een verklaring dat Vincent voldoet aan de criteria voor gedwongen opname volgens de wet-BOPZ. Die kreeg ze niet. Dekker, – ,,op die manier gaat de Riagg dus op de stoel van de rechter zitten'' – betaalt nu een advocaat om via het openbaar ministerie een rechterlijke machtiging voor gedwongen opname te krijgen. ,,Ik kan dat toevallig betalen. Maar het is natuurlijk belachelijk dat je een advocaat moet nemen voor iets waar je volgens de wet gewoon recht op hebt. Is het niet als moeder, dan wel als burger. Ik wil dat mensen tegen mijn zoon worden beschermd.''

In de vrijwel lege rechtszaal in Utrecht vermijdt Vincent elk oogcontact met zijn moeder. Als de rechter refereert aan de eerdere onderzoeken die hij heeft ondergaan, zegt hij: ,,Wat hebben al die mensen met mij te maken. Ik ben toch volwassen, of niet. Ik mag toch mijn eigen regels maken.''

,,Dat mag u nu net niet, meneer'', zegt de rechter. ,,Daarvoor hebben we wetten in dit land.''

,,Ik snap niet dat al die mensen zich met mij komen bemoeien'', herhaalt Vincent.

,,Omdat u de wet overtreedt.''

,,Dat is toch niet hun zaak.''

,,Maar wel die van de wetgever.''

,,Daar heb ik niets mee te maken.''

Vincent krijgt opnieuw een korte celstraf, plus een boete van duizend gulden. Zijn moeder hoopt een behandeling af te dwingen voor hij over een kleine drie maanden weer op straat staat.