Vrij baan voor vrijzinnigheid

De Gereformeerde Kerken in Nederland hebben de gereformeerde leer jarenlang verdedigd tegen aanvallen van vrijzinnigheid. In 1926 werd dr. J.G. Geelkerken uit de kerk gezet, omdat hij de gereformeerde bijbelbeschouwing fundamentalistisch vond. Hij weigerde bijvoorbeeld te accepteren dat de sprekende slang in het paradijs een ,,zintuiglijk waarneembare werkelijkheid'' was geweest. Met ds. J.J. Buskes stichtte hij de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, die later opgingen in de Nederlandse Hervormde Kerk. In 1944 werd de Kamper hoogleraar dr. K. Schilder uit de Gereformeerde Kerken gezet, omdat hij zich weigerde te committeren aan een door de gereformeerde synode verplicht gestelde leer van de kinderdoop. Dat leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

Aan het vechten voor de zuivere leer in de Gereformeerde Kerken is in de jaren zestig een einde gekomen. Door de secularisatie vertrokken velen uit eigen beweging en het was zaak dat de achterblijvers geen ruzie maakten, maar elkaar vasthielden. Allengs ontstond meer ruimte voor afwijkende opvattingen. Zolang dat over de marginale zaken van het geloof ging, werd dat getolereerd. Maar toen de kern van het gereformeerde belijden ter discussie werd gesteld, gingen de golven hoog.

Begin jaren zeventig promoveerde studentenpredikant Herman Wiersinga op een studie waarin hij de traditionele verzoeningsleer ter discussie stelde. Die leer stelt dat Jezus Christus als Zoon van God aan het kruis is gestorven om de zondige mens te verzoenen met God. De synode veroordeelde deze afwijkende opvatting, herbevestigde de gereformeerde verzoeningsleer, maar meende dat er geen reden was om Wiersinga als predikant af te zetten.

Eind 1997 publiceerde dr. C.J. den Heyer, hoogleraar aan de gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen een boek, waarin ook hij de klassieke gereformeerde verzoeningsleer aan de kant schoof. In het Nieuwe Testament, verklaarde de nieuwtestamenticus, zijn geen bewijzen te vinden voor deze leer. Daarmee joeg Den Heyer de kat opnieuw in de gordijnen. Vooral vanuit de hoek van de klassiek gereformeerden werd aangedrongen op maatregelen. Dat leidde tot een kritisch oordeel over Den Heyers opvattingen. Hij zou de diepte van de klassieke verzoeningsleer onvoldoende gepeild hebben. Maar tot een straf kwam het ook nu niet.

Vandaag ligt de problematiek op de tafel van de synode van de drie Samen-op-Wegkerken, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Evangelisch Lutherse Kerk en de Gereformeerde Kerken. Op verzoek van de Gereformeerde Bond, de orthodoxe vleugel in de hervormde kerk, en het Confessioneel Gereformeerd Beraad, de klassiek-gereformeerden in de Gereformeerde Kerken, is een synodaal rapport opgesteld dat als titel heeft `Jezus Christus, onze Heer en Verlosser' en een herbevestiging is van de traditioneel gereformeerde opvattingen. Het rapport stelt onder meer: ,,Jezus leeft, lijdt en sterft voor ons en in onze plaats. Hij heeft ons van God vervreemde bestaan en Gods toorn daarover op Zich genomen. Zo heeft Hij Gods recht op ons bestaan erkend, ook het recht in de gestalte van de toorn. Hij heeft Gods oordeel over onze zonde gedragen.'' Het valt aan te nemen dat de synode dit rapport zal overnemen. Maar het valt niet te verwachten dat er strafmaatregelen zullen worden genomen tegen degenen die ,,zich in prediking of onderwijs niet houden aan het belijden van de Kerk en met name inzake Jezus' God-zijn en verzoeningswerk'', zoals het Confessioneel Gereformeerd Beraad wil. De tijd van kerkelijke banvloeken is voorbij.

Maar de discussie zal voorlopig nog niet verstommen. Volgende week verschijnt namelijk een nieuw boek van Den Heyer, dat hij al zijn theologisch zelfportret heeft genoemd. Het is een pleidooi voor een ruimhartig geloof dat niet gebonden is aan kerkelijke dogma's. Momenteel is die ruimte er in de kerken. Door de kerkverlating wordt de positie van de orthodoxie echter steeds sterker en het is de vraag of die ruimte er op termijn ook blijft.