Vonnis paalt financiële fraude verder af

Met de vonnissen tegen drie `middelzware' verdachten in de Clickfondszaak onderstreept de rechtbank de roep om meer integriteit binnen de financiële sector.

De gezichten stonden strak bij de uitgebreide delegatie van het openbaar ministerie die gistermiddag de uitspraak kwam beluisteren tegen drie verdachten in het Clickfondsonderzoek. En de opluchting was evenredig groot na het belangrijkste vonnis tot nu toe in het `beursfraudeonderzoek'.

Er stond voor Justitie dan ook meer dan prestige op het spel. Voor het eerst had het OM een fraudepatroon in de financiële wereld juridisch `aangekleed' via het wetsartikel `niet ambtelijke omkoping' en het lidmaatschap van een criminele organisatie. Een gewaagde opstelling, zo was tijdens de rechtszittingen gebleken, want hard bewijs voor haar theorie had Justitie niet in handen. Het OM had betoogd dat de drie verdachten, allen ex-medewerkers van financiële instellingen, zich hadden laten omkopen door een van de hoofdverdachten in het Clickfonds, effectenhandelaar E. Swaab. Hij zou hun geld hebben gegeven in ruil voor informatie over effectentransacties.

Dat de drie geld van Swaab ontvingen, staat vast. Het valt onder meer op te maken uit aantekeningen in Swaabs agenda die in beslag is genomen. Maar waarvoor dat geld nou precies was verstrekt, bleef onduidelijk. Twee van de drie werknemers verklaarden dat ze, met Swaab, ,,een informeel beleggingsclubje'' vormden. Maar nergens werd bewezen dat er koersgevoelige informatie was verstrekt. Bovendien bleek er met de transacties zelfs niets mis.

Toch volgde de rechtbank de lijn van het OM. Volgens haar was er geen sprake van een beleggingsclub. Wel konden de verdachten ,,op grond van hun reguliere werkzaamheden inschatten in welke fondsen transacties interessant zouden kunnen zijn''.

Het aannemen van het geld – dat werd verzwegen ten opzichte van de werkgevers – werd dan ook als niet-ambtelijke omkoping gezien. Omdat het allemaal ,,gedurende geruime tijd in een gestructureerd samenwerkingsverband'' gebeurde, is er ook sprake van een criminele organisatie.

Voor de derde verdachte, een ex-medewerker van het pensioenfonds voor de metaalnijverheid, lag de zaak iets anders. Hij zat niet in het beleggingsclubje, maar deed wel verdachte effectentransacties met Swaab. Hoewel ze keurig binnen de toegestane `bandbreedte' bleven, zijn ze volgens de rechtbank toch verricht ,,tegen niet optimale koersen''. Ook hier werd niet-ambtelijke omkoping en het lidmaatschap van een criminele organisatie bewezen geacht.

Met het vonnis sloeg de speciaal voor de Clickfondszaken ingestelde rechtbank opnieuw een richtinggevend paaltje in de wereld van de financiële fraude. Een maand geleden gebeurde dat ook al in een andere aan hoofdverdachte Swaab gelieerde zaak. Bij de veroordeling van een ex-directeur van Bank Bangert Pontier stelde de rechtbank dat grote sommen contant geld gemeld moeten worden volgens de wet Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) als er ,,een aanmerkelijke kans'' is dat deze bedragen zwart geld zijn. Een ruime interpretatie van de wet. En dat was ook gisteren weer het geval. Maar de rechters, zo blijkt uit de motivering van beide vonnissen, wegen de steeds luidere roep om meer integriteit in de financiële sector zwaar.

Voor het OM is die redenering een belangrijke steun in de rug. Niet alleen voor de komende Clickfondszaken, maar ook voor het juridisch aanpakken van financiële criminaliteit in het algemeen. Vervolging in deze sector is nog jong en het is niet makkelijk wetten te vinden die naadloos de strafbaarheid aantonen van bepaalde handelingen. Juist daarin vinden advocaten van verdachten in de Clickfondszaak hun munitie. Maar met de recente vonnissen kiezen de rechters voorlopig de kant van het OM.

Enige nuancering past daar overigens wel bij. Zo kwam justitie de hele Swaab-affaire bij toeval op het spoor. Bovendien moet natuurlijk nog worden afgewacht hoe het hof, waar zowel de BBP-directeur als twee van de drie verdachten van gisteren in beroep gaan, tegen de vonnissen aankijkt. Hoogstwaarschijnlijk zullen de zaken uiteindelijk zelfs bij de Hoge Raad belanden.

Dat neemt niet weg dat Operatie Clickfonds de juridische discussie over integriteit in de financiële sector fors heeft losgewoeld. Die toenemende aandacht, die nu ook wordt ondersteund door bijbehorende vonnissen, is een belangwekkend feit dat Justitie op haar conto kan bijschrijven.

DOSSIER CLICKFONDS: www.nrc.nl/Economie

    • Joost Oranje