Schilderswijk-Noord is voor de arme mensen

Armoe concentreert zich in enkele straten van de Haagse Schilderswijk. De permanente vrees uit huis te worden gezet.

Foto? Nee, toch maar liever niet. Naam in de krant? Bij nader inzien ook maar niet. Tenminste, als er geen geld tegenover staat. Hij schaamt zich voor zijn geldgebrek, bekent Carlos (59). Zijn vrouw Judith (59) - ook een schuilnaam – heeft hartklachten en een hoge bloeddruk: ,,Ik krijg het benauwd als ik niet kan betalen''.

Met zoon Rudi, diens vriendin en drie kinderen – een van Rudi, twee van een dochter op Curaçao – wonen Carlos en Judith in een driekamerappartement in Den Haag. Een steenworp verder bevinden zich de paar noordelijke straten van de Schilderswijk waar de hoogste concentratie armen van Nederland woont.

Gisteren was het te lezen in de nieuwe armoedemonitor van het Sociaal-Cultureel Planbureau: de armoede in Nederland loopt weliswaar niet op, maar het land segregeert. Arm en rijk wonen steeds minder door elkaar. Den Haag loopt, met drie wijken in de top vijf van arme wijken, nog altijd voorop in de scheiding. In de Schilderswijk-Noord zit meer dan vijftig procent onder het minimum. Als criterium voor de armoede geldt een bedrag van minder dan 1.600 gulden voor een alleenstaande.

Carlos en Judith leven van 1.339 in de maand, de huur wordt tevoren ingehouden door de Sociale Dienst. Zoon Rudi woont officieel op een postadres in Dordrecht, en heeft daar ook een bijstandsuitkering. Carlos weet niet wat Rudi met zijn geld doet.

Wonen is de grootste kostenpost voor de kleine inkomens, maar arme gezinnen wonen niet alleen in aftandse woningen. Juist in straten in de Schilderwijk die volgens de armoedemonitor de armste zijn, heeft de gemeente Den Haag de afgelopen jaren de oude huizen grotendeels afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Gezelliger is het er niet op geworden, vindt Schilderswijker Loeki (17). Meer overlast van drugsverslaafden en een toenemend aantal berovingen, dat heeft hij de afgelopen jaren gezien. Muts over zijn hoofd en de kin weggedoken in de dikke kraag van zijn jas vertelt hij over het verloop in de buurt. De wegtrekkers waren vaak de rijksten in de buurt, die hun heil elders zijn gaan zoeken. ,,Veel in de Vinexwijk Ypenburg'', volgens Loeki. De nieuwkomers zijn weer nieuwe armen, vooral Turken, Marokkanen, Antillianen. Zo langzamerhand behoren Loeki en zijn moeder tot de betergestelden in de buurt. Ze kunnen hun boodschappen nog doen bij de Konmar, de duurdere van de supermarkten in de buurt.

Carlos en Judith doen de boodschappen op de markt. Ze eten alles wat ze willen, verzekert Carlos, maar geen uitgebreide maaltijden met allerlei verschillende gerechten. ,,'s Middags aardappelen, 's avonds zo een broodje, begrijp je wat ik bedoel?'' Soms is kleren kopen moeilijk. Als het niet lukt, kloppen ze aan bij hulpinstanties om wat te krijgen.

Carlos zucht. ,,We wonen hier rustig, daarom hebben we het beter dan op Curaçao'', zeg Carlos.,,Iets beter.'' Ze zijn nu sinds een jaar en negen maanden in Den Haag. Hij wijst op de vele foto's van de veertien kleinkinderen in het kleine appartement. Van de elf kleinkinderen op Curaçao zijn er traditionele groepsportretten, met z'n allen op een rijtje. Maar de in Nederland wonende kleinzonen Alvaro (16) en Henri (11) staan glunderend op de elftalfoto's van hun voetbalclub. Ze zijn de trots van opa Carlos: ,,De oudste wil naar Sparta, de jongste is echt een talent.'' Het is acht uur 's morgens. Alvaro is net weg naar de MAVO, op zijn brommertje. Henri gaat zo weg: hij laat zijn mobiele telefoontje in de jaszak glijden. ,,Met betaalkaart,'' legt Carlos uit. ,,Ik had er een met een abonnement, maar die is afgesloten. Schulden.'' Een vaste aansluiting hebben ze niet, zodat Henri nu de enige is met een telefoon. Carlos moet eigenlijk ook zo naar school: hij volgt verplicht Nederlandse les, drie dagen per week. Evenals zijn vrouw. Vandaag heeft hij bezoek, het schiet er bij in. Carlos hoopt het nog tot parkeerwacht te schoppen, of bewaker van een parkeergarage.

Zijn vrouw en hij wachten met vrees het Nederlandse examen af, ergens volgend jaar. Maar die angst valt in het niet bij die andere grote dagelijkse angst: dat zij op een dag hun driekamerwoning niet meer kunnen betalen. ,,Wat dan? Onder het viaduct?'' Carlos schudt mismoedig het hoofd. Veel Antilliaanse nieuwkomers belanden in de straten in de Schilderwijk of de Transvaalbuurt waar de meeste huizen nog dichtgetimmerd zijn. Ze wonen in huizen waar kapotte ramen door de huisbaas nooit zijn gerepareerd, waar de muren gescheurd zijn en lekkages doorsnee.

Nelson Merenciana (47) bewoonde tot vorig jaar zo'n pand. Hij werd er bezocht door ,,slechte vrienden'' die hem drugs verkochten. Het gaat nu beter: hij is clean, en woont ,,heerlijk rustig'' in Morgenstond, een wijk in het zuid-oosten van Den Haag. Maar daarmee zijn de schulden van het verleden nog niet weg. Nelson vouwt alle papieren open om zijn armoe te bewijzen: 125 gulden per week heeft hij, voor huur, eten èn de maandelijkse rekeningen van oude schuldeisers. Vorige week stond hij voor de rechter om een dreigende uitzetting wegens nieuwe huurschuld te voorkomen. De angst om het dak boven zijn hoofd kwijt te raken of terug te moeten naar de buurt waar hij dagelijks moet vechten om zich de drugsdealers van het lijf te houden, maakt hem radeloos.