Origineel visueel essay wint Joris Ivens Award

Net als vorig jaar belandden de hoofdprijs, de Joris Ivens Award voor de beste filmdocumentaire, en de publieksprijs aan het slot van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) bij Nederlandse producties. De internationale jury, onder voorzitterschap van de Russische regisseur Victor Kossakovski, bekroonde De zee die denkt, een visueel essay over waarneming en twijfel aan het bestaan van een ik. NOB-video-editor Gert de Graaff werkte in zijn vrije tijd dertien jaar aan scenario, regie, camerawerk en montage (samen met Jan Dop) van de bijzondere film, over een man (Bart Klever) die een scenario voor een documentaire schrijft. De prijs was controversieel: terwijl de winnaar juichte, riepen achter in de zaal sommigen in het publiek schande, omdat De zee die denkt strikt genomen geen documentaire is, en de film zowel enthousiasme oproept als schampere reacties over de geringe originaliteit van de filosofische gedachten. De jury prees `de nieuwe manier om interactiviteit te creëren tussen film en publiek als onderdeel van de narratieve structuur', hoewel een lid van de jury in het rapport bezwaar liet aantekenen tegen `de excessieve rookverslaving van de hoofdpersoon en de kennelijke goedkeuring van dit dodelijke en in sociaal opzicht hinderlijke gedrag'. Niet-roker De Graaff zegt dat er in zijn film slechts drie sigaretten worden opgestoken.

Hoewel de jury vond dat bijna alle 27 films in de competititie veel te lang waren, en voorzitter Kossakovski gisteren in deze krant zei geen enkele goede film te hebben gezien, schonk zij de Speciale Juryprijs aan het portret van de Duitse cultureel antropoloog Tobias Schneebaum Keep the River on Your Right: A Modern Cannibal Tale van het Amerikaanse duo David en Laurie Gwen Shapiro.

Het IDFA-publiek gaf de hoogste waardering aan de Nederlandse documentaire Desi van Maria Ramos, over een 11-jarig meisje uit Amsterdam dat elke dag moet opbellen waar ze kan slapen, bij haar vader, grootmoeder, grootvader of een vriendinnetje. Ook de volgende drie films in de rangschikking van de publieksenquête waren Nederlands: Achter gesloten ogen (Duco Tellegen), Hollandse helden (Paul Cohen en Martijn van Haalen) en Na de lente van '68: een kleine liefdesgeschiedenis (Aliona van der Horst). Het publiek dat vorig jaar Crazy van Heddy Honigmann bekroonde, geeft kennelijk de voorkeur aan emotioneel getinte documentaires van eigen bodem. De zee die denkt eindigde op de tiende plaats. Het publiek nam dit jaar opnieuw met vijf procent toe tot een totaal van 65.000, en gaf slechts een film een onvoldoende.

De FIPRESCI-jury van de internationale filmpers bekroonde in de debutensectie First Appearance de Amerikaanse productie Hybrid van regisseur Monteith McCollum, een formeel vernieuwend portret van een genetisch manipulator. De voor het laatst als zodanig uitgereikte Zilveren Wolf voor de beste videodocumentaire ging naar Jung (guerra) nella terra dei Mujaheddin van de Italianen Alberto Vendemmiati en Fabrizio Lazzaretti. Ook de videojury beklaagde zich, over de afwezigheid van `auteurs' in deze competitie. Traditiegetrouw zendt de NPS binnenkort de winnaar van de Zilveren Wolf uit, maar Cees van Ede, eindredacteur van het Uur van de Wolf, wil de film van 114 minuten wel inkorten en een aantal gruwelijke oorlogsscènes couperen.