Met beide benen in de mainstream

Op de eerste beursdag van het nieuwe millennium zagen de Amerikaanse tv-kijkers een slanke, witharige man als ere-gast op het plateau van de New York Stock Exchange. Het was John Updike, die meedeed aan dat gênante applaus-ritueel waarmee op de NYSE een succesvolle beursdag wordt afgesloten.

Updike op de New York Stock Exchange ... Van veel kunstenaars zou men het een knieval voor de status quo hebben gevonden maar Updike heeft altijd met beide benen in mainstream Amerika gestaan. En van al zijn creaties is Harry Angstrom, bijgenaamd Rabbit, meer mainstream dan wie ook. Rabbit was Updike's Elckerlyk, met wiens persoonlijke geschiedenis als vehikel hij een kroniek van vier decennia leven in Amerika schreef. Tien jaar geleden verscheen het vierde en laatste deel, en de Updike-lezers die toen gewed hebben dat er een vijfde Rabbit-deel zou verschijnen, rond deze tijd, zijn hun geld kwijt.

Aan het einde van dat deel vier, Rabbit at Rest, blies de hoofdpersoon zijn laatste adem uit, of was dat nou wel zo? Met zijn laatste woorden, `Enough. Maybe. Enough,' liet de auteur net voldoende ruimte over voor speculatie dat de overspelige ex-atleet door een medisch wonder gered zou worden. Maar nee. We weten nu dat hij dood is, en gecremeerd in Florida, dat zijn vrouw Janice en zoon Nelson de urn in de auto mee terug namen naar Pennsylvania – en hem onderweg per ongeluk bijna in een motelkamer hadden achtergelaten.

Vijfde Rabbit-deel

We weten dat omdat er toch een soort vijfde Rabbit-deel is, van novelle-lengte, opgenomen in Updike's nieuwste verhalenbundel. En hoewel Rabbit onmiskenbaar dood is, hangt zijn schaduw als een kil waas over de vertelling. Rabbit Remembered heet de novelle, maar zelfs de dode Rabbit is dikwijls meer dan een herinnering. Zo is hij bijna een regelrechte obsessie voor Ronnie Harrison, een oude klasgenoot van hem maar niet bepaald een vriend. Met hem is Janice nu hertrouwd en hij neemt het hem al die jaren na dato nog steeds kwalijk dat hij het met zijn vorige vrouw, Thelma heeft gedaan. Zijn zoon Nelson voelt zijn aanwezigheid soms zo sterk dat hij, als hij met zijn vrouw in de auto zit bijvoorbeeld, zijn greep op het stuur moet verstevigen. De wetenschap dat wijlen zijn vader ook al met háár het bed deelde maakt zijn herinnering er niet dierbaarder op.

En dan is er Annabelle, die zich op een dag aandient bij de nabestaanden met de mededeling dat zij Rabbits onwettige dochter is, uit weer een andere relatie van negenendertig jaar geleden. Het is vooral dit laatste `losse eind', de onopgeloste vraag naar haar bestaan, dat de auteur heeft geïnspireerd tot dit vijfde deel. In hoge mate is Annabelle's problematische integratie in de wereld van Rabbit-achterblijvers het onderwerp.

Happy end

Een Rabbit-novelle zonder Rabbit dus, maar zonder twijfel een die in de toekomst in de dikke Rabbit-omnibus zijn plaats zal moeten krijgen. Hij voldoet namelijk aan alle Rabbit-criteria. Allereerst is hij opnieuw in een driftig pulserende tegenwoordige tijd geschreven, waardoor het verhaal een even grote lading krijgt aan actuele urgentie als de vorige delen. Ook nu heeft Updike een grote mate van creatieve energie aan de dag gelegd om het boek neer te zetten in zijn tijd (de vooravond van 2YK) en plaats (het met de tijd mee veranderende stadje Brewer, Pennsylvania.) Er wordt druk ge-emailed en gekibbeld over het Cubaanse jongetje Elián en over Monica Lewinsky, er is aandacht voor actuele tv-reclames, automerken, fast food, schietpartijen op high schools, DNA-bewijsvoering ... Dat riekt misschien naar een vorm van naturalisme die dwangmatige vormen aanneemt, maar het is Updike's grote verdienste dat al dit krantenkoppen-gedoe nergens een kunstmatig opgelegde aard heeft, integendeel, het injecteert de karakters met een grotere levendigheid, authenticiteit zelfs. Ook nu het Nelson en Janice zijn die hardop mijmeren over het tijdsgewricht, waarbij het natuurlijk niet verwonderlijk is dat ze dezelfde middle-brow meningen koesteren als wijlen Rabbit.

Een ruzie tijdens het Thanksgiving-diner over (wie anders?) Hillary en Bill Clinton is de aanleiding voor Nelson om (samen met de beledigde Annabelle) opnieuw het huis te verlaten, op weg naar wat voor beiden een voorlopig happy end lijkt te zijn. Er zijn redenen om aan te nemen dat zijn kinderen wat socialer in het leven staan, minder zelfzuchtig in elk geval dan hun vader, al komen Nelsons erotomane opwellingen de lezer bekend voor. Maar hij is van zijn cocaine-verslaving af en is nu een matig betaald consulent voor psychisch gestoorden. Annabelle is verpleegster. Als ze over Rabbit praten komt hij er zelden goed af: bij een poging warme herinneringen op te halen vertelt zijn kleinzoon dat opa altijd zijn snoep probeerde te pikken. Dat is dan het meest `menselijke' dat men kan bedenken. En inderdaad: van alle drie Updike's partiële alter ego's (de beide anderen zijn naar mijn idee Richard Maple en Henry Bech) was Rabbit de onsympathiekste, met zijn primitieve conservatisme, zijn energieke egoïsme en zijn dikwijls amorele rokkenjagerij. Dat hij zijn lezers veertig jaar heeft kunnen laten meevoelen met deze op zijn zachtst gezegd dubieuze hoofdpersoon is misschien wel Updike's grote verdienste.

Het overige dozijn in dit boek opgenomen verhalen van de nog immer onvermoeibare auteur stelt wat teleur, niet alleen vergeleken met deze tintelende novelle maar ook met Updike's vroegere verhalenproductie. Er wordt wel erg veel vertrouwd terrein betreden (de dood van zijn moeder, de sociale onhandigheid van zijn vader, de verhuizing van stad naar platteland in zijn jeugd, Henry Bech op tournee – en vrouwen natuurlijk, overal vrouwen) zonder dat dat terrein door een verrassend licht beschenen wordt.

Maar de novelle maakt veel goed, genoeg om opnieuw aan het speculeren te slaan. Over tien jaar is Updike achtenzeventig, en wie extrapoleert vanaf zijn huidige creatieve status ziet nog wel een novelle komen. Wat als Nelson met zijn halfzus ... Nee, wacht even. Er zijn varianten die voor Updike zelfs binnen de Angstrom-familie te ver gaan.

John Updike: Licks of Love.

Knopf, 358 blz. ƒ69,–.

De Engelse editie verschijnt in maart 2001 bij Hamish Hamilton.