Man slaat met deur

Zelden was er zoveel unanieme lof voor een literaire laureaat als voor Dans ces bras-là van Camille Laurens. In de kritieken klonk geen enkele valse noot en ook het publiek viel en masse voor de zevende roman van Laurens: van het boek waren al meer dan honderdduizend exemplaren verkocht nog voordat het werd bekroond met de Prix Fémina.

Zoveel eensgezindheid is een unicum in de Franse literaire wereld. Wie is die Camille Laurens, die voor de camera's slechts schuchter glimlacht en over zichzelf niet meer vertelt dan dat ze woont in de Hérault, `het vaderland van Molière'. Wat is dat voor een boek dat zowel critici als lezers weet te behagen? Ongrijpbaar – dat is Dans ces bras-là vooral. En ook geestig, fijngevoelig, origineel en bedrieglijk eenvoudig geschreven.

De titel is ontleend aan een chanson van Guy Béart: Qu'on est bien dans les bras d'une personne du sexe opposé/ Qu'on est bien dans ces bras-là. De mannelijke armen waarin het voor een vrouw goed (of minder goed) toeven is – daar gaat het Camille Laurens om. Meteen aan het begin van haar boek definieert ze haar ik-persoon: het is een vrouw met een `belangstellingsgebrek', een vrouw met oogkleppen. Haar eigen sekse bevindt zich buiten haar blikveld en dus interesseert ze zich alleen maar voor mannen, `voor niets anders'. Ze is `als een dia, waarvan het beeld opduikt als je hem tegen het licht houdt'. Dat licht is louter mannelijk. Mannen maken haar zichtbaar, mannen bakenen haar af. Het beeld van de dia lijkt een eerste, verborgen verwijzing naar Roland Barthes, schrijver, essayist en kopstuk van de Franse Nouvelle Critique uit de jaren zestig en zeventig, die in 1980 La chambre claire, een essay over fotografie, publiceerde. Het toeval wil, zo schrijft Laurens, dat haar vertelster tegenover Roland Barthes woont en zijn essay over liefde en taal in de literatuur, Fragments d'un discours amoureux, uit haar hoofd kent.

In zekere zin schreef Laurens haar eigen fragments d'un discours amoureux. Ook zij schrijft graag op een abstracte manier over de liefde en al haar verschijningsvormen. Ook zij koos voor een gefragmenteerde verhaallijn, ondergebracht in een honderdtal korte hoofdstukken. En ook zij beschrijft, analyseert en theoretiseert in ieder hoofdstukje over een aan de liefde verwant thema, zoals jaloezie, verlangen, taal of uiterlijk. Chronologisch komen, als bij een diapresentatie, alle mannen in beeld die het leven hebben bepaald van de schrijfster en documentaliste die in het boek aan het woord is. De vader die zo graag zonen wilde en twee dochters kreeg; de `pauvre père', die als kind door zijn moeder werd verlaten en haar veertig jaar later in zijn tandartsenstoel de rekening presenteert; de vader die, in arren moede, trouwt met de vrouw van de minnaar van zijn echtgenote. En de echtgenoot, die, dol op oude automobielen, atletisch en sportief van uiterlijk, innerlijk verdort. En natuurlijk de eerste liefde, de leraar, de minnaar, de psychiater, de reiziger, de acteur, de briefschrijver, de uitgever en de zoon die stierf bij zijn geboorte, over wie Laurens eerder schreef in haar boek Philippe. Het zijn evenzovele trieste of vrolijke episodes uit het leven van een vrouw, die `over alle attributen beschikt van mannelijke macht': ze heeft een beroep, ze schrijft, publiceert en is financieel onafhankelijk. Ze heeft tijdens haar leven het een en ander opgestoken over mannen: `Dat hij met de deur slaat. Dat hij de kasten niet dicht doet. Dat hij belangrijke data vergeet. Dat hij gaat zitten met de benen wijd. Dat hij liefde en seks los van elkaar ziet. Dat hij beter dan vroeger om kan gaan met zijn vrouwelijke kant.'

Dans ces bras-là staat veraf van succesvolle, Engelstalige romans over de moderne vrouw, zoals Fielding's Bridget Jones of de wanhopig zoekende vrouwen van Melissa Banks of Tana Janowitz. Bij Laurens geen gelamenteer over gewichtstoename of professionele tegenslagen, geen gevit op mannelijke ontrouw. Laurens munt uit in raak getroffen, fijngevoelige, geestig-ironische mini-portretten en schreef een intelligente roman over de liefde. Bij de introductie van haar hoofdpersoon zet ze de lezer bewust op het verkeerde been: op de belichte dia is het niet de vrouw die zichtbaar wordt gemaakt. Het zijn niet haar contouren die vorm krijgen. Het zijn de haar omringende mannen die tegen het licht wordt gehouden – en dan vooral hun manier van omarmen.

Camille Laurens: Dans ces bras-là. P.O.L., 297 blz. ƒ54,- (pbk)