`Kijk eens wat een talent'

Onder de titel `De Voorstelling, Nederlandse kunst in het Stedelijk Paleis' opent zaterdag 9 december de door koningin Beatrix samengestelde expositie van naoorlogse Nederlandse kunst uit de collectie van het Stedelijk Museum. In de catalogus bij de tentoonstelling vertelt de koningin in een interview hoe zij als gastconservator te werk ging.

Op deze pagina een voorpublicatie van een aantal fragmenten uit dit interview van Lien Heyting met koningin Beatrix.

,,Het leek mij heel leuk om te doen, maar ik dacht: Het kan niet. Niet alleen omdat ik te weinig gedegen kennis heb van de beeldende kunst, en te weinig tijd voor zo'n onderneming, maar vooral omdat ik het gezien mijn functie niet verstandig vond om puur voor mijn plezier een expositie in te richten van kunstwerken die ik persoonlijk de moeite waard vind. Rudi Fuchs had bij zijn verzoek de mogelijkheid geopperd om deze tentoonstelling te maken ter gelegenheid van mijn twintigjarig jubileum als Koningin. Daardoor liet het idee me niet los. Ik overwoog dat als ik het voor die gelegenheid zou doen en ik het op de een of andere manier ten dienste zou kunnen stellen van de Nederlandse kunst en kunstenaars, het toch een geweldige kans zou zijn om die kunst weer eens in de schijnwerpers te plaatsen. Daarom heb ik uiteindelijk toegestemd.

,,In het begin was het mij nog niet duidelijk hoe ik zoiets zou moeten aanpakken. Ik besefte wel dat ik mij beperkingen zou moeten opleggen. Het Stedelijk Museum heeft een gigantische collectie, dus leek het een goed idee een motto of thema als uitgangspunt te zoeken. Rudi Fuchs heeft ooit eens een artikel geschreven waarin hij zich voorstelde dat hij een leeg paleis mocht inrichten met kunst. Toen ik dat artikel had gelezen wist ik meteen: dat is een inspirerende uitdaging – stel dat je voor een leeg paleis staat en je hebt de hele collectie van het Stedelijk Museum ter beschikking, wat zou je dan doen? Zo'n denkbeeldig paleis legt niet alleen beperkingen op, het doet ook een beroep op de fantasie, het heeft ruimtelijke mogelijkheden en het kan aanleiding zijn tot een beetje humor of zelfspot. Je kunt er serieus, maar ook speels en luchthartig mee omgaan.

,,Net als bijvoorbeeld het woord `tempel' roept het woord `paleis' bij iedereen wel een bepaald beeld op, een bepaalde sfeer, men kan zich er iets bij voorstellen. Daarom hoop ik dat mensen zich er makkelijk door aangesproken zullen voelen, ook de mensen die gewoonlijk misschien niet vaak naar moderne kunst kijken. Een paleis is niet alleen een gebouw met grote ruimten, veel goud en pluche, het moet ook verwelkomend zijn en toegankelijk. Het toegankelijke kan bij dit paleis schuilen in een knipoog, een speels element of in combinaties van kunstwerken. Het idee is om mensen binnen te leiden en mee te voeren door een fantasiepaleis, door de zalen, kamers en galerijen die open zijn voor het publiek en die tot de verbeelding spreken. Ik hoop dat deze toch wat ongebruikelijke presentatie de mensen zal helpen om op een onbevangen manier naar de kunst te kijken. Of wellicht leren de mensen beter kijken door de verrassende elementen die er te zien zijn.'' [...]

,,De scheppende hand is een belangrijk element in mijn waardering voor beeldende kunst. Ik heb een uitgesproken affiniteit met die kunst, waarbij geen mechanisch element zit tussen de kijker en het werk. Er zijn natuurlijk beeldhouwers die hun werk mechanisch laten vergroten, maar ik bedoel nu een camera of video. Niet dat foto- of videokunstenaars geen knap werk maken – ik heb heel interessante video's en fotowerken gezien – maar ik zou me hierbij toch onzeker gaan voelen. Ik dacht: ik wil liever laten zien wat ik kan begrijpen, waarvan ik denk: dat ken ik en dat durf ik aan.'' [...]

In ons gesprek benadrukt de Koningin enkele malen dat de tentoonstelling weliswaar haar keuze laat zien, maar toch niet moet worden opgevat als een `persoonlijk statement'. ,,De exposities die Gerrit Komrij en Harry Mulisch in de jaren negentig in het Stedelijk Museum hebben gemaakt – Komrij's Kijken is bekeken worden, en Mulisch' Zielespiegel – waren dat wel en daarom kun je die twee exposities niet vergelijken met deze. Zij hadden een ander uitgangspunt – een filosofie of poëzie waarbij ze hun kunstwerken kozen, in een soort dialoog met zichzelf en met de eigen herinneringen. Dat waren echt persoonlijke statements en daar voelde ik niet voor. Ik vond dat ik dat, vanuit mijn positie, niet moest doen. Met het overzicht dat ik toon, heb ik een zekere mate van objectiviteit nagestreefd. Binnen bepaalde grenzen wilde ik laten zien wat er de afgelopen vijftig jaar gebeurd is in de beeldende kunst, wat Nederland aan belangrijk werk heeft voortgebracht. Ik sta achter alles wat er getoond wordt, maar dat betekent niet dat mijn persoonlijke voorkeur altijd de doorslag gaf. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk af te gaan op kwaliteit. Er zijn kunstenaars van wie het werk me minder aanspreekt, maar van wie ik inzag dat ze niet mochten ontbreken. Zo heb ik getracht iedere kunstenaar toch zijn rechtmatige plaats te geven.'' [...]

Uit haar privé-verzameling leent de Koningin nooit werken uit, maar voor deze expositie week ze voor één keer van die regel af. Ze legt uit waarom: ,,Ik vond het belangrijk om een werk van Carel Willink te tonen. De schilderijen van Willink in het Stedelijk Museum waren moeilijk in te passen in de presentatie waarvoor ik had gekozen, in dit `Stedelijk Paleis'. Toen zei ik: `Ik heb zelf een heel mooie Willink, een portret van mijn moeder uit 1976, dat ziet nooit iemand. Misschien is het aardig om dit bij deze gelegenheid aan een groter publiek te tonen.' Het hangt in de Familiegalerij. Zo is ook het portret te zien dat Jeroen Henneman dit jaar van mij heeft gemaakt. De staf van het Stedelijk Museum vond dat in die Familiegalerij een portret van mijzelf niet mocht ontbreken. Ik koos toen voor dit portret omdat dat het meest recente is, maar ook omdat het Stedelijk Museum veel werk van Henneman heeft en ik met deze keuze dus niet te veel zou afwijken van de museumcollectie. Het is een ingenieuze, tekening-achtige sculptuur.'' [...]

,,Ik heb geprobeerd om bij de inrichting van de vertrekken – dus de voorlopige inrichting, aan de hand van de foto's – alleen te kijken wat ik van het ene schilderij naast het andere vond. Ik was geboeid door overwegingen die kunsthistorisch waarschijnlijk onverantwoord zijn. Iemand die veel van de moderne kunst weet, zal misschien vragen: wat is hier voor amateur aan het werk geweest? Ik merkte dat het voor de conservatoren van het museum soms moeilijk was om hun kennis uit te schakelen. Af en toe zag ik hen denken: wat doet ze nou?'' [...]

Als ik de kunstkritiek ter sprake breng en zeg dat het een vreemde ervaring voor haar moet zijn wanneer straks, na de opening van de expositie, haar visie op de beeldende kunst door de recensenten wordt beoordeeld, zegt de Koningin eerst, bezorgd: ,,Als de kunst zelf het maar niet moet ontgelden.'' En daarna: ,,Ik besef dat als je zo'n expositie samenstelt, je je kwetsbaar maakt. Ik heb naar eer en geweten geprobeerd om binnen de beperkingen zo ruimhartig mogelijk te kiezen. Ik vond deze kans om aandacht te vragen voor onze moderne beeldende kunst werkelijk de moeite waard en dan moet je de kritiek aanvaarden. Wanneer ik door deze tentoonstelling zou bereiken dat mensen die dat anders zelden of nooit doen nu eens het museum binnenlopen, dan zou ik daar heel tevreden mee zijn.'' [...]

`De Voorstelling. Nederlandse Kunst in het Stedelijk Paleis.' Uitg. Ludion. 160 pagina's, 200 afbeeldingen. Prijs ƒ59,50. Verschijningsdatum: 6 december.

De tentoonstelling in het Stedelijk Museum duurt van 9 dec. tot en met 4 febr. 2001

Voorpublicatie