Jospin en Chirac willen elkaar vliegen afvangen

Tegen het decor van het voorzitterschap van de EU vechten de Franse president Chirac en de Franse premier Jospin, gastheren op de aanstaande Europese top in Nice, hun vetes uit.

Alsof de noten die op de EU-top in Nice gekraakt moeten worden nog niet hard genoeg zijn, kampt Frankrijk, als voorzitter van `Europa' en als gastheer, ook nog eens met een Frans-Frans probleem. De cohabitation, de door de kiezers afgedwongen samenwerking tussen een premier van links en een president van rechts. Die kan, als de beide heren hun zelfbeheersing verliezen, tot gevolg hebben, dat het land zich voor het front van veertien andere EU-lidstaten en dertien kandidaat-lidstaten, in de eigen voet gaat staan schieten.

Diplomaten van Quai d'Orsay, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, verzekeren weliswaar als vanouds dat Frankrijk tegenover het buitenland met ,,één mond'' zal spreken, maar de recente ontwikkelingen maken die overtuiging toch in de eerste plaats een angstige vrome wens.

Wat sommigen al betiteld hebben als een crise d'état en wat anderen ertoe bracht de onbestuurbare Vierde Republiek in herinnering te roepen, begon twee maanden geleden. Toen kwam een videoband boven water, waarop Jean-Claude Méry, oud-medewerker van toenmalig burgemeester van Parijs, Jacques Chirac, zijn inmiddels tot President van de Republiek opgeklommen vroegere baas postuum aanwees als brein achter een grootscheepse smeergeldaffaire. Prompt reageerde het Élysée: met een verontwaardigde ontkenning, maar vooral met de beschuldiging dat links (lees: premier Lionel Jospin) de hand zou hebben gehad in de publicatie van de band. De pavlovreactie kreeg nog enige grond ook, toen bleek dat de voormalige rechterhand van Jospin, oud-minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn, de band al enige tijd in zijn bezit had gehad. Maar omdat beide leden van de cohabitation weten dat openlijke ruzie slecht is voor de populariteit, werd de Méry-affaire doodgezwegen en nam de vliegenafvangerij een aanvang.

Chirac begon ermee, ere wie ere toekomt. De crisis rond de gekkekoeienziekte BSE was een gedroomde aangelegenheid om, met de wind van de angst van het volk in de rug, Jospin een hak te zetten. Terwijl de bezorgde premier zei ,,rationeel'' te willen handelen en de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te willen afwachten, verklaarde de president tijdens een even onverwacht als ongebruikelijk televisie-optreden, dat de volksgezondheid hém boven alles gaat, dat het zekere voor het onzekere moest worden genomen met een verbod op diermeel.

Zijn onheilspellende boodschap droeg in niet geringe mate bij aan een nationale psychose, die een dramatische daling van de verkoop van vleesproducten (40 procent) tot gevolg had en ertoe leidde dat het ene Europese land na het andere Frans vlees in de ban deed. ,,Boerenvriend'' Chirac bracht de vleessector daarmee een gevoelige slag toe, maar de inzet was het kennelijk waard. Tandenknarsend ging Jospin door de knieën om het vertrouwen van de consument én de kiezer te herstellen en vaardigde een – wetenschappelijk ongefundeerd – verbod uit op al het gebruik van diermeel. In het nu ophanden zijnde verbod van diermeel in de hele EU zag Chirac een kans nogmaals zout in de wonde te wrijven en demonstratief van zijn vreugde daarover kennis te geven.

Het BSE-conflict speelde ook een onverwachte rol op de informele Frans-Duitse top in Vittel, enkele weken geleden. Voor het oog van de camera's en met een gegeneerd-geamuseerde bondskanselier Schröder naast zich, zetten Jospin en Chirac het op een venijnig bekvechten over de BSE-aanpak. Voor Chirac, bon-vivant, goedlachs, áárdig als het moet, is politiek een spel en hij is op dit soort momenten dan ook ontegenzeggelijk in het voordeel tegenover de steile, protestantse, rationele Jospin. Die kent zijn mediamieke gebreken maar al te goed, wil ook luchtig doen, maar verkrampt.

Intussen is alweer een nieuwe controverse ontstaan tussen de beide leiders. In het almaar groeiende, in hoge mate virtuele debat over een omkering van de verkiezingskalender, die in het voorjaar van 2002 voorziet in parlementsverkiezingen voor presidentsverkiezingen, heeft Jospin deze week een standpunt kenbaar gemaakt. Vóór Chirac – wat op zichzelf al geldt als een gewonnen slag. Voorstanders van een omgekeerde volgorde betogen dat, als de Fransen eerst de president kunnen kiezen, zij geneigd zullen zijn hem een parlementaire meerderheid te bezorgen. Aldus een einde makend aan die zo langzamerhand beschamende cohabitation, die de opsteller van de vigerende grondwet uit 1958, generaal Charles de Gaulle, nooit voor ogen heeft gestaan.

Het is dus eigenlijk een gaullistisch standpunt, een pleidooi voor handhaving en versterking van het presidentieel systeem. Jospin kiest er toch voor omdat links best eens de parlementsverkiezingen zou kunnen verliezen. Als dat gebeurt vóór de presidentsverkiezingen kan hij moeilijk kandidaat blijven voor het presidentschap. Bovendien kan de kiezer wel hechten aan het machtsevenwicht binnen een cohabitation, de politiek ondervindt er last van. En Jospin nog wel het meest. Hij gaat dus zaak maken van een omgekeerde volgorde, voor zijn doen vrolijk samengevat als ,,een heldere lente''.

En welk standpunt nam het Élysée in, gisteren? Juist.