Jonge forens laat Spar links liggen

Het concern Laurus verkoopt de 226 Spar supermarkten. Jonge mensen gaan liever naar grote winkelcentra. De eigenaar van de oude dorps-Spar: ,,Als er een vreemde binnenkomt, denk ik: die is verdwaald.''

De nieuwe bewoner van het huisje tegenover de Spar is een jonge man. Zo iemand, zegt Rinus van den Diepstraten, komt niet bij een dorpswinkel als de zijne. Zo iemand gaat met de auto naar Made, driekilometer verder, waar hij kan kiezen uit drie grote supermarkten. ,,De jeugd wil alles in één keer inkopen'', zegt Van den Diepstraten (53). Met zijn vrouw runt hij al dertig jaar de Spar, de enige supermarkt in het Brabantse Wagenberg. Langzaam maar zeker wordt zijn groep vaste klanten ouder. Hun kinderen hebben het dorp verlaten. De nieuwkomers, jonge forenzen, komen alleen bij hem als ze een pak koffie zijn vergeten.

De toekomst is onzeker voor de dorpswinkels van Spar. De eigenaar van de Spar-formule, het beursgenoteerde concern Laurus, verkoopt Spar, zo kondigde het vorige week aan. Het wil zich concentreren op 800 grotere, luxueuze winkels die Konmar zullen heten. Laurus had Spar al gesaneerd: van 600 winkels, op het hoogtepunt begin jaren tachtig, tot 226 winkels nu. Ook het concern Schuitema (C1000-supermarkten) kocht in de jaren tachtig 217 Spar-winkels, maar de grote zijn al lang omgebouwd tot C1000. De kleintjes, in dorpen, gingen verder onder de naam `Casper'. Maar eind vorig jaar is die formule doodgebloed.

De Spar in het nabijgelegen Hooge Zwaluwe is gesloten, zegt Van den Diepstraten, en in Lage Zwaluwe is die verbouwd tot Super de Boer. Voor zijn eigen Spar in Wagenberg ziet hij ook geen opvolger als hij zestig wordt. ,,Het is een prachtig bedrijfje, daar niet van. Maar als ik mijn huis en winkel voor een miljoen gulden verkoop, kan iemand dat alleen betalen als hij de winkel sluit. Als supermarkt in een dorp kun je geen schuld van een miljoen aan.''

Alle Spars worden gerund door zelfstandig ondernemers, veelal in dorpen als Wagenberg. Wat hen bindt is hun gezamenlijke inkoop, verder zijn ze vrij om zich aan te passen aan wensen van lokale klanten. Het zijn kleine winkels waar het personeel vaak alle klanten kent. Van den Diepstraten: ,,Als er een vreemde binnenkomt dan denk ik: die heeft hier net een huis gekocht of die is verdwaald.''

In een Spar betaalt de klant geen borg voor het winkelwagentje. Er hangen geen camera's. Lege flessen overhandigt de klant aan een mens want inlever-automaten nemen te veel ruimte in beslag. Veel Spars bestellen pas sinds kort hun producten per computer bij de groothandel. Van den Diepstraten: ,,Twee jaar geleden belde ik daar nog over, met een bekende.''

Op het eerste gezicht past Spar bij uitstek in het marketing-jargon van de drie dominante Nederlandse supermarktconcerns, Ahold (Albert Heijn), Laurus (ondermeer Edah, Super de Boer, Konmar) en Schuitema (488 C1000-winkels). ,,Service en gemak, daar heeft iedereen het over. Nou wíj weten echt wat service is'', zegt Willem Meedendorp (32), die de eigenaar van Spar de Wit in een Utrechtse buitenwijk assisteert ,,met alles''. ,,We brengen boodschappen gratis bij oude mensen thuis of we brengen het naar de fiets. We slaan strippenkaarten in, omdat de vele studenten hier in de buurt ze willen. Ook al behoren ze niet tot het standaard-assortiment. We hebben geen uitzendkrachten die niet weten waar iets staat.''

Voor zulke Spar-winkels, in buitenwijken van steden, is wel toekomst, verwacht supermarkten-analist F. de Boer van de ING bank. ,,De meeste buurtwinkels in steden die de concurrentie met grote ketens niet aankunnen, zijn al wel verdwenen.'' Maar voor winkels in dorpen ziet het er minder goed uit. Kleine buurtwinkels worden goed bezocht als klanten er tóch moeten zijn voor iets anders, zegt K. van den Hoven van Schuitema. In jargon: als er traffic is. Op het treinstation, bij een benzinepomp, een ziekenhuis of in een winkelcentrum. Een dorp heeft juist weinig traffic.

Bovendien passen vrije Spar-ondernemers niet in de strategie van een beursgenoteerd bedrijf, zegt Meedendorp in de Utrechtse Spar. Hij heeft tien jaar gewerkt als afdelingschef bij een Super-filiaal en later Super de Boer-filiaal (allebei van Laurus). ,,Het concern wilde alleen maar meer winst op de korte termijn en nog eens meer winst. Er kwamen dus steeds meer productiviteitseisen van hogerhand. Mensen werden onder druk gezet en dat demotiveert. Eerst kreeg je 120 uur de tijd voor 20.000 gulden omzet. Opeens werd dat 100 uur. Dat was één arbeidskracht minder, waardoor de anderen harder moesten werken. We moesten ook formulieren gaan invullen: Is de temperatuur van de koeling goed? En alles moest allemaal binnen die honderd uur, naast vakken vullen, verkopen, bestellen, administratie. We moesten cursussen gaan volgen, binnen die honderd uur.''

En werknemers moesten volgens Meedendorp `carrière maken'. ,,Dat was bedoeld om mensen te motiveren. Maar het kan averechts werken: niet iedereen kán hogerop. Oude werknemers werden op die manier heel ongelukkig.'' Volgens Meedendorp zijn werknemers klantvriendelijker in een kleine winkel van een zelfstandig ondernemer. ,,Als je klantvriendelijkheid niet van ver oplegt, dan komt het spontaan.''

    • Frederiek Weeda