Irak stopt export olie via Turkije

Irak en de Verenigde Naties zijn opnieuw verwikkeld in een harde confrontatie, nu over de prijs van de Iraakse olie. Om de VN en zijn eigen afnemers te dwingen zijn eisen in te willigen, heeft Irak vannacht de olie-export via de pijpleiding naar Turkije stopgezet.

Tegelijkertijd zijn veel tankers die lagen te wachten om olie te laden in de Iraakse oliehaven Mina al-Bakr weggevaren in de verwachting dat ook de export via de Golf wordt stilgelegd. Saoedi-Arabië heeft aangekondigd zo nodig zijn productie op te voeren om eventuele tekorten aan te vullen. De Verenigde Staten, een politieke tegenstander en tegelijkertijd een grote klant van Irak, hebben zich bereid verklaard meer olie uit hun strategische reserves te gebruiken. Irak is met 2,3 miljoen vaten per dag goed voor 5 procent van de wereldolie-export.

Irak, dat sinds tien jaar onderworpen is aan een handelsembargo, mag onder het olie-voor-voedselprogramma van de VN een onbeperkte hoeveelheid olie exporteren om in het bijzonder levensmiddelen en medicijnen voor zijn bevolking aan te schaffen. De VN oefenen via hun sanctiecommissie strikte controle uit, zowel op de olie-export als op de importcontracten. Alle betalingen moeten op een speciale rekening in New York worden gestort, waaruit de import wordt betaald. Zo houden de VN in de gaten of Bagdad met het oliegeld geen wapens of materiaal voor wapenprogramma's aanschaft.

Eerder dit jaar lanceerde Irak een grootscheeps – en tamelijk succesvol – offensief om onder de handelssancties uit te komen zonder aan de voorwaarde van samenwerking met de VN-wapencommissie te voldoen. In dat kader eiste het vorige maand dat zijn afnemers per 1 december bovenop de reguliere olieprijs 50 dollarcent per vat zouden betalen, rechtstreeks over te maken op een rekening van de Iraakse regering, en dus in strijd met het sanctieregime. In ruil daarvoor wilde het de prijs die het voor de olie rekende eveneens per 1 december verlagen.

De VN gingen echter niet akkoord met verlaging van de olieprijs. De sanctiecommissie droeg de Iraakse olie-autoriteiten op een prijs voor te stellen die meer in overeenstemming is met de marktprijs. Wat de VN betreft mogen de afnemers ook na 1 december wel olie laden. Ze mogen die echter pas betalen als er een akkoord is bereikt tussen de VN en Irak over de olieprijs. Irak van zijn kant deelde mee alleen nog olie te leveren als de afnemers de toeslag zouden betalen. De internationale oliemaatschappijen op hun beurt wijzen de Iraakse eis af ,,om commerciële en wettelijke redenen''.

Irak heeft aanzienlijke steun onder de internationale gemeenschap die gevoelig is voor het argument dat de Iraakse bevolking lijdt onder de internationale sancties. Met die steun in de rug is het er dit jaar in geslaagd het vliegverbod op Bagdad de facto onderuit te halen: wat enkele maanden geleden begon als humanitaire vluchten leidde gisteren tot de eerste openlijk commerciële vlucht naar Irak, uit Jordanië.

Voorts heeft Irak vorige maand een oliepijpleiding naar Syrië geopend, eveneens buiten de VN om. Ook de opbrengst van deze olie gaat rechtstreeks naar de Iraakse regering. Irak weigert intussen uitdrukkelijk de samenwerking met de VN-wapencommissie te herstellen.