Iraaks dreigement werkt niet

De prijzen van ruwe olie zijn gisteren flink gedaald nadat zowel Saudi-Arabië als de Verenigde Staten bekendmaakten extra olie op de markt te brengen als Irak zijn olie-export stopt. Het regime in Bagdad dreigde daar gisteren mee indien oliemaatschappijen geen 58 eurocent extra per vat willen betalen, geld dat ze zouden moeten storten op een Iraakse rekening buiten controle van de Verenigde Naties om.

De verzekeringen van Saudi-Arabië en de VS deden gisteren op de termijnmarkt van Londen de prijs voor Brent (olie uit de Noordzee voor levering in januari) dalen met 0,80 dollar tot 31,88 dollar per vat. Vanmorgen steeg de prijs weer licht met 0,30 dollar. In New York ging de prijs voor West Texas Intermediate (levering in januari) met 0,38 dollar tot 33,44 dollar per vat. Irak, dat drie procent van de mondiale olie-export voor zijn rekening neemt, mag sinds eind vorig jaar van de VN net zo veel olie exporteren als het wil, mits het controle op de besteding van zijn olie-inkomsten toelaat door de VN.

Irak produceert momenteel bijna 3 miljoen vaten olie per dag, waarvan 2,4 miljoen vaten per dag voor de export. Saudi-Arabië, dat als enig olieland ter wereld over een substantiële reservecapaciteit beschikt van naar schatting 1,5 miljoen vaten per dag, zal volgens de Amerikaanse minister van Energie, Bill Richardson, in het geval van een Iraakse exportstop willen bijspringen, net als de Verenigde Staten zelf. De VS zullen dan hun strategische oliereserves aanspreken. Volgens analisten zullen oliemaatschappijen wel gek zijn op de Iraakse eis in te gaan. Want als ze dat wel deden, zouden ze zich medeplichtig maken aan het Iraakse verzet tegen de VN-maatregelen. Vanmorgen is er geen tanker meer met Iraakse olie geladen.