Ik verdun alcohol met water

De romans van Patrick Modiano zijn naar het verleden gericht, nooit naar de toekomst. Een hakkelend gesprek over zijn oeuvre: ,,Ik heb mijn eerste boeken te jong geschreven. Ze zijn te agressief.''

Zeggen dat Patrick Modiano niet uit zijn woorden kan komen is een understatement. Niet dat hij niet van goede wil is. In de drie-en-een-half uur waarin hij, in zijn woning vlakbij de Place Saint-Sulpice in Parijs, met mij over zijn werk praat, is Modiano de beminnelijkheid zelve. Hij begint moedig aan een zin, breekt hem af, laat een stilte vallen, zoekt naar woorden, vindt ze niet en kiest er een paar die niet zeggen wat hij bedoelt. Zijn bijna twee meter lange lichaam, ongemakkelijk gezeten op een lage sofa, wringt zich in bochten. Zijn blik door de hoornen bril is gekweld. Pas als hij lacht, verdwijnt de verstrooide zorgelijkheid van zijn gezicht en lijkt hij twintig jaar jonger. Modiano onderbreekt zichzelf voortdurend: comment vous expliquer, c'est très difficile, de toute façon, c'est-à-dire, in een wanhopige poging het onzegbare onder woorden te brengen, het ongrijpbare te vatten.

Het is in wezen wat hij al meer dan dertig jaar doet in zijn romans - twee-en-twintig sinds zijn debuut in 1968. Net als Duras of Proust is Modiano opmerkelijk coherent in zijn thematiek en zijn stijl: een bladzijde Modiano is uit duizenden te herkennen. Vivre c'est s'obstiner à achever un souvenir - dit aan René Char ontleende motto van Livret de famille (1977), wellicht Modiano's meest autobiografische boek, vat de kern van zijn schrijverschap samen. Leven om herinneringen te voltooien, leven om de gaten van het geheugen te vullen, schrijven tegen het vergeten, schrijven om zijn eigen identiteit te achterhalen en die van anderen in kaart te brengen. Modiano's romans zijn naar het verleden gericht, nooit naar de toekomst. De oorlog, de bezettingstijd en de holocaust zijn vaste modianeske thema's. Hoewel hij in 1945 is geboren, is het voor Modiano alsof hij iedere dag van de bezetting van Parijs heeft meegemaakt en ieder detail uit dat verschrikkelijke verleden heeft geïncorporeerd - al in Livret de famille constateert de verteller dat zijn geheugen 'vergiftigd' is. Zijn zoektocht naar het verleden leidt nooit tot duidelijkheid. Het verleden geeft zich niet bloot: het blijft bij raden, veronderstellen, suggereren, invoelen. Het thema van de onmogelijkheid het te verleden te doorgronden, van le temps non-retrouvé, verbonden met het thema van de vergankelijkheid, leidt tot de voor Modiano karakteristieke melancholieke nostalgie.

Onlangs verscheen Onbekende vrouwen (Des inconnues), een tryptiek van drie titelloze verhalen, waarin drie naamloze vertelsters terugdenken aan een scharnierpunt in hun leven, een kort moment tussen kind- en volwassenheid. Het zijn onzekere, eenzame meisjes uit de provincie, met een vaag ongelukkige jeugd, die ervan dromen mannequin of studente te worden en in Parijs hun grote liefde te ontmoeten. Ze bevinden zich in een vacuüm, los van verleden en toekomst. Voor het eerst heeft Modiano gekozen voor een vrouwelijke verteller. Modiano: ,,Al mijn boeken hadden tot nu toe een ik-persoon, die ik zelf had kunnen zijn. Het werd een soort gevangenis. Daaruit wilde ik weg. Met een vrouwelijke ik-persoon heb je te maken met een destin de femme, dat is veel moeilijker. De vrouwen uit mijn boek zijn als het ware mijn tweelingzussen. Ik heb elementen uit mijn leven op hun rug afgewenteld. Ze vertellen maar een korte periode uit hun leven en je weet ook niet precies of wat ze vertellenlang geleden is gebeurd. Ook ik weet dat niet. Het is alsof je afstemt op een radiokanaal, waar je even een stem hoort, die dan weer in geruis verdwijnt, omdat er stoorzenders zijn. Soms ontmoet je mensen met een duister verleden zonder dat iemand daar weet van heeft. In Frankrijk was er voor de oorlog een meisje van negentien dat had geprobeerd haar ouders te vergiftigen. Ze werd berecht, ging de gevangenis in en kwam vrij. Tien jaar later trouwde ze, kreeg kinderen en die wisten helemaal niet wat ze had gedaan. Enfin, dat soort mensen ben ik vaak tegengekomen.''

De meisjes uit Onbekende vrouwen lijken voor iets op de vlucht te zijn zonder dat duidelijk is waarvoor noch waar ze naar op zoek zijn. Twee van de drie komen terecht in het zestiende arrondissement van Parijs, een wijk die veelvuldig in Modiano's werk opduikt. ,,Om te schrijven heb ik altijd heel precieze uitgangspunten nodig: plaatsen, straten of gegevens over iemands leven. Ik baseer me op dingen uit de werkelijkheid. De romans die ik tot nu toe heb geschreven zijn brokstukken, flarden die ik aan elkaar heb geknoopt, een knutselwerk. Ik ben niet in staat een grote roman te schrijven en dat hindert me. Ik heb altijd de indruk dat ik alcohol verdun met water.Ik zou een rêverie willen schrijven, een mijmering over heel reële dingen, over plekken, over mensenlevens. Ik vraag ik me af of ik niet nog dichter bij de werkelijkheid moet blijven, zoals in Dora Bruder (Modiano's meest recente roman, md), die echt heeft bestaan. Dan voel ik me meer in mijn element."

Terwijl in het werk van Modiano de rive gauche van Parijs vaak staat voor relatieve geborgenheid, gaat er van de wijken op de rive droite een zekere dreiging uit. ,,Vaak denkt men dat het zestiende arrondissement van Parijs (rive droite, aan de westkant, md) een heel burgerlijke wijk is, maar er woonden al voor de bezetting bizarre mensen op doorreis, avonturiers. Tijdens de oorlog werd dat nog erger. De Duitsers vestigden zich daar en in de hotels hing een wonderlijke, onwezenlijke sfeer. De geschiedenis van het zestiende arrondissement leent zich goed voor een rêverie. Oudere wijken van Parijs, zoals het Ile Saint-Louis of de Marais, zijn zo met verleden overladen, dat je voor een overpeinzing ervan terug moet gaan tot de Franse revolutie of de tijd van de drie musketiers.''

De verhalen uit Onbekende vrouwen zijn gesitueerd in een minder ver verleden, namelijk in de jaren zestig, toen Modiano zelf zijn eerste boeken publiceerde. De plaats van de ster verscheen in 1968 en werd meteen enthousiast ontvangen. ,,Ik heb mijn eerste boeken te jong geschreven. Ze zijn te agressief. Ik was te jong om afstand te nemen. Mijn eerste boek was niet eens een roman, het was niet doordacht, het is een nachtmerrieachtig pamflet, neergepend door iemand die niet goed wakker is geworden. Mijn eerste drie boeken hebben iets wanhopigs, zoals de expressieve schilderkunst. Pas later ben ik mij gaan realiseren dat mijn belangstelling vooral uitgaat naar slachtoffers, naar mensen die er niet in slagen hun lot te begrijpen.''

Jaren zestig

Om uitstel van militaire dienst te krijgen, schreef Modiano zich in 1968 in als student. Colleges liep hij niet en met de gebeurtenissen van mei '68 bemoeide hij zich evenmin. Welke associaties heeft Modiano met die tijd? ,,In de jaren zestig had je als adolescent altijd het gevoel de dingen clandestien te doen. Je was als iemand zonder papieren tijdens de oorlog. Alles was verboden en je kon toch alles doen. Onder de één-en-twintig had je geen enkel recht, je mocht niet eens de grens over zonder toestemming. Maar als je met oudere mensen omging kon alles, net alsof zij je valse papieren verstrekten. Ik ben weggelopen toen ik vijftien was. Mijn boek speelt ook in die tijd. Jonge mensen van nu zitten niet meer onder een loden kap. De ouders en de maatschappij verbieden niet meer van alles. Nu hebben jongeren weer andere angsten.''

Was de Franse schrijver Raymond Queneau niet Modiano's toevluchtsoord in die tijd? ,,Queneau kende ik via mijn moeder. Hij heeft een heel belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Hij was de enige die mij aanmoedigde te gaan schrijven. Ik was slecht in wiskunde en hij gaf me iedere week bijles. De Oulipo [de groep schrijvers die een mathematische kijk hadden op de literatuur, md] interesseerde me wel, maar ik vond het te abstract. Queneau was getuige bij mijn huwelijk. André Malraux was de getuige van mijn vrouw. Het was een absurde, zonderlinge ceremonie. Queneau en Malraux kregen na de plechtigheid ruzie over een schilder. Verder was er niemand.''

Een andere schrijver met wie Modiano literair gezien verwant lijkt, is Georges Perec, ook een van oorsprong joodse auteur, op zoek naar het onzegbare en naar zijn eigen identiteit. ,,Perec had ik graag gekend. Hij is de enige van de generatie schrijvers vóór mij met wie ik me verwant voel. Zijn ouders waren tijdens de oorlog verdwenen en ook hij voelde de noodzaak om sporen van het verleden te zoeken. Ik heb altijd het gevoel dat ik een produkt ben van de oorlog. Als die bizarre, chaotische periode er niet geweest was, was ik niet geboren. Mensen ontmoetten elkaar op de meest vreemde manieren. Iedereen liep door elkaar, beulen, slachtoffers, alles.''

Over Modiano's ouders is weinig meer bekend dan dat zijn vader Frans was, tijdens de oorlog een dubieuze rol speelde, naar Zwitserland verdween en geen al te beste relatie had met zijn zoon. Modiano's artistieke moeder zou, volgens de naslagwerken, Hongaarse zijn. Modiano schenkt mij een kop thee in en vraagt tegelijkertijd, verstrooid, of ik soms koffie wil. Hij staat op, doet de deur van zijn werkkamer dicht en zegt: ,,,De chaos van de oorlog heeft ervoor gezorgd dat ik een Nederlandse moeder heb. Tot mijn vierde jaar sprak ik Nederlands en zorgden mijn Nederlandse grootouders voor mij. Ze waren speciaal voor mij naar Parijs gekomen. Mijn ouders waren er vaak niet. Ik ben misschien wel meer Nederlands dan Frans. Dat zijn les hasards de la vie, dat is het toeval in je leven. De eerste boeken die ik zag waren die van mijn moeder uit Nederland. Voor de oorlog werkte ze voor de film, ze reisde heen en weer tussen België en Nederland en had veel Nederlandse vrienden. Ik heb herinneringen aan die tijd die niet de mijne kunnen zijn, maar die ik helemaal heb geïncorporeerd. Vreemd. Ik ben meerdere keren in Amsterdam geweest en de stad had iets vertrouwds. Vreemd, alsof het een vorig leven betrof. Als ik Nederlands hoor spreken, begijp ik flarden, alsof ik een tijdje aan amnesie heb geleden en die taal weer langzaam terugkomt.

,,Ja, er zitten ook veel Nederlandse personages in mijn werk, mensen over wie mijn moeder vertelde, mensen uit de wereld van de music-hall. Ongelofelijke, onwaarschijnlijke types die in nachtclubs rondhingen, die met Mistinguett samenwerkten, dansers die later een dansschool begonnen in Paramaribo. Sommigen heb ik gezien toen ik nog heel klein was. Toen mijn moeder weer naar Parijs kwam [bij het uitbreken van de oorlog, md], had ze heimwee en bezocht ze cafés aan de Seine, aan de Quai Saint-Michel en de Quai d'Austerlitz, waar ze Nederlands kon spreken: er legden daar veel boten uit Nederland aan. In La rue des boutiques obscures komen die cafés voor. Het was een mysterieus deel van Parijs. Nu is dat allemaal verdwenen. Ik vond laatst in mijn moeders archief brieven van ene Gerard van het Reve, zegt die naam u wat?''

Moeders

Moeders zijn vaak afwezig in Modiano's boeken. ,,Sommige romanciers hebben misschien bewonderenswaardige moeders gehad. Ik weet dat bijvoorbeeld Romain Gary een sterke moeder had. Ik heb die gevoelens nooit gekend. In Onbekende vrouwen neem ik een loopje met een zoon, een echt moederskindje. Het gewicht dat moeders in de schaal leggen heeft mij altijd gehinderd. Mannen kunnen zo door hun moeder getekend zijn dat hun hele houding ten opzichte van vrouwen daardoor wordt geconditioneerd. Ik zou dat gevoel niet kunnen beschrijven.''

Bij Modiano zijn de vaders ook al niet erg begaan met hun zoon. In Les boulevards de ceinture probeert een vader zelfs zijn zoon te vermoorden. ,,Ach ja, het is een beetje wat ik zelf heb ervaren. Ik heb een vreemde vader gehad, maar misschien lag dat aan de rare tijd. Als je geen held bent, is alles al snel tegenstrijdig. Les hasards de la vie hebben ertoe geleid dat ik hem sinds mijn zeventiende niet meer gezien heb. Maar als ik hem vragen had kunnen stellen over de bezettingstijd, zou hij me waarschijnlijk niets wijzer hebben kunnen maken. Als romancier heb ik vaker mensen ontmoet met een troebel verleden, maar ze konden er nooit iets over vertellen.''

Het vage, zoekende van zijn verhalen lijkt haaks te staan op Modiano's heldere taalgebruik. ,,Omdat ik veel tegenstrijdige dingen wil uitdrukken, moet ik korte, duidelijke zinnen maken, om orde te scheppen, om een indruk van stilte te geven. Ik zou soms willen dat ik een andere literatuur had geschreven. Maar dat kan ik jammer genoeg niet. Je bent de gevangene van de tijd waarin je leeft, van je afkomst. Ik heb een literatuur gemaakt die louter op de stad is geïnspireerd, op de angst en anonimiteit die daar heerst. Soms betreur ik het dat ik niet over het platteland heb geschreven. Zou je dan dezelfde angsten kunnen uitdrukken? Ach, het is idioot wat ik allemaal zeg. Ik spreek zo verward. Iedere keer heb ik het gevoel dat er een discrepantie is tussen wat ik wilde schrijven en wat ik geschreven heb. In het begin zie ik de dingen breed. Ik voorzie een heel bos en uiteindelijk wordt het een bonsaï-boompje.''

Patrick Modiano: Onbekende vrouwen. Vert. door Maarten Elzinga. Meulenhoff. ƒ 35,-

Tot en met 22 /12 hangen in het Institut néerlandais in Parijs foto's van de Nederlandse fotograaf Harry Pierik, die onder de titel `Sur la trace de Modiano' , een fotografisch overzicht geven van plaatsen uit Modiano's oeuvre. 121, rue de Lille, Parijs. Tel. 00.33.153.59.12.40.

    • Margot Dijkgraaf