Hooggerechtshof met wisselende voorkeuren

Wordt het Amerikaanse Supreme Court de laatste halte op de lange zoektocht naar een nieuwe president?

Gister lagen de liefhebbers al in slaapzakken in de rij op de stoep om vanmorgen een kans te maken bij de zaak aanwezig te zijn. Het federale Supreme Court is gewend moeilijke knopen door te hakken, maar een president aanwijzen is voor de negen hoogste rechters geen dagelijks werk.

Wordt dit de laatste halte op de lange zoektocht naar een nieuwe president? Niemand weet het. Zoals niemand zeker weet waarom het Hooggerechtshof zich bereid heeft verklaard de zaak te horen. Geen enkele rechtbank komt graag in zulk volkomen politiek vaarwater. Tenzij de rechters zeer uitgesproken politieke opvattingen hebben, of het vaderland een beetje willen redden.

Het kan nog steeds gebeuren dat de negen opperrechters, nadat zij de fel contrasterende argumenten van partijen hebben gelezen en aangehoord, besluiten niet thuis te geven. Een blanco stem van het Supreme Court zou de Verenigde Staten bijna in een institutionele crisis brengen. Zoals ook een verdeeld vonnis het gezag van een uitspraak zou doen verminderen. Maar gezien de voorliggende vragen is totale eensgezindheid nauwelijks te verwachten van een Hof waarin een aanzienlijke schakering van opinies huist van uiterst behoudend naar voorzichtig progressief.

Het Supreme Court speelde, buiten de rechters om, een grote rol in de afgelopen verkiezingsstrijd. De volgende president krijgt waarschijnlijk enkele nieuwe rechters te benoemen en kan daarmee voor jaren de richting van de hoogste rechtspraak bepalen.

Wanneer deze krant uitkomt, is de zitting van Hof mogelijk al achter de rug. Die zou duren van tien uur tot half twaalf in de ochtend. Een letterlijke weergave van het gesprokene in tekst en geluid moet intussen beschikbaar zijn. Televisiebeelden sloot het Hof opnieuw uit. Daarmee bevestigde het een lange traditie. Die beslissing werd eerder deze week overigens niet unaniem genomen.

Partijen mochten deze week twee keer op papier hun argumenten uiteenzetten. Vanmorgen zouden zij allebei drie kwartier krijgen voor een mondelinge toelichting. Maar liefhebbers van een gloedvol pleidooi hoefden niet te komen. Dit Supreme Court heeft een naam opgebouwd in het terzake ondervragen van partijen. In antwoord daarop mogen de pleiters hun beste beentje voorzetten, mits zij het kort maken.

Chief justice Rehnquist zal er veel aan gelegen zijn dat `zijn' Hof met een sterk vonnis komt. Maar voor de meestal krappe meerderheid binnen het negental, die conservatieve standpunten inneemt, is de zaak paradoxaal. De Republikeinen pleiten hier voor het standpunt dat zij meestal aan Democraten overlaten, en andersom.

De Gore-advocaten (onder aanvoering van Harvard-professor Laurence Tribe) verdedigen het unanieme vonnis van het Supreme Court van Florida. Daarin werd de termijn voor inlevering van de resultaten van handmatige hertelling van stemmen twaalf dagen verlengd. De Bush-juristen (met als voorman de Reagan-jurist Ted Olsen) stellen dat het Hof in Florida op de stoel van de wetgever is gaan zitten en ten onrechte de wet heeft herschreven, en nog wel na de verkiezingsdag. Zij vragen het Supreme Court de hoogste rechters in de staat terecht te wijzen. En daarmee iedere handmatige hertelling van stemmen in bepaalde kiesdistricten ongeldig te verklaren.

Meestal nemen Republikeinen én het rechter smaldeel in het US Supreme Court een tegengestelde positie in. Dit Supreme Court heeft zich meer dan eens uitgesproken voor een beperking van federale bevoegdheden, ten gunste van de staten. Als het die lijn weer volgt, zou het de collega's van het Supreme Court in Tallahassee kunnen steunen, die meenden dat zij de wet moesten interpreteren om twee conflicterende bepalingen met elkaar te verzoenen.

Die gebruikelijke lijn volgen betekent in dit geval waarschijnlijk Al Gore gelijk geven. Daarmee heeft de Democraat allerminst de verkiezingen gewonnen, maar het geeft hem even adem. Vervolgens moet hij toch voor de rechter in Florida daadwerkelijk zijn handmatige hertelling afdwingen vóór 12 december, wanneer iedere staat zijn kiesmannen moet bekend maken.

De uitspraak, die naar men verwacht enkele dagen zal vergen, is des te onvoorspelbaarder omdat het Hof niet scherp verdeeld is. Rehnquist, Scalia en Thomas zitten altijd op een rechts standpunt, maar O'Connor, Souter en Kennedy wisselen van voorkeur, terwijl de Clinton-benoemingen, Ginsburg en Breyer, meestal een sociaal vooruitstrevend standpunt innemen, maar in andere zaken ook nog wel eens verrassen.

In recente vonnissen kwam dit `rechtse' Supreme Court (zeven van de negen rechters benoemd door Republikeinen) tot wisselende standpunten: men wees een gedeeltelijk abortusverbod in Nebraska af, men keurde ontslag van homoseksuele leiders bij de padvinderij goed, achtte hardop gebed door leerlingen van een school in Texas bij sportwedstrijden in strijd met de Grondwet, zei dat de federale voedsel- en geneesmiddelen-dienst (FDA) niets heeft te zeggen over tabak, dat het federale recht gaat boven de wet van Massachussets die zakendoen met Birma verbiedt, en men achtte een wet die van kabelmaatschappijen eist dat zij `seksueel expliciet' materiaal volledig `scramblen', in strijd is met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Het Hof meende ook dat werknemers bij een staat niet wegens discriminatie een beroep kunnen doen op een federale rechter.