Het publiek is gek op ons (2)

Steeds weer onderzocht De Appel de verhouding tussen speler en toeschouwer. De voorstellingen waren vol energie en verbeeldingskracht.

Een toneelvoorstelling van het gezelschap De Appel herken je uit duizenden. Met de allereerste uitvoeringen in het begin van de jaren zeventig was de toon gezet. De Appel was een aardgebonden toneelgroep dankzij het veelvuldig en effectief gebruik van zand, hout, staal, jute, touwen, teer en water. De acteurs en actrices droegen wapperende gewaden, ze konden hun teksten zingzeggen, en ook fluisteren. Zij waren op ongekende manier geladen met een elektriserende energie. Ze acteerden op het ritme van opzwepende trommelmuziek. Deze stijl bestond niet in Nederland, het was theater van heftige fysieke spankracht. Een Appelvoorstelling had iets `oers'.

De naam De Appel werd bedacht tijdens een oprichtingsbijeenkomst in de herfst van 1971 in de Betuwse appelboomgaard van acteurs Carol Linssen en Christine Ewert, tot op de dag van vandaag verbonden aan het gezelschap, toen er een appel neertuimelde op het gras. Regisseur Erik Vos kreeg bij dit fruit grootse visioenen die jarenlang sfeer, thematiek en toon van de voorstellingen zouden bepalen. Voor hem symboliseerde de appel de oudtestamentische verleidingsvrucht, met de uitdrijving uit het paradijs tot gevolg. Bovendien is de appel van Paris de spreekwoordelijke twistappel uit de klassieke mythologie: doordat Paris het juiste oordeel uitsprak, mocht hij de schoonste vrouw Helena schaken. Het begin van de Trojaanse oorlog was een feit, en daarmee een reeks van indringende Griekse tragedies waarvan De Appel er vele heeft gespeeld. En met allure.

Regisseur Erik Vos bracht zijn jeugd door op een sanatoriumterrein in Oost-Nederland. Hij zei eens dat die `dramatische wereld niet met de werkelijkheid in verbinding leek te staan'. Dit terrein en wat daar gebeurde tussen artsen en patiënten zouden de bron vormen van zijn latere theaterleven. Vos schiep met zijn eigen theater in Scheveningen, zijn decorontwerpers en vaak uitnemende acteurs en actrices zijn eigen toneelparadijs. Met het hechte ensemble, zijn sommigen al sinds hun vroege jeugd verbonden. De actrice Sacha Bulthuis bijvoorbeeld deed auditie bij Vos op haar veertiende. Artistiek leider van nu, Aus Greidanus, kwam als kind - zijn vader was zakelijk leider bij Vos - bij De Appel over de vloer. Er is niets mis met dergelijke langdurige en persoonlijke banden met een gezelschap, maar het zou wel vernieuwing kunnen hinderen. De Appel is een beschutte toneelwereld, een familie. Wie erheen gaat krijgt een warm onthaal.

Uitroeptekens

Bij het twintigjarige jubileum van De Appel verscheen een trots feestboek met een veelzeggend omslag. Het bestaat uit een blow-up van een pagina uit het tekstboek van Hamlet, boordevol regieaanwijzingen van Erik Vos. Koning Claudius, de moordenaar van Hamlets vader, zegt: `Dit is het gif van mateloos verdriet.' Het is een zin die kalm en scherp gezegd kan worden, beschouwend ook. Maar zo wil Vos het niet. In zijn handschrift staat erboven: `Vuisten. Onmacht.' Ernaast een andere aanwijzing: `Niet tragisch, eerder verwoed.' Overal uitroeptekens, onderstrepingen. Deze ene bladzijde weerspiegelt de stijl van De Appel. Bewogen, verwoed, inderdaad, gebalde vuisten die onmacht illustreren.

Het is een wonder dat een gezelschap zo versmolten kon raken met een eigen stijl en dat moet ook de reden zijn voor het grote aantal toegewijde toeschouwers. Even opzienbarend is dat afwijken van die herkenbare stijl bijna altijd leidt tot mindere of mislukte voorstellingen. De huidige artistieke leider Aus Greidanus heeft dat geprobeerd, bijvoorbeeld met een volslagen verdwaasde versie van Macbeth, uitgebeeld als een strijd tussen voetbalsupporters uitgevochten op een tribune. Daarentegen maakte Greidanus van Thomas Bernhards Ritter Dene Voss tot een familiedrama van hoge klasse. Deze laatste voorstelling sloot dan ook zuiver aan bij de stijl van Vos.

De Appel is van begin af een gezelschap geweest dat de verhouding tussen speler en toeschouwer telkens opnieuw wilde onderzoeken. De traditionele schouwburg met een hoge Bühne en een lijst is het gezelschap van meet af een vreemd geweest, sterker: een gruwel. Nadenken over De Appel betekent allereerst die voormalige Scheveningse remise van de paardentram voor ogen te halen, het eigen Appeltheater aan de Haagse Duinstraat. De verkenning van de ruimte was aldoor een verrassing, want die ruimte is bij elke voorstelling anders ingedeeld. Soms, als een arena, omsloten door de tribune. Dan weer vormt die tribune een halve cirkel. Bij Hamlet was het podium een catwalk met de toeschouwers aan beide zijden. Een radicale ommekeer van speler-toeschouwer bereikte Vos met toneel dat zich in de diepte afspeelde. De toeschouwers zaten rondom een put geschaard, met de bodem als speelvloer. Men keek neer op de spelers en niet, zoals in de klassieke schouwburg, naar hen omhoog.

Toverij

In 1976 zag ik mijn eerste Appelvoorstelling, De storm van Shakespeare. Welk een toverij verrichtte het gezelschap. Luchtgeest Ariel, gespeeld door Geert de Jong, zwiepte hoog op een schommel door de ruimte. Doeken klapperden in de wind, er werd schipbreuk geleden op een onmetelijke oceaan. De speelvloer leek zo groot als de wereld. Een andere legendarische voorstelling was de Oresteia met Peter van der Linden in de rol van Klytaimnestra. Hij troonde op duizelingwekkende hoogte, gedragen door een toren van hout. Stokken, touwen, trommels gaven de voorstelling een bedwelmende bezieling.

Vos putte zijn inspiratie uit klassieke mythen, uit de Italiaanse commedia dell'arte, de bijbel. Hij vervlecht droombeelden met de werkelijkheid. Een van de hardste, uitdagendste Appelvoorstellingen was Ghetto, van de in Israël wonende toneelschrijver Joshua Sobol. Het gezelschap overtrof zichzelf in een zeldzame, agressieve stijl om de overlevingsdrift van joden in het ghetto van Wilnis uit te beelden.

De Appel is altijd trouw aan het repertoire van de wereldliteratuur gebleven. Klassieken werden toegankelijk gemaakt door een veelzeggende beeldentaal en een tekstbehandeling waaruit eerbied sprak. In de laatste tijd versoberde de Appelstijl, kwamen er abstracte, esthetische decors, maar opzichtig gebruik van techniek of video's is nooit tot het Appeltheater doorgedrongen.

De Appel schonk aan het Nederlandse theater een dwingende energie en een on-Hollandse, visionaire verbeeldingskracht. De beste voorstellingen hadden een innerlijke dwang: zo moet het, en niet anders. De sensatie van het unieke is de laatste seizoenen verdwenen. Het noodlot van De Appel is dat de schaduw van Vos niet uit is te bannen.

De Appel speelt op dit moment `De botten van Bach' in het Gemeentemuseum Den Haag, en vanaf 15 december de voorstelling `Minetti' in het Appeltheater. Inl. 070-3502200.