Het publiek is gek op ons (1)

Het einde van De Appel lijkt nabij, maar het Haagse gezelschap is getraind in het overleven van negatieve adviezen. Hoe doen ze dat?

`Voor de poort van de hemel' heet het advies over het Haagse kunstenplan voor de periode 2001-2004. Het motto is ontleend aan Slauerhoff: `Als alle rampen zijn doorstaan,/ Verwarringen en wedergeboorten,/ Zullen achter wijkende poorten/ De wijde werelden opengaan.'

Alleen dat motto zal door Toneelgroep De Appel met instemming zijn ontvangen. De Haagse commissie adviseerde aan de gemeente Den Haag om de subsidie aan De Appel stop te zetten: de recente producties getuigen niet van een heldere artistieke koers, en in de plannen voor de komende periode ontbreekt het aan vernieuwing, was hun oordeel.

Ook het landelijke adviesorgaan, de Raad voor Cultuur, oordeelde negatief:artistiek leider Aus Greidanus wekt geen vertrouwen en het gezelschap vervult geen belangrijke functie meer binnen het Nederlandse theater. Kortom, zei de Raad voor Cultuur tegen staatssecretaris Rick van der Ploeg, stoppen met die rijkssubsidie. Op dit moment ontvangt De Appel in totaal vier miljoen gulden subsidie, 2,7 miljoen van Den Haag en 1,3 miljoen van het rijk. Denkend aan Slauerhoff: na de rampen en verwarringen kan De Appel slechts hopen op een wedergeboorte.

Dat zou niet voor het eerst zijn. De Appel is getraind in het overleven van negatieve adviezen. Door de jaren heen was de kritiek steeds gelijk: te behoudend in repertoirekeuze en enscenering, te weinig inspelend op nieuwe publieksgroepen. Het verweer blijft eveneens gelijk: het publiek is gek op ons, de zalen zitten altijd vol.

Vier jaar geleden was dat voor staatssecretaris Aad Nuis reden genoeg om het negatieve advies van de Raad voor Cultuur te negeren en de subsidie voort te zetten. Voor CDA-Kamerlid Marry Visser-van Doorn was het reden genoeg om vorige week een Red De Appel-motie in te dienen. De motie werd aangenomen, maar staatssecretaris Van der Ploeg, gesteund door het kabinet, legt de motie naast zich neer.

Net als vier jaar geleden heeft De Appel zich in de afgelopen maanden ontwikkeld tot meest besproken instelling uit de Cultuurnota. Andere gezelschappen gaan roemloos ten onder, maar De Appel werd het symbool van wat er niet deugt aan de Raad voor Cultuur en Van der Ploeg. Hoe groter de dreiging, hoe omvangrijker de publiciteit en de steun die De Appel weet los te maken. Wat maakt hun lobby zo geslaagd?

Appelvrienden

Eerst en vooral is dat de binding met Den Haag.

Al sinds begin jaren tachtig botert het niet tussen het in 1971 opgerichte gezelschap en de adviescommissies. Rob Erenstein, hoogleraar theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, meent te weten hoe dat komt: de leden van die commissies wonen in Amsterdam. ,,En zoals drie eeuwen Nederlandse toneelgeschiedenis leren, is de afstand tussen Den Haag en Amsterdam weliswaar geografisch klein, maar emotioneel erg groot en moeilijk overbrugbaar'', schrijft Erenstein in een op verzoek van De Appel geschreven contra-expertise op het advies van de Raad voor Cultuur.

Van de 5500 Appelvrienden komt zeventig procent uit Den Haag en wijde omgeving, dertig procent uit de rest van het land. Geen ander toneelgezelschap heeft zo'n sterke band met het publiek. Met een eenmalige bijdrage van tweehonderd gulden per Appelvriend is het gezelschap uit de problemen, en Vrienden-voorzitter Juul Lagaaij twijfelt niet aan de bereidheid om dat bedrag te betalen. ,,Maar dat is natuurlijk geen structurele oplossing, dat heeft geen zin.'' Overigens is het publiek ook buiten Den Haag trouw. Tijdens de reisvoorstellingen werden het laatste half jaar 27.000 handtekeningen tegen opheffing van De Appel verzameld. Symbolisch zijn ze aangeboden aan de Kamerleden, over nader gebruik wordt nog nagedacht.

Bij het bewerken van Kamerleden was een belangrijke rol weggelegd voor het negenkoppige bestuur van De Appel. Bestuursvoorzitter Ad Havermans is oud-burgemeester van Den Haag en collegelid van de Algemene Rekenkamer. ,,Het meeste werk is verricht door de zakelijk en artistiek leider. Op advies van onze advocaat hebben we een contra-expertise op het advies van de Raad voor Cultuur laten uitvoeren. We hebben de cultuurwoordvoerders van alle partijen van informatie voorzien. Dat heeft gewerkt, want alle fracties waren tegen opheffing van De Appel.'' Kwam zijn politieke netwerk de CDA-er Havermans goed van pas? ,,Door mijn werk ken ik veel Kamerleden goed, maar ik heb me terughoudend opgesteld. Ik heb wel Van der Ploeg een keer benaderd over De Appel.''

Minder terughoudend was de opstelling van Riëtte Kuin van het Haags Adviesbureau voor Public Affairs, tot een maand geleden bestuurslid van De Appel. Kuin noemt zichzelf geen lobbyiste, ze omschrijft haar werk als het `scannen van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen'. In opdracht van maatschappelijke organisaties rapporteert ze over de stemming onder politici. Voor De Appel heeft ze `de benen uit haar lijf gelopen'. Kuin: ,,Doordat ik al dertig rondloop in de Tweede Kamer, ken ik veel Kamerleden. Ik weet ook welke Kamerleden veel in het Appeltheater komen, zodat duidelijk is bij wie ik terecht kan met mijn verhaal.''

Niet iedereen was gecharmeerd van Kuins inspanningen. D66-woordvoerder Boris Dittrich: ,,Wat echt verkeerd viel, was dat ik in de wandelgangen en in de vergaderzaal van de Tweede Kamer bij de arm werd gepakt. Ik ben een enthousiast fan van De Appel, maar dat gelobby heeft geen enkele invloed gehad op mijn besluitvorming.'' Kuin: ,,Ik heb niemand aan de arm getrokken, zo werk ik niet. Van der Ploeg gaf onjuiste informatie over De Appel, daar heb ik Dittrich op willen wijzen. Misschien heb ik teveel gedacht dat we beiden als vrienden van De Appel voor dezelfde zaak bezig waren.''

Visser-van Doorn over lobbyisten in het algemeen: ,,Tot op de avond van het Cultuurnota-debat werden we benaderd. Dat gaat me te ver, dat vind ik ook een onderschatting van de manier waarop wij onze beslissingen nemen, alsof we dat op het laatst nog gaan veranderen.'' Bert van Delden, president van de rechtbank in Den Haag en bestuurslid van De Appel, stuurde `amice-briefjes' naar Kamerleden.

Met verwijzing naar het negatieve advies van de Raad voor Cultuur weigert Van der Ploeg de door de Kamer aangenomen motie van Visser-van Doorn uit te voeren. De staatssecretaris zegt `in de geest van de motie' te handelen door vier ton toe te kennen aan de gemeente Den Haag. Die eenmalige bijdrage moet echter worden besteed aan `nieuwe kwalitatieve impulsen op het gebied van theater in deze regio', en de besteding zal bovendien worden getoetst door de commissie theater van de Raad voor Cultuur. De kans dat dit douceurtje bij De Appel zal terechtkomen is daarmee uitgesloten. Visser-van Doorn heeft Van der Ploeg inmiddels om toelichting gevraagd.

Kamerleden van de VVD - onder wie Appel-bestuurslid Hans Dijkstal - en D66 stemden tegen de Red De Appel-motie van het CDA, omdat zij op principiële gronden geen oordeel willen vellen over instellingen. Hun motie voor heroverweging van het negatieve advies aan een aantal instellingen, waaronder De Appel, kreeg geen meerderheid. Jammer, vindt Boris Dittrich nog steeds. ,,Ik vind het advies van de Raad voor Cultuur te subjectief, te weinig gemotiveerd. Daarom wilden wij een heroverweging. Misschien komt onze motie in het voorjaar weer boven tafel, als de bestuursrechter beslissingen van Van der Ploeg terugdraait. Maar wat De Appel betreft laat ik het er nu bij zitten.''

Alles of niets

Als De Appel verdwijnt, dan betekent dat ontslag voor 29 medewerkers in vaste dienst (tien acteurs, zeven technici en twaalf stafleden, waaronder kassière en kastelein). Een sociaal plan is er nog niet. Van de tachtig medewerkers van De Appel werken er 42 met een contract voor één productie of voor bepaalde tijd.

Directie en bestuur kiezen voor een alles of niets-strategie. Waarom kan De Appel niet voortbestaan met minder subsidie, als kleiner gezelschap? Dijkstra: ,,We kunnen niet kleiner worden. Minder producties kan niet want dan hebben we minder inkomsten uit de voorstellingen die we in eigen huis spelen. Een kleiner ensemble betekent zo'n tien à twaalf mensen ontslaan en dan haal je het hart uit het bedrijf. Minder voorstellingen in het land levert weinig op, daar reizen we te weinig voor, het gaat om één grote zaal-productie per jaar.''

Twee opties staan nog open. De rechter beoordeelt het bezwaarschrift van De Appel en kan de beslissing van OCenW ongedaan maken als het besluit naar zijn mening `onzorgvuldig' tot stand is gekomen. Ook kan de gemeente Den Haag besluiten om de subsidie nog verder te verhogen. Na recent overleg met De Appel wil VVD-cultuurwethouder Louise Engering-Aarts niet kwijt of ze dat zal doen, wel laat ze weten dat ze `samen met De Appel optrekt'. Haar boodschap: ,,We laten het er niet bij zitten.''

Eerder besloot Engering-Aarts om het negatieve advies te negeren en de gemeentelijke subsidie te verhogen van 2,7 miljoen naar drie miljoen gulden. Haar motieven: het publiek is groot en divers, De Appel doet veel aan cultuureducatie en het Appeltheater kan in de toekomst ook door andere gezelschappen worden gebruikt. Bovendien: ,,Bestaande initiatieven met een vast publiek die in een behoefte voorzien, mogen niet worden opgeofferd voor nieuwe initiatieven die zich nog moeten bewijzen.'' Op 21 december wordt het concept kunstenplan behandeld in de Haagse gemeenteraad.

De reddingspoging van Engering-Aarts is mooi maar onvoldoende, zegt zakelijk leider Gerrit Dijkstra. Verdere verhoging naar de huidige totale subsidie van vier miljoen gulden is noodzakelijk. ,,Als we blijven steken op drie miljoen, houdt De Appel op te bestaan.''